King Kong wordt Zorro

Erhard Dietl, Dappere Theo. Uitg. C. de Vries-Brouwers, Rotterdam. ƒ 24,90.

Amanda Vesey, Daans boomhut. Uitg. C. de Vries-Brouwers, Rotterdam ƒ24,50.

Ricardo Alcantara/ Gusti, De kleine Wu-Li. Elmar, Rijswijk. ƒ 19,50.

Met de paashaas in boekvorm zal het wel nooit wat worden. Aan de Hema kan het niet liggen, want daar zijn elk voorjaar verschillende titels van veelal anonieme auteurs verkrijgbaar. Onveranderlijk zijn het boekjes van een hoog snoezigheidsgehalte: alles is opgetrokken in zuurstokkleuren, zodat vooral die beschilderde eieren goed tot hun recht komen. Maar in de reguliere boekhandel treffen we nauwelijks of geen paashazenliteratuur aan, en dat is ook geen wonder: het ongeloof in het fenomeen paashaas is wijd verbreid. Het arme beest spreekt simpelweg niet tot de verbeelding.

Dan valt aan de angsthaas meer eer te behalen. Niet alleen kan de schrijver kan hem in allerlei gedaanten opvoeren, maar ook kan hij putten uit een vrijwel onbeperkt arsenaal aan angstverwekkende wezens, ideeën en verschijnselen. De hoofdpersoon in Erhard Dietels Dappere Theo is om te zien een heel gewoon jongetje, maar het leven is voor hem een stuk lastiger dan voor de meeste andere gewone jongetjes. Theo is werkelijk overal bang voor: niet alleen voor spoken en monsters, maar ook voor zijn eigen hamster en voor schimmel in de marmelade. Voor het slapen gaan zet hij drie wekkers, omdat hij bang is dat hij niet meer wakker wordt; in bad durft hij niet, want hij zou kunnen verdrinken. En hij moet er niet aan denken dat iemand anders zijn tandenborstel zou gebruiken.

Nadat hij sidderend naar King Kong op de televisie heeft zitten kijken besluit Theo dat het zo niet langer kan. Hij schaft zich in een "enge winkel' een King-Kong-masker aan en met dat ding over zijn hoofd getrokken durft hij alles wat hij eerst niet durfde. En als hij zich is doodgeschrokken van zijn eigen spiegelbeeld, overtreft hij zichzelf. Hij knipt zonder pardon het masker in vele stukken en meet zich een nieuw imago aan met de woorden: "Het monster is verslagen. Ik ben Zorro, meester over leven en dood!'

Minstens zo geestig als de tekst zijn de cartoon-achtige tekeningen die het veel geplaagde ventje in benarde situaties tonen. De wandversieringen in Theo's huis maken het allemaal nog erger: in de badkamer hangt een schilderijtje van een zinkend schip en elders richt een geestelijke vanaf de muur zijn strenge blik op de slechts in onderbroek gehulde Theo.

Evenmin een held is Daan, de hoofdpersoon in Daans boomhut. Schrijfter/illustratrice Amanda Vesey voorzag hem van rood haar, sproeten en een aardige ouders, die hem voor zijn verjaardag een boomhut cadeau doen. Nu kan Daan de radio tenminste keihard aanzetten zonder dat daar iemand over zeurt en hoeft hij nooit meer op te ruimen. Dat er aan de totale vrijheid ook nadelen kleven, blijkt als Daan in zijn hut wat hij zelf noemt "de ergste nacht van mijn leven' doorbrengt. Na dit dramatische incident hervat de schrijfster haar aangenam laconieke toon en voert ons terug naar de opgewekte, zomerse sfeer waarvan het merendeel van de ook al cartoon-achtige illustraties doortrokken is.

Terwijl de fantasie van Daan en Theo hen met allerlei afschuwelijke angsten opzadelt, heeft Wu-Li, de hoofdpersoon in De kleine Wu-Li van Ricardo Alcantara/ Gusti, alleen maar profijt van haar verbeelding. Maar voor haar staan de zaken ook heel anders: niemand verwacht van haar dat ze zich stoer gedraagt, als de jongste en zwakste van een nest jonge poesjes. Zolang ze nog niet uit haar doos kan klimmen moet ze zich tevreden stellen met haar verbeelding. De wereld buiten de doos ziet eruit als een kindertekening in pastelkeuren, vermoedt ze. Maar die wereld blijkt toch veel minder lieflijk als ze achter haar broertjes aan op verkenning gaat: ze maakt kennis met het als een dreigende schaduw afgebeelde baasje ("Weg hier! Wég, zeg ik jullie!'), vlucht achter een badkuip op pootjes ("Heel even dacht ze dat het bad een groot eng beest was, maar nu voelde ze zich toch wel veilig achter die enorme buik') en stuit vervolgens op een voor haar neus dichtklappend katteluik: "Ze dacht dat het luik heel boos op haar was'. Uiteindelijk slaagt ze er dankzij haar verbeeldingskracht in een heldendaad te verrichten waar haar broertjes van opkijken.

Je moet van goeden huize komen om van dit soort al gauw vertederende verhaaltjes nog iets speciaals te maken. Dat dit met De kleine Wu-Li, een van oorsprong Spaanse uitgave, is gelukt ligt vooral aan de geraffineerd onbeholpen illustraties die uit talloze scheve bibberlijnen bestaan; de aandoenlijke Wu-Li zelf is uitgerust met een soort clownsneus en een paar enorme oren.