Roman van Peter Carey; Genie blijkt engel

Peter Carey: The tax inspector. Uitg. Faber and Faber, 279 blz. Prijs ƒ 49,85. - De belastinginspectrice. Vert. Paul Syrier. Uitg. Amber, 297 blz. Prijs ƒ 39,90.

Wie aan een inspecteur van de belastingen denkt, ziet niet meteen iemand voor zich die uit grote reservoirs geld laat stromen naar ziekenhuizen, sociaal werk en centra voor kinderverzorging. Peter Carey doet dat wel. Misschien is hij toch een idealist, al zou je dat uit zijn vroegere werk niet meteen opmaken. Zijn inspecteur is een vrouw, zeer aantrekkelijk, hoogzwanger, dochter van Griekse ouders die naar Australië zijn geëmigreerd. Ze is de enige in het boek die volkomen eerlijk is, met geld zowel als met de liefde. Ze heeft een diepe haat voor wat ze criminele rijkdom noemt; de stinkdieren die in gestolen weelde leven en de belasting ontduiken. Hen gaat ze met genoegen te lijf. Aan de andere kant vindt ze het miezerig om een wankel autobedrijfje met een grote belastingschuld het laatste zetje naar de ondergang te geven. Ze is zo begaan met die familie van mislukte autohandelaren en ze krijgt zo'n hekel aan wat ze aan het doen is dat ze probeert het onderzoek ongedaan te maken door het uit de computer te laten verdwijnen.

Tegenover de nobele Maria, haast te goed voor deze wereld, staat de familie Catchprice die het autozaakje drijft. Het is een sinistere familie die uitsluitend bestaat uit gekneusde en gebroken levens. De grootmoeder die de zaak heeft opgezet, droomde in haar jeugd van een bloemenkwekerij maar is gedoemd haar leven te slijten in de stank van olie en benzine. Haar dochter droomt van een carrière als rock 'n roll zangeres en loopt alvast in het pakje van een cowgirl, maar nooit zal er iets van komen. Haar man droomt niet eens meer. Haar broer Mort begon zich aan zijn zoontje Benny te vergrijpen toen die drie jaar oud was en sindsdien is hun verhouding er een van provocatie en chantage en wederzijdse haat. Een van Benny's broers is ontsnapt en Hare Krishna geworden, en een andere broer, Jack, is de tegenovergestelde kant op gevlucht en verdient goud als handelaar in onroerend goed.

De romans van Peter Carey zijn altijd dicht bevolkt en ook in dit boek is het een komen en gaan van figuren, die allemaal in het volle licht staan, niet alleen de Catchprices maar ook de Griekse familie van Maria. In het begin lijken de uitvoerige beschrijvingen van hoofd- en bijfiguren, van wat ze doen en hoe ze eruit zien, overdadig en zelfs overbodig. Naar aanleiding van zijn vroegere werk is Peter Carey herhaaldelijk door de kritiek op het matje geroepen om zijn grote liefde voor het detail. Toch is het in een boek als dit duidelijk dat de botsing en de verweving van al de levens die hij beschrijft pas goed te begrijpen is door de vele details waarmee ze omgeven worden. Zonder die uitvoerigheid had Carey ook nooit de sympathie van de lezer zo verrassend kunnen manipuleren als hij hier doet. Steeds weer worden we gedwongen onze opinies te herzien. Nadat Benny eerst door zijn vader voorgesteld is als een jongen met ernstige leermoeilijkheden die denkt dat hij een genie is, krijgen we later een totaal ander en veel complexer beeld. Het is een jongen die een engel wil zijn en op zijn rug al vleugels heeft laten tatoeëren, maar die in de kelder een martelapparaat heeft staan. Het idee van de engel loopt, te beginnen bij de omslag, door het hele boek heen. Maria, hoe mooi ook, lijkt eerst een engel des doods, en later transformeert zij zich tot een reddende engel, maar misschien toch ook met een donkere kant. Jack lijkt bijna even integer als Maria maar de bijzonderheden over hoe hij woont en leeft zaaien dan weer twijfel.

In 1988 heeft Peter Carey de Booker Prize gekregen voor Oscar and Lucinda. In dat boek, hoe werkwaardig en intrigerend het ook was, verslapte de spanning nogal eens. In de nieuwe roman gebeurt dat nooit.