Regisseur Jim Jarmusch over zijn film Night on Earth; De tijd maakt de wereld onbetrouwbaar

De eerste film van de Amerikaanse cineast Jim Jarmusch, Stranger Than Paradise uit 1984, was meteen een succes. Hollywood probeerde hem te verleiden met grote budgetten, maar Jarmusch maakte in zijn eigen tempo Down by Law (1986) en Mystery Train (1989). Binnenkort gaat zijn nieuwste film in Nederland in première: Night on Earth. Hierin komen vijf taxiritten voor in vijf verschillende steden, van Los Angeles tot Helsinki. Joyce Roodnat sprak met hem. “Als mijn films iets betekenen, dan is het, dat de schoonheid van het leven schuilgaat in details die zogenaamd voor zichzelf spreken.”

"Once upon a time... in the universe...' zegt de jonge, maar al bros-bruine stem van beat poet Jack Kerouac onder de eerste beelden van de anarchistische cult-film Pull My Daisy (1959). Toen de Zwitsers-Amerikaanse fotograaf Robert Frank Pull My Daisy maakte, was Jim Jarmusch (1954) nog een kleuter, maar sinds hij hem als teenager voor het eerst zag, is de film hem dierbaar gebleven. In 1982, toen ik Jarmusch voor het eerst ontmoette, haalde hij Pull My Daisy al spoedig aan: “Ken je die niet? Je móet hem zien. Wat Robert Frank deed, dat wil ik ook. Zo los, zo grappig, zo speels en zo serieus.” Pull My Daisy wordt buiten de Verenigde Staten niet zo vaak vertoond en was op dat moment ook niet voorhanden. En dus vertelde hij hem scène na scène, van A tot Z, want hij kende hem helemaal uit zijn hoofd. Onze ellebogen leunden tussen kruimels en een plasje koffie op een café-tafeltje in het Zuidduitse Hof, waar Jarmusch op het plaatselijke Filmfest de eerste dertig minuten mocht presenteren van zijn Stranger than Paradise. Voor de rest van die film ontbrak hem op dat moment het geld, maar in Hof raakte Wim Wenders zo onder de indruk van dat halve uurtje film dat hij Jarmusch hielp. Hij bracht hem in contact met financierders en hij schonk hem het filmmateriaal dat was overgebleven van zijn eigen Der Stand der Dinge. Jarmusch maakte er blokjes zwart beeld van tussen de "hoofdstukjes' van Stranger than Paradise. Als ademtochtjes lieten ze zijn film trillen van leven.

Stranger Than Paradise werd voltooid in 1984 en in Cannes bekroond met de Gouden Camera. Het was, na zijn filmschool-produktie Permanent Vacation, Jarmusch' officiële debuut en markeerde het begin van een voorspoedige carrière. Jarmusch liet zich niet verleiden om te gaan werken in opdracht van de grote Hollywoodstudio's, die zich na zijn succes bij hem aandienden met scenario's en grote budgetten. Zijn volgende films maakte hij in zijn eigen tempo en voor zowel Down by Law (1986) als Mystery Train (1989) behield hij zijn eigen stijl: de aantrekkelijk gesjochten manier van vertellen, de lange camera-instellingen, de droge humor in mise en scène, dialogen en acteursregie.

We spreken elkaar in Parijs met uitzicht op het kerkhof van Montmartre. Jarmusch gaat nog steeds gekleed in het zwart. Ook de vroeg-grijze kuif had hij tien jaar geleden al, alleen zijn daar eigentijdse, eveneens grijze, tochtlatten bijgekomen. Ook nu is er weinig nodig om Pull My Daisy ter sprake te brengen. Jarmusch is niet tevreden met Night on Earth, zijn nieuwste film, maar dat is hij nooit: “Deze is beter dan de vorige, maar ik hoop met een volgende film andere fouten te maken”. Hij beaamt dat zijn stijl van vertellen dichter dan ooit is genaderd tot de rauwe poëzie van het vrolijke alledaagse dat de beat poets in de film van Robert Frank uitstraalden. Bovendien verbeeldt het begin van Night on Earth letterlijk Kerouacs openingsregel, "Once upon a time... in the universe...'.

Ter inleiding op Night on Earth voert Jarmusch ons door het het heelal; de camera tolt rond in het duister, tussen de lichtpuntjes van sterren, zonnen en planeten, tot hij een kleine, langzaam draaiende bol in het oog krijgt. Hij suist er naartoe: er was eens... in het universum... de Aarde.

Er volgen vijf geschiedenissen, onderling verbonden door de uit zijn vorige films bekende "ademhaling' van korte stukjes zwart. Jarmusch situeerde ze op vijf ver uit elkaar gelegen plaatsen, van Los Angeles tot Helsinki. Er worden vijf talen gesproken, door acteurs aan wie de betreffende stad eigen is als de afdruk van hun pink. En toch vallen hun verhalen samen. Want hoewel we in de loop van Night on Earth een winternacht zien invallen en verstrijken, begint elk verhaal steeds op precies hetzelfde tijdstip als het vorige. Bovendien doorkruisen we met de personages onveranderlijk per taxi de betreffende stad, nu eens naast de chauffeur op de voorbank, dan weer achterin, bij de passagier. En waar we ook zitten, we zijn getuige van even kleinschalige als bizarre gebeurtenissen. Grappig en dramatisch. Mooi en tragisch. "It's a sad and beautiful world', klonk zes jaar terug als eerste zin van Down by Law. Het personage interesseerde zich niet voor de inhoud van die mededeling, hij gebruikte de zin om zijn grappig geaccentueerde Engels mee te oefenen. Maar de woorden bleven hangen. Ze kunnen nog steeds dienen als motto voor alle films van Jarmusch, ook voor Night on Earth.

“Als mijn films iets betekenen,” zegt Jarmusch, “dan is het, dat de schoonheid van het leven schuil gaat in details die zogenaamd voor zichzelf spreken.” Ter illustratie spreekt hij over zijn liefde voor het muziekstuk Sechs Stücke van Anton Webern: “Die compositie neemt heel weinig tijd in beslag, ruim zeven minuten. Ik vind het onwerelds mooie muziek. Fragmentjes klank, kleine dromen, schaars, soms zelfs nietig, met smalle, stille ruimtes ertussen. Die stiltes ontroeren me nog het meest. Die zijn net zo goed muziek als de tonen eromheen.

“Ik ben gaan houden van de ruimtes, van de gebeurtenissen, van de ontmoetingen die er niet toe zouden doen, omdat het bestaan ervan kan worden ontkend. Neem de vloer. Voor een Japanner mag de vloer het belangrijkste onderdeel van een kamer zijn, voor ons is het negatieve ruimte. Wij beoordelen een ruimte op grond van de tafels en de stoelen, aan de vloer besteden we zelden een gedachte. Die ligt er, verder niet. Hetzelfde geldt voor een taxi-rit. Het instappen is van belang en het uitstappen op het punt van bestemming. De weg die wordt afgelegd, de chauffeur, de geur in de auto, de kleur van de bekleding, dat wordt allemaal over het hoofd gezien.”

Wat maakt de tocht in een taxi dan belangwekkend?

“Dat er een complete vrijheid bestaat in een intieme omgeving. Een chauffeur en zijn klant zullen elkaar vermoedelijk nooit opnieuw ontmoeten. Knopen ze een gesprek aan, dan zijn ze niets verplicht. Ze kunnen helemaal eerlijk zijn, ze kunnen elk woord liegen, het maakt niet uit. En waarheid of niet, het verhaal van de een kan zijn sporen achterlaten in het leven van de ander.”

In de vijf taxiritten die Jarmusch omsmeedde tot zijn Night on Earth wordt veel gesproken. In Los Angeles ondervindt een in de filmindustrie hoog gestegen dame (Gena Rowlands) dat ze, ondanks haar benijdenswaardige positie, minder kans heeft op het vinden van "Mr. Right' dan de sjofele chauffeuse (Winona Rider). In New York wijst Yo-Yo (de Spike Lee-acteur Giancarlo Esposito) zijn taxichauffeur, een net uit de voormalige DDR geïmmigreerde, gewezen clown (Armin Müller-Stahl), de weg naar Harlem, maar hij verzuimt hem de weg terug deugdelijk uit te leggen. In Parijs staat een kwaaie zwarte chauffeur verbaasd over de zelfredzaamheid van zijn beeldschone blinde passagier. In Rome jaagt een uitgelaten chauffeur (Roberto Benigni) door de kromme straatjes en begint vol overgave te biechten bij de priester die instapt. Zo vermeit hij zich in de verrukkingen van zijn, smakelijk vertelde, zonden, dat hij niet merkt dat de priester - is het wel een echte? - onwel wordt en sterft. En in Helsinki zitten drie grote mannen samen in de taxi te snikken om een overleden baby, terwijl een vierde zijn roes uitslaapt.

Jarmusch waarschuwt dat de chauffeurs in zijn verhalen verre van realistisch zijn.

Zijn ze te aardig?

“Nee, dat bedoel ik niet. Ze spreken te veel. In werkelijkheid zegt zeventig procent niks, is mijn ervaring. En in Parijs zwijgen ze allemaal, zodra ze mijn Amerikaanse accent horen. Alleen in New York zijn taxichauffeurs bijna altijd in voor een gesprek. Ze komen overal vandaan en ze zijn bereid tot vergaande discussies. Aan mijn film ontbreekt een taxi in Tokio. Daar dragen de chauffeurs witte handschoenen. Ze zeggen nooit een woord, want dat vinden ze onfatsoenlijk. Zo'n zwijgende rit ertussen had ik mooi gevonden, maar het was helaas te duur.”

Complimenten hoort Jarmusch graag, maar hij wuift ze ook direct weg. “Dit was niet de film die ik wilde maken. Ik had uitgewerkte plannen voor een western, in zwartwit, op breed cinemascope formaat. Een film over de Amerikaanse cultuur die door Hollywood zo valselijk homogeen wordt afgeschilderd. Amerika is bevolkt met vreemdelingen, dus komen mijn cowboys uit alle windstreken. Ze moeten onder meer worden gespeeld door de Franse acteur Jean-François Stevenin, de Finse cineast Aki Kaurismäki en door Roberto Benigni.

“Ik probeerde die western op poten te zetten, maar dat lukte slecht. Ik realiseerde me dat het op zijn minst drie jaar zou gaan duren voor ik aan het werk kon. Ik raakte overstuur bij het het idee nog zoveel jaren te moeten wachten met filmen, ik merkte zelfs dat ik gedeprimeerd werd. Toen heb ik in acht dagen Night on Earth geschreven.”

Met die western had hij, zegt hij, nu eens een "non-Jarmusch-film' willen maken. Night on Earth was niet voor niets eenvoudiger te produceren. Al is hij strakker van vorm, al is hij taniger van toon, hij is net zo aanstekelijk als Jarmusch' eerdere werk. De film is muzikaal van sfeer en opbouw, zoals alleen Jarmusch dat kan en dat komt niet alleen door de muziek die zijn vaste componist Tom Waits ervoor maakte. “Ik heb een soort liederen-cyclus willen maken”, beaamt Jarmusch. “Ik heb bij het schrijven van de vijf delen voor het scenario soms gedacht aan de Vijf Rückert Lieder van Mahler. Aan hun sfeerwisseling: van licht tot zwaar en terug, en dan uitkomen bij dat laatste lied, het mooiste: "Ich bin der Welt abhanden gekommen'.

Night on Earth lijkt een "road movie' door de nacht. Het reizen schakelt de tijd uit. De film neemt ons mee van zonsondergang tot zonsopgang en toch beginnen alle verhalen op hezelfde tijdstip.

“Ik ben zeven keer in Japan geweest en nog steeds vind ik het merkwaardig dat ik op dezelfde tijd kan aankomen als ik vertrok. Als dat zo is, waar slaat de tijd dan op? Of ik denk 's nachts in New York aan een vriend, hier in Parijs. Bij hem is het dan zes uur in de ochtend: wat zou hij doen? De tijd maakt de wereld onbetrouwbaar. Night on Earth stelt vast dat vergelijkbare situaties die zich op hetzelfde moment voordoen door het tijdsverschil compleet anders kunnen verlopen.

“In Night on Earth begint elk verhaal met een rinkelende telefoon. Een telefoon is, anders dan een klok, een vast punt. Voor mij is de telefoon een emotioneel instrument - een wapen dat de tijd verslaat. Telefoneren kan altijd, hoever je ook van elkaar verwijderd bent. Met de telefoon kun je over de tijd heen springen.

“Ik koos voor de steden die ik goed ken. De steden moesten zelf personages worden, met herkenbare gevoelens van kleur en licht, ondanks het nachtelijk duister. Tom Waits heeft de muziek steeds een bijpassende kleur meegegeven. Los Angeles is bont en schel van tint; we horen een fuzzy elektrische gitaar. Helsinki is een heldere stad, met veel grijs en groen; het muzikale thema wordt beheerst door een koude trompet. Parijs voelt blauw, het instrument is niet die gebruikelijke accordeon, maar een harmonium. De taxi's mochten geen toeristen-routes rijden. In Parijs doorkruisen we Belville, een arbeiderswijk die mij veel meer over de stad zegt dan bijvoorbeeld Saint Germain. In Rome heb ik wel het Colosseum gefilmd. Een bekend monument, maar dat weglaten vond ik weer krampachtig, want dat zie je overal, waar je ook heengaat. We komen ook langs Café Tevere uit Pasolini's film Accattone en Hotel "Genio' in de wijk Trastevere, waarvan ik me al vijftien jaar afvraag welk genie ze nu weer hebben gelokt om te komen logeren onder die veelbelovende naam.

“Elke episode liet ik bepalen door wat die stad mij schonk aan herinneringen en dus aan associaties. De personages schreef ik speciaal voor de acteurs die ik ter plaatse ken. Zo staat Rome in het teken van mijn vriendschap met Roberto Benigni. Al sinds 1978 speel ik er met hem "senso unicootje' - dan rijden we 's nachts consequent alle straatjes met eenrichtingsverkeer in vanaf de verkeerde kant. Vandaar dat mijn Romeinse taxichauffeur zo uitvoerig klaagt over de plaag van de "senso unico' in Rome.”

Die chauffeur, Benigni op zijn best, klaagt niet alleen, hij parafraseert er zelfs Dante voor. Op verzoek van Jarmusch bedacht Benigni een toepasselijke variatie op de befaamde eerste claus van de "Divina Commedia'. Jarmusch imiteert liefkozend Benigni's aanstekelijke Italiaanse accent: “"Jhiem! h'I 'ave ghot iet!!' hoorde ik, toen ik in de zeer vroege ochtend de telefoon opnam.” Het resultaat schalt Benigni uit, achter het stuur van de gedeukte taxi die zijn personage door Romes nauwe stegen laat razen, op jacht naar een vrachtje: "Nel mezzo del cammin' di nostra vita/ cari ascoltatori vi communico/ mi trovai in mezzo di senso unico' ("in het midden van ons levenspad/ lieve luisteraars, ik vertel jullie/ bevond ik mij in het midden van "eenrichtingsverkeer' ').

“Het eerste gedeelte van Night on Earth, over Los Angeles, bevalt mij het minst”, zegt Jarmusch berustend. “Het ging erom dat ik vrouwen vaak knopen zie doorhakken op momenten dat mannen blijven steken in de mening dat het recht op een beslissing aan hen alleen is. Ik ben zelden tevreden geweest over de vrouwenrollen in mijn eerdere films, en dat wilde ik goed maken met een vrouwen-verhaal bij uitstek. Maar het verhaal werd te veel een sprookje, niet een geschiedenis die wijzer maakt over wat die twee vrouwen voor elkaar betekenen. De actrices spelen goed, daar ligt het niet aan. Ik maakte de personages te verstandig, denk ik. In hun keuzes geloof ik achteraf beschouwd niet.

“De Parijse episode is me het liefst. Wat de chauffeur en de jonge, blinde vrouw elkaar zeggen ligt schimmig, meer in de verbeelding dan in een werkelijkheid. Dat komt ook door hun straatfrans. Die taal is schaars. De weinige woorden van die taal hebben steeds verschillende betekenissen - zo wordt poëzie ingebouwd in de gewoonste conversaties.”

Het verhaal dat hij in Helsinki wilde situeren, kostte Jarmusch de meeste moeite. “Specifiek voor die stad is wat mij betreft dat de mannen er zo opzichtig naar streven om kerels zijn. Ze vechten, ze zijn stoer en ze gaan prat op de onvoorstelbare hoeveelheden drank die ze aankunnen. Maar dat maakt ze beslist niet afkerig van emoties. Integendeel. Zou je tegen zo'n man zeggen, stel je niet aan, mannen huilen niet, dan loop je grote kans door het raam te worden gesmeten. Bij die paradox zocht ik een verhaal. Ik had vier mannen in een taxi en ik moest er drie aan het huilen krijgen. Maar ik slaagde er niet in iets te verzinnen, dat even waardig als geloofwaardig was. Toen belde mijn geluidsman me op, half in tranen. Hij was aan het werk in Italië en vertelde dat hij iets onverdragelijks meemaakte: de baby van zijn Italiaanse assistent was te vroeg geboren en dreigde te sterven. Eerst bedacht de vader dat hij zich vooral niet aan het kindje zou moeten hechten. En toen, tegen beter weten in, raakte hij ervan overtuigd dat de gigantische liefde die hij voor het kind koesterde, het leventje vanzelf zou redden. Maar het zag er slecht uit.

“Nog nooit had ik zoiets droevigs gehoord dat tegelijk zo mooi was. Zijn verhaal heb ik vrijwel letterlijk gebruikt, tot en met de woorden van de vader die zijn kind had beschreven als "een kleine pinda'. Alleen de afloop verschilt. Die assistent heeft nu een gezonde dochter. In mijn verhaal mocht de baby niet leven, dan sloegen de tranen van die mannen nergens op.”

In Stranger than Paradise belandde iedereen uiteindelijk op de plaats waar hij de meeste kansen had. Het slot van Down By Law suggereerde "en ze leefden nog lang en gelukkig'. Dat van Mystery Train ook. Ben je wreder geworden voor je personages?

“Nee, wreed wil ik niet zijn. Misschien minder romantisch. Ik denk dat alle personages uit deze film het zullen redden. De Newyorkse chauffeur Armin Müller-Stahl laat ik inderdaad achter midden in Harlem, in een auto die hij niet kan bedienen en met een minimum aan beheersing van de Amerikaanse zeden en taal. Dat is een zware beproeving, maar ik denk dat hij het redt. Zo gaat dat in New York.”

Zo gaat dat - eens, in het heelal.