Soedan hervormt economie zonder IMF

KHARTOUM, 17 APRIL. De al jarenlang achteruit rennende Soedanese economie stelt het voortaan met een geloof: de islam. Recente macro-economische gegevens laten een gunstiger trend zien: er is voor het eerst weer sprake van enige groei. Buitenlandse hulp voor het herstel van de economie blijft vrijwel totaal achterwege.

Hoe ziet de islamitische economie van Soedan er uit? “Er bestaat een belangrijke privésector maar we leggen zeer sterk de nadruk op sociale rechtvaardigheid”, legt Hassan al Turabi uit, de sterke man achter het islamitisch fundamentalistische regime. De voormalige islamitische bankier en nu minister van financiën, Abdul Rahim Hamdi, voegt hier aan toe: “We gooien de economie niet open om een trend in de wereld te volgen. We doen het omdat liberalisatie betekent terug gaan naar de wortels van de islamitische zienswijze.”

Hamdi vervolgt: “Steunen op eigen krachten, zelfvoorziening en solidariteit zijn belangrijke islamitische principes. Een andere steunpilaar van de islam is de zakat. Iedereen dient jaarlijks 2,5 tot 10 procent van zijn kapitaal en winsten af te staan. Ook nomaden bijvoorbeeld, die enkele beesten geven. De zakat financiert vervolgens het doel van ons sociaal programma. Een half miljoen families krijgt hulp van de regering.”

Rente is verboden in Soedan. “Wij schaften alle rente af bij alle financiële activiteiten waarbij de staat betrokken is, evenals in de banksector”, vertelt Hamdi. “De hele banksector hebben we geïslamiseerd en nu zijn we aan het verzekeringsstelsel begonnen. We veranderen de statuten van de bedrijven. We richten commissies op die er op moeten toezien dat alle economische instellingen in dit land zich houden aan de islam.”

Het in juni 1990 gelanceerde Nationale Reddingsprogramma noemt Hamdi meer “geleidelijk” dan het klassieke aanpassingsbeleid zoals voorgestaan door het Internationale Monetaire Fonds (IMF). “Het betreft het eerste economische programma in de Derde Wereld uitgevoerd zonder enige vorm van buitenlandse hulp”, aldus Hamdi. “We moeten het stellen met een ontzaglijk groot begrotingstekort. Veertig procent van de ontwikkelingsprojecten moesten we bevriezen. Maar wat kunnen we doen? Het IMF en de Westerse donoren willen ons niet helpen. Vroeger financierden donoren 55 procent van onze begroting, nu 5 procent.”

De nadruk in het Reddingsplan ligt op de landbouw. Afgezien van het door oorlog geteisterde zuidelijke deel van het land produceert Soedan dit jaar voldoende voedsel. Daarvoor moest een prijs worden betaald. De cultivering van granen op door regen bevloeide akkers werd overgebracht naar geïrrigeerde gebieden langs de Nijl. Op deze velden werd voorheen katoen voor export verbouwd, de inkomsten uit export moeten dus wel haast teruglopen. Het in de Koran beschreven principe van zelfvoorziening in voedsel is wél bereikt.

Volgens een lang geleden gevestigde traditie is de Soedanese staat betrokken bij allerlei operaties doorgaans bestemd voor de privésector. Hotels en de nationale luchtvaartmaatschappij staan nu te koop, de prijscontroles evenals subsidies op voedsel zijn opgeheven. De inflatie bereikte volgens gegevens van de Wereldbank een recordhoogte van 200 procent. Alleen al voor brood en melk betaalt een familie van vijf personen in één maand tegenwoordig 1100 Soedanese pond, het minimumloon ligt rond de 1500 pond (ongeveer ƒ 30). Een paar schoenen kost drie maanden salaris. In februari ging het Soedanese pond zweven wat onmiddellijk tot een waardevermindering leidde van 300 procent.

Vice-president van de City Bank in Khartoum, Osman el Toum prijst de hervormingen. “Liberalisering was de laatste kogel waarover we beschikten om onze economie te redden,” verklaart hij. Maar hij ziet grenzen aan de liberalisering. “Deze regering kwam aan de macht door een staatsgreep. Ze kan het economische systeem dus nooit helemaal open gooien, ze kan het risico niet nemen dat andere groepen het systeem infiltreren.”

De kruipende machtsovername door de islamitische fundamentalisten nam al een aanvang in de beginjaren '80. De fundamentalisten infiltreerden de banksector die ze inmiddels in grote mate controleren. Hun politieke machtspositie wordt deels onderbouwd door een financiële positie. De islamitische banken blijken bij het uitgeven van harde valuta voor import voorkeur te geven aan fundamentalisten. Een tegenstander van het regime concludeert daarom: “Door de liberalisering van de economie krijgen de fundamentalisten nog méér kansen, ze nemen de economie over. Dat is wat de islamisering van de economie betekent in Soedan.”

Soedan draagt een schuldenlast van 15 miljard dollar. Aan de afbetaling van schulden kan het al jaren niet meer voldoen. Het mag daarom niet meer van het IMF lenen. “Ook dit regime lijkt geen prioriteit te geven aan het afbetalen van schulden”, stelt bankier Toum, “en daarmee aan het aantrekken van nieuw geld.”

Westerse diplomaten prijzen “de moed” van minister van financiën Hamdi. “Het economische programma is bijna een droom voor de donoren”, reageert een hoge Westerse diplomaat in Khartoum. “Maar er bestaat een te groot begrotingstekort, daarom is het zeer onwaarschijnlijk dat het zal slagen.” De grote Westerse antipathie tegen het fundamentalistische regime maakt het welhaast onmogelijk dat op korte termijn buitenlandse fondsen beschikbaar komen voor Soedan, en het begrotingstekort dus kan worden verkleind.

Onverschrokken zet Hamdi zijn financiële beleid voort. “De Soedanese economie verrijst nu uit de hel”, geeft hij als zijn visie op de economische toekomst van Soedan. “Geef ons een kans. Als het Westen het niet met ons beleid eens is, laten ze ons dan ten minste met rust laten. Wij denken dat we iets heel belangrijks doen voor de mensheid. Op eigen krachten proberen we ons te ontwikkelen. We zijn ervan overtuigd eens een voorbeeld aan de wereld te zullen geven.”