Informatie-uitwisseling

In de praktijk wisselen ondernemingen - ook zij die elkaar beconcurreren - vaak informatie uit.

Dat geldt zeker voor bedrijven die in een ”overlegcultuur' als de Nederlandse opereren. Tot op grote hoogte bestaat daartegen uit een oogpunt van mededingingsverhoudingen ook geen bezwaar. Zo treedt de Europese Commissie nooit op tegen het gezamenlijk vergaren van informatie die de deelnemende bedrijven bij voorbeeld kunnen gebruiken voor het uitstippelen van hun eigen marktbeleid, zolang zij dat maar op eigen kracht en onafhankelijk van elkaar doen. In dat verband kan men denken aan gemeenschappelijk marktonderzoek, gezamenlijke conjunctuuranalyses, bedrijfstakvergelijkingen e.d. Zonder verdergaande vormen van samenwerking of afspraken is het inventariseren en bespreken van dit soort gegevens niet een concurrentie-beperkende activiteit. Hetzelfde geldt volgens de Europese Commissie voor ””de uitwisseling van meningen en ervaringen''.

Toch is een al dan niet georganiseerde uitwisseling van informatie, zeker tussen concurrerende ondernemingen, niet zonder risico's. Enige jaren geleden is bij voorbeeld een groot aantal Europese fabrikanten van petrochemische produkten met een totaalbedrag van 58 miljoen ECU (zo'n 130 miljoen gulden) beboet. De Europese Commissie verweet hen onder meer gedurende langere tijd stelselmatig te zijn overgegaan tot de uitwisseling van gedetailleerde marktinformatie en zakengeheimen. In sommige gevallen was haar bewijsvoering flinterdun: de aanwezigheid van vertegenwoordigers van enkele bedrijven bij deze vergaderingen werd ook wel afgeleid uit reisdocumenten zoals een vliegticket. Dat de Commissie hier zo hard uithaalde naar de uitwisseling van zakengeheimen hield verband met haar indruk dat een en ander de reuk had van verdergaande (investerings-, prijs- en/of markt) afspraken. Maar ook wanneer de uitwisseling van informatie niet een ondersteunend instrument zou zijn voor verdergaande afspraken, kan de Europese Commissie ingrijpen. Dat blijkt uit een recente beslissing waarin de Commissie haar veto uitsprak over een informatiesysteem dat in het Verenigd Koninkrijk was opgezet door een aantal fabrikanten en importeurs van tractoren (landbouwtrekkers). Dit systeem was zo gedetailleerd en zo actueel dat het de acht deelnemende bedrijven en hun respectieve dealernetwerk in staat stelde om dagelijks de verkoopresultaten en de penetratie van iedere aangesloten concurrent op de Engelse markt te volgen en dat model, per produktgroep (pk-klasse) en per geografisch gebied (dealerrayon). Aldus was in de loop der jaren volgens de Commissie volledige transparantie ontstaan tussen concurrenten op het niveau van zowel produktie als distributie. En dat terwijl juist onzekerheid in belangrijke mate een concurrentierisico vormt. Immers, zonder zo'n informatiesysteem moeten de betrokken bedrijven concurreren op een markt ””waar het tot op grote hoogte onzeker is waar, in welke mate en met welke middelen rivalen een aanval ondernemen'', aldus de Commissie. Het uitschakelen van deze concurrentiefactor achtte zij in dit geval in strijd met de Europese mededingingsregels, mede omdat de uitgewisselde informatie zo actueel was (dagelijks) en de betrokken acht bedrijven op de Engelse markt tezamen een marktaandeel van ruim 85 procent bezaten. Het bekritiseerde informatiesysteem maakte het aldus voor een omvangrijke groep van producenten mogelijk het eigen marktgedrag af te stemmen op dat van de concurrent, met gevolg dat de betrokken ondernemingen zich op de betreffende markt min of meer op uniforme wijze gaan gedragen. Of dat ook werkelijk het geval is, is een vraag die de Commissie zich in dit geval zelfs niet heeft gesteld. Kennelijk wordt reeds de uitwisseling van gevoelige commerciële en actuele informatie - bij de geschetste marktverhoudingen - gezien als een potentiële poging tot coördinatie van marktgedrag en daarmee als een ongeoorloofde beperking van mededinging. En dat is een verreikend standpunt dat de Commissie bij mijn weten nog niet eerder zo stellig heeft ingenomen: naar gelang de marktverhouding (al dan niet hoge concentratiegraad, toegankelijkheid e.d.) kan de uitwisseling van commercieel gevoelige informatie alleen al vanwege de potentiële concurrentiebeperkende gevolgen op de betrokken markt in strijd zijn met het kartelverbod uit het EG-verdrag. Voor het uitwisselen van gegevens - vooral wanneer dat plaats vindt tusen concurrenten - is het als in het verkeer: het is gewoon altijd uitkijken en oppassen geblazen.