Column

Krankzinnig

Dus er komt in de Bijlmer een nieuw stadion. Kosten: tweehonderdzoveel miljoen. Amsterdam betaalt dertig, particulieren vijftig, Ajax twintig, institutionele beleggers ook vijftig en dan is er nog een gat, maar dat komt wel. Er komt een parkeergarage onder en het geld dat daaruit komt verdwijnt ook weer in het stadion. Of in dat gat. Ondertussen roept een meneer Terlingen dat het stadionplan gejat is en dat hij daarom drie miljoen krijgt en zo stuiteren de bedragen door de krant.

Ik probeer me altijd zo'n vergadering voor te stellen. Wie komen er bij elkaar en waar? Verzamelt men in een zaaltje van een van de Van der Valken, nemen we een chique ruimte in het Americain of heeft de bijeenkomst plaats in het gemeentehuis? Wie zijn er aanwezig en hoe word je voor zo'n bijeenkomst gevraagd? Iemand van Ajax kan ik me voorstellen (je belt Michael van Praag en die stuurt iemand), maar hoe bereik je iemand van de gemeente.

Ik had laatst de afdeling Groot Vuil van de gemeentereiniging nodig en heb toen werkelijk iedereen in het stadhuis gesproken. Ik stoorde niemand overigens, maar dit terzijde. Toen ik de spiksplinternieuwe mevrouw Van Thijn aan de lijn kreeg heb ik de moed opgegeven. Maar hoe vraag je naar de man van dertig miljoen van stadionzaken en wie moet je bellen als je institutionele beleggers belt. Krijg je dat nummer via 008?

En dan de vergadering zelf. Wie begint er? Wie is de man met de hamer en wat zijn zijn eerste zinnen en wie is de eerste van de jongens die een miljoentje of tig toezegt?

“Als jij voor dertig gaat dan doe ik mee voor vijftig”, meldt de belegger aan de stadionzakenambtenaar die vandaag geen boterhammen heeft meegenomen in de hoop dat het een Kersentuintje wordt.

“Bel jij even met Hedy dit weekend, dan regel ik nog wel een lening bij de banken”, zegt de Ajax-meneer die sinds een jaar dicht bij de ABN Amro-haard zit.

Secretaresse Ellie van der Helm (zelf goed voor een salaris van negentienhonderd netto per maand) noteert alles alsof ze een fles shampoo op haar boodschappenlijstje bijschrijft en mijmert ondertussen of ze een grote beurt aan haar Panda zal uitstellen tot haar saldo wat minder rood is.

Een van de echte mannen oppert nog aandelen, een ander pak is somber over het gat van zoveel miljoen, maar voelt al gauw dat de rest vindt dat hij niet moet zeuren.

Op teletekst verschijnt dat de Friese boeren dreigen om anderhalf miljoen liter melk over Gods akkers te laten lopen, de reiswereld meldt dat in het paasweekend tweehonderdduizend landgenoten naar EuroDisney gaan en de aannemer probeert nog een dak op het stadion te krijgen omdat anders Mick Jagger nat wordt bij een buiig popconcert.

Op hetzelfde moment loopt een man bij mijn sigarenman binnen en bestelt honderdtwintig zitplaatsen voor de finale Ajax - Torino. Hij weet dat de kaarten honderdvijfentwintig gulden per stuk kosten. De aardige voorverkoper zegt dat hij er maar vijf per persoon heeft en hierop biedt de man voor elk kaartje de dubbele prijs. Dus de proleet in de camel jas hoest in een minuut tijd veertien mille op.

Mijn sigarenman doet waarom ik hem zo aardig vindt. Hij weigert de zwarte fooi en ik overweeg weer te gaan roken.

Mijn avondkrant meldt een debâcle voor Ethiopië. Men vreest een hongerdood voor miljoenen inwoners. Het probleem is structureel en moeilijk oplosbaar. Er is nou eenmaal geen geld. Ik hoop dat ze het nieuwe stadion verzekeren tegen aardbevingen. Anders doen de institutionele beleggers niet mee. Maar verzekeringsmaatschappijen verzekeren geen natuurrampen. Wat is eigenlijk een institutionele belegger? Meestal een verzekeringsmaatschapppij. Ik besluit krankzinnig te worden en mij te verzuipen in de Drentse melkplas.