Roerloos

In de trein: een gebrekkige oude man. Zijn vrouw helpt hem uit zijn jas en op zijn plaats, daarna gaat ze tegenover hem zitten. Aan zijn neus hangt een melkachtige druppel. Ik denk: daar zal die vrouw wel wat aan doen. Maar na tien minuten hangt hij er nog. Ik denk: dat wil zeggen dat ze hem al die tijd niet heeft aangekeken.

Ik zat aan de rechterkant van de coupé. In een raampje links bleek een vliegtuig te hangen. We naderden Eindhoven, het stond wel vast dat dat vliegtuig ging landen op Welschap en het bijzondere was dit: gedurende lange, lange tijd veranderde er niets, helemaal niets, aan de positie ervan binnen de omlijsting van het raam; dat vliegtuig hing er roerloos.

Ik probeerde me een voorstelling te maken van het samenstel van grootheden dat aan dit roerloze toeval ten grondslag lag: richting en snelheid van de trein in combinatie met richting en snelheid van het vliegtuig, én de positie van de waarnemer ten opzichte van zijn waarneming natuurlijk - ik had alles kunnen verknoeien door mijn hoofd te bewegen.

Daar zit een verhaal in, dacht ik. Een verhaal waaruit de oplossing van het wereldraadsel kan worden gedestilleerd, of in ieder geval de genialiteit van de schrijver. Iets voor Mulisch misschien?

Daarna die oude man weer. Hopelijk heeft hij het ook gezien.