Leven met een idioot

Vrij Nederland repte van een metafoor waarmee “Europa moet leren leven”, De Volkskrant legde de nadruk op “de waanzin die ontkiemt wanneer het Buiten ingrijpt in het Binnen”, en de muziekcriticus van NRC Handelsblad sprak van een opera “die zo grotesk, absurd en speels is, dat een Westerling er alleen met verbazing naar kan kijken”.

Die juichtonen maakte mij uiteraard bijzonder nieuwsgierig, maar toen ik ook nog eens las dat een gek een piespot leegt op het toneel, om vervolgens het hoofd af te knippen van een vrouw die hij eerder het hof heeft gemaakt met een meterslange dildo, was ik niet meer te houden en greep naar de telefoon om een plaats te reserveren voor de opera Leven met een idioot van de Russische componist Alfred Schnittke.

Maar helaas: alle voorstellingen waren uitverkocht. Ik kon alleen maar hopen op kaartjes die niet zouden worden opgehaald. Diezelfde avond ging ik pessimistisch gestemd naar de Stopera. Juist toen ik het gebouw wilde binnenstappen, werd ik aangesproken door een man in een soort kozakkenjas. “Koepite biljet?”, fluisterde hij. Mijn kennis van het Russisch is gebrekkig, maar ik begreep dat hier een illegale Rus een kaartje te koop aanbood. Hij zei dat het kaartje echt was, zowaar als hij Malenkov heette, en vroeg een meier. Ik nam de gok en overhandigde hem het geld.

Omdat ik geen regelmatige bezoeker ben van de opera, duurde het enige tijd voordat ik mijn weg in het gebouw had gevonden, maar ten slotte kwam ik terecht in een half-ronde ruimte van het theater. Vreemd genoeg vroeg niemand naar mijn kaartje en kon ik vrij plaatsnemen op een tribune die bestemd was voor het publiek.

De voorstelling was al begonnen. De zangers, die overigens meer praatten dan zongen, zaten in rijen achter tafeltjes. Het leek wel een soort vergadering, die werd voorgezeten door een man met een rare ketting om. Alles wat gezegd werd, werd hakkelig gezegd in een heel krom taaltje. Echt te begrijpen was het niet, maar af en toe ving ik flarden op van herkenbare woorden. Ik moest daar erg om grinniken, want dit was werkelijk absurdistisch toneel op zijn best.

Op een gegeven ogenblik kreeg ik door dat er over auto's werd gezongen. Er was kennelijk een stemming of een referendum geweest, waarbij 14 procent van alle kiezers voor een bepaald plan had gekozen. Die 14 procent werd nu als een meerderheid beschouwd, zodat het plan zou worden uitgevoerd. Wat knap, dacht ik, zo'n metafoor, hier wordt met kleine middelen heel helder de situatie in Rusland uiteengezet. Ik amuseerde mij kostelijk en keek mijn ogen uit en bewonderde de regie van Boris Prokovski.

Een zanger, die de rol van wethouder vertolkte, kreeg zelfs een open doekje toen hij de aria "B is A, maar dan geïntensiveerd' ten gehore bracht. Het publiek barstte spontaan in gejuich uit met deze absurde logica. Er werd zelfs "bis!' geroepen. Wel moet gezegd worden dat de opera hier en daar wat traag verliep, omdat de personages de gewoonte hadden zichzelf te herhalen, maar ten slotte kwam de scène waarvoor ik eigenlijk gekomen was: het afknippen van het vrouwenhoofd.

Een vrouw die zich Baak of Back noemt, komt treurend op. In lange slepende zinnen zingt zij dat zij diep beledigd is door een andere vrouw, die echter een dwergje met een bult en grote ogen blijkt te zijn. Het dwergje vertegenwoordigt, als mijn interpretatie tenminste juist is, zowel het absolute gelijk als het absolute kwaad. Het is dan ook de dwerg die de tuinschaar aanreikt waarmee mevrouw Baak of Back haar eigen hoofd afknipt. De kop rolt op de grond, onmiddellijk opgevangen door een dronken bakkersknecht met een wodkafles in de hand. Dan volgt er een hilarische scène, waarin de kop als een bowlingbal over de theatervloer rondgaat.

De opera eindigt, zoals Kasper Jansen terecht in deze krant heeft opgemerkt, “in totale inertie”. Niemand zegt nog iets. Beslissingen worden niet meer genomen, want alles is verzand in onzin. Als iemand toch nog iets naar voren brengt, antwoordt het koor in een slome dreun: “Ja hoor, het zal wel.”

Niettemin sprong het publiek na afloop op de banken. Ik ging gesticht naar huis, want het is waar: het theater houdt je een spiegel voor. Maar als ik die Malenkov te pakken krijg, die mij een kaartje heeft verkocht voor een voorstelling waar ik gratis in kon, dan zal hij ervan lusten.