ING laveert tussen Belgische riffen en klippen Nederlandsche Bank; Ambities voor "banque d'affaire' staan haaks op standpunt Nederlandsche Bank

ROTTERDAM, 17 APRIL. ING ziet voor zichzelf in de naaste toekomst een rol weggelegd als banque d'affaire. Dit voornemen lijkt haaks te staan op het standpunt dat directeur A.H.E.M. Wellink van de Nederlandsche Bank vorige week innam ten aanzien van de toenemende machtsconcentratie bij Nederlandse financiële conglomeraten.

ABN Amro bezweerde eerder deze week de opmerkingen van Wellink dat de machtsconcentratie in financieel Nederland een heet hangijzer kon worden. Actief deelnemen in bedrijven en het voeren van industriepolitiek? Bestuurders R. Nelissen en R. Hazelhoff moesten er niet aan denken. Daarmee gaven zij de indruk dat de opmerkingen van Wellink niet zozeer aan het adres van ABN Amro waren gericht, maar aan anderen.

Het bestuur van Internationale Nederlanden Groep neemt in alle openheid de handschoen op. Nationale-Nederlanden is de grootste belegger in aan de Amsterdamse Effectenbeurs genoteerde ondernemingen. NMB Postbank is tegelijkertijd aktief in de kredietverlening aan de meeste van die ondernemingen.

De bankiers en verzekeraars in de top van de onderneming staan in tegenstelling tot ABN AMRO op het standpunt dat het aandelenbezit van de financiële conglomeraten in - met name - beursgenoteerde ondernemingen op termijn even wenselijk als onvermijdelijk is. De aanstaand voorzitter van Nationale-Nederlanden, drs. A.G. Jacobs zegt desgevraagd niet te begrijpen waarom de discussie over de bijbehorende macht juist nu is opgelaaid. “Vier jaar geleden klaagde iedereen dat institutionele beleggers te weinig investeerden in Nederlandse aandelen. Maar wanneer ze dat dan daadwerkelijk van plan zijn, klaagt iedereen over een te grote macht.”

W.E. Scherpenhuijsen Rom, die mr.J.J. van Rijn als voorzitter van ING opvolgt, doet daar nog een visionair schepje bovenop. “Het is te verwachten dat de beschermingsconstructies in Nederland op den duur moeten worden verminderd. Dat betekent dat veel Nederlandse ondernemingen straks minder goed beschermd zijn tegen vijandige overnames. Het aandeelhouderschap van de financiële instituten zou daar een uitkomst kunnen bieden.”

Als voorbeeld noemt hij de aandeelhouderssyndicaten in België en Frankrijk, waar banken en institutionele beleggers deel van uitmaken. Scherpenhuijsen Rom weet uit ervaring hoe effectief zulke syndicaten kunnen zijn. De groep vaste aandeelhouders van Bank Brussel Lambert weerhield ING tot nu toe van een overneming van de Belgische bank. De bezwaren tegen een toename van het aandeelhouderschap door financiële conglomeraten wuift hij weg. “Wacht maar tot straks het buitenland zijn oog laat vallen op de Nederlandse ondernemingen. Dan heeft iedereen het plotseling over de ontoelaatbare uitverkoop van Nederland.”

Zover wil ING het niet laten komen. Nationale-Nederlanden was, onder andere samen met Aegon en het Philips-pensioenfonds, drie jaar geleden al de drijvende kracht achter het ontstaan van Winterpalace. Dit slapende instituuut, dat genoeg potentieel kapitaal bezit om in te grijpen bij een poging tot vijandige overname van een Nederlandse onderneming, bestaat nog steeds.

Wat de naaste toekomst betreft, ziet ING voor zichzelf een rol weggelegd als banque d'affaire. Maar het idee dat de Nederlandsche Bank dan wel haar toezicht op de mogelijke belangenvermenging tussen de beleggers en de kredietverleners van ING zou moeten verscherpen, vervult de bestuurders met afgrijzen. Met de zelfregulering die ING intern aanhoudt, kan de bankverzekeraar prima toe, zo verzekert Jacobs.

Blijkbaar zijn er tot nu toe zo weinig problemen gerezen dat de bankverzekeraar toe kan met slechts één stafmedewerker die tot taak heeft het lekken van vertrouwelijke informatie tussen verschillende afdelingen van het concern tegen te gaan.