Farizeisme en mensenrechten;

Staat het Nederland om het regime in Indonesië verwijten te maken? Formeel is er niets tegen in te brengen dat een land dat nog niet lang geleden bijna de helft van de Atjehse bevolking uitroeide nu de Indonesiërs op de vingers tikt over schendingen van de mensenrechten in Atjeh. Maar waarom ziet men in Nederland juist het falen van de Indonesische regering zo goed? Rudy Kousbroek herinnert zich het China-debat.

Een pijnlijk verschijnsel waar je wel eens mee in aanraking komt is Duitsers die bij voorbeeld de Amerikanen voor onmensen uitmaken vanwege de atoombommen op Japan. Zo bevat het gastenboek van het Vredesmuseum in Hiroshima een aantekening van een Duitser, die aan God vraagt of hij "de Amerikanen in de toekomst alsjeblieft wat intelligenter wil maken'. Je ontsnapt daarbij niet, wat je verdere standpunt ook mag zijn, aan de neiging om tegen zo iemand te zeggen: heb je je wel eens verdiept in wat jullie zelf hebben uitgespookt?

Helemaal vergelijkbaar is het niet, maar toch kan ik me voorstellen dat het de Indonesiërs hevig irriteert wanneer uitgerekend de Nederlanders een grote mond tegen hen opzetten over de mensenrechten in hun land. De feiten zijn van een andere orde, maar emotioneel is er een analogie die bij mij een acuut gevoel van schaamte teweegbrengt. Natuurlijk, de waarheid van beschuldigingen is niet afhankelijk van wie ze uitspreekt. Formeel is er niets tegen in te brengen dat een land dat nog niet lang geleden bijna de helft van de Atjehse bevolking uitroeide nu de Indonesiërs op de vingers tikt over schendingen van de mensenrechten in Atjeh. Maar als ik lees (in deze krant van 30 Maart j.l.) dat minister Pronk aan de autoriteiten in Jakarta had laten weten dat hij als IGGI-voorzitter begin April naar Atjeh wilde afreizen om daar een inspectietocht te ondernemen, dan ga ik door de grond.

Tot grote hilariteit ongetwijfeld van figuren als Heldring en Van Doorn; die hebben daar geen enkele moeite mee: de een pocht in zijn hersenloze chauvinisme dat Van Heutsz nu zelfs al door een Indonesische generaal tot grote geopolitieke empire-builder is uitgeroepen, de ander maakt zich graag vrolijk over "de typisch Hollandse neiging" om zich schuldig te voelen over het koloniale verleden; vandaar dat er voor hem tijdens de oorlog tegen de Indonesische Republiek niets ernstigers aan de hand is geweest dan wat incidentele 'ontsporingen'.

Wat in mijn typisch Hollandse ogen bijna alle reacties kenmerkt is een niet minder typisch Hollands farizeïsme. In de eerste plaats natuurlijk in de hoek van waaruit Pronk nu verweten wordt een scherpslijper van de mensenrechten te zijn geweest, met de implicatie dat er met het regime van Soeharto wat de mensenrechten betreft eigenlijk helemaal niet zoveel loos was. Maar omgekeerd vraag je je af hoe iemand in ernst durft te zeggen dat Pronk "juist heeft gehandeld', zoals ook van veel kanten beweerd wordt. Zo is het al tamelijk curieus om de recente uitspraken van "Indonesië-kenner Schulte Nordtholt' (in de Volkskrant van 27 Maart jl.) te vergelijken met wat hij over hetzelfde onderwerp te vertellen had op 9 Mei 1988 in deze krant ("Minister Bukman lijkt in de kuil van Soeharto te vallen'), maar ik bedoel iets anders, en dat is het standpunt dat onder andere geformuleerd werd door Daan Bronkhorst in de Volkskrant van 4 April 1992.

Bronkhorst geeft een lijstje van wat hij omschrijft als de grootste massamoorden van na de oorlog. Dat ziet er uit als volgt: " 's werelds grootste of een na grootste na-oorlogse massamoord' was de slachting van "naar algemeen aanvaarde schatting 500 duizend communisten en linkse elementen in Indonesië in 1965' (het regime waarmee Indonesië hier zou wedijveren om de eerste plaats is "Democratisch Kampuchea'). Vervolgens komt de Indonesische invasie van Oost Timor, waarbij "honderd tot tweehonderdduizend mensen werden gedood. Het was in grootte de derde of vierde na-oorlogse massamoord, alleen geëvenaard in Oeganda'. Daarna komen nog de moorden op meer dan vijfduizend criminele verdachten door leger en politie, op "honderden burgers gedood door Indonesische veiligheidstroepen vooral in Atjeh. Daar kwam nog eens de moord op meer dan honderd demonstranten op Oost-Timor bij.' Het Indonesische militaire bewind, concludeert Bronkhorst, "behoort tot (sic) het meest moorddadige ter wereld.'¹

Hoeveel Daan Bronkhorsten er in Nederland bestaan weet ik niet, maar toen ik dat las begon ik me iets te herinneren, namelijk het zogenaamde China-debat van nu bijna twintig jaar geleden, waarin ik, samen met Simon Leys, Renate Rubinstein en Karel van het Reve, werd uitgemaakt voor fascist en handlanger van de C.I.A. en de Guomindang, omdat ik het geloof dat er in China onder Mao Zedong iets heel moois was opgebloeid in twijfel durfde te trekken. Een van de mensen die dat zei en geloofde was, als ik me niet vergis, deze zelfde Daan Bronkhorst. Nu heb ik een slecht geheugen voor namen en misschien zou ik me hem niet herinnerd hebben als mij in die opsomming van moorddadige regimes niet een merkwaardige lacune was opgevallen: communistisch China, met een dodencijfer van "naar algemeen aanvaarde schatting' tientallen miljoenen verreweg het meest moorddadige regime van na de oorlog en misschien wel van alle tijden.

Beulen

Misschien is het wel een andere Daan Bronkhorst, maar wie in dit verband in elk geval dezelfde blijft is prof. W.F. Wertheim. Door hem namelijk worden diezelfde beschuldigingen met precies diezelfde omissie al jaren verkondigd. Hij wordt niet moe het regime van generaal Soeharto voor fascistisch en moorddadig uit te maken, terwijl hij de onnoemelijk veel grotere verschrikkingen van Maoistisch China tot op de dag van vandaag probeert te bagatelliseren en goed te praten. Vandaar dat mij, als hij schrijft dat zijn begrip voor de Chinese revolutie in het verlengde ligt van zijn begrip voor de Indonesische revolutie (NRC-Hbl. 27-3-'92) de schrik om het hart slaat. Dat is nu precies waarom ik zijn opvattingen zo sinister vind; als het ook in Indonesië zover was gekomen zou je hem niet horen, maar nu dat is verijdeld blijft hij onvermoeibaar zijn venijn uitstorten over "de zwarte reactie en terreur van Suharto en zijn beulen.'

Zijn tactiek bestaat eruit zijn tegenstanders voor de voeten te gooien dat zij tegen dit regime "geen woord van protest laten horen', er tegelijkertijd voor zorgend dat zulke protesten zoveel mogelijk alleen door zijn medestanders worden ondertekend, zoals ik in mijn antwoord van 27-3 heb laten zien. Je wordt op die manier telkens gedwongen je op een oneigenlijke manier te rechtvaardigen, maar als het moet zal ik niet aarzelen het te doen: het is duidelijk dat er op het Indonesische generaalsregime zeer veel is aan te merken, maar het zijn enfants de choeur in vergelijking met de misdadigers van wie Wertheim de pleitbezorger is. Ik citeer met instemming wat Wiecher Hulst hierover eens heeft gezegd, in een interview met Sjoerd de Jong (NRC-Hbl. 5-3-'88): “Toch weigert Hulst Indonesië een dictatuur te noemen. "Niet in onze westerse zin. Het is niet te vergelijken. In kringen van het Indonesië -comité noemt men het bewind wel fascistisch. Flauwekul. Het huidige bewind is een Javaanse kraton met een semi-westers mombakkes. Soeharto probeert zijn volk, simpel gezegd, een ontwikkeling in westerse zin door de strot te duwen met de machtsmiddelen van een middeleeuwse Javaanse vorst. Je kunt wel zeggen dat het een stel moordenaars is, maar er zitten heus ook heel puike mensen binnen de militaire bureaucratie die het beste met hun land voor hebben.”

Er is mij van verschillende kanten verweten dat ik in mijn bespreking van De staatsgreep van Jacob Vredenbregt (6-3-'92) te mild ben geweest. Ik weet niet of dat waar is, maar ik ben mij natuurlijk van mijn feilen bewust. Een daarvan is misschien mijn overtuiging dat het Soekarno is geweest die de grondslagen voor een democratisch Indonesië heeft vernietigd. Niet uit misdadigheid, maar uit megalomanie en onverantwoordelijkheid, zoals een verwend kind zijn speelgoed vernietigt en tenslotte de boel in brand steekt. Symptomatisch is in mijn ogen het feit dat hij een begaafde politicus en onkreukbare democraat als Soetan Sjahrir al vroeg als bedreigend beschouwde en gevangen liet zetten. Wat mij al sinds lang hindert is dat deze toedracht door al het demagogische geschreeuw van communisten als Wertheim en hun meelopers achter een rookgordijn is verdwenen, en dat zij om voordehandliggende redenen het regime van Soeharto veel zwarter trachten af te schilderen dan het is. Een vergelijking met andere Aziatische landen, om van Afrikaanse maar te zwijgen, valt duidelijk in het voordeel van Indonesië uit.

Er is daarbij nog een twijfel die mij van het hart moet, en dat is aan de betrouwbaarheid van dat cijfer van 500 duizend slachtoffers in 1965. Dat er in die tijd verschrikkelijke dingen zijn gebeurd is wel duidelijk, maar een onbeantwoorde vraag is ook in hoeverre het regime van Soeharto er uitsluitend voor verantwoordelijk is geweest. Volgens een Indonesische vriend die zich in die tijd op Java bevond is er door alle partijen op een beestachtige manier huisgehouden en heeft het leger zelfs in een aantal gevallen verdere moordpartijen verhinderd.

Hoe dit ook zij, het aantal slachtoffers in "Democratisch' - dat is te zeggen communistisch - Kampuchea was ongetwijfeld veel en veel hoger; ook de poging om dat met de gebeurtenissen in Indonesië op een lijn te stellen ruikt volgens mij naar een communistisch foefje om de aandacht van zichzelf af te leiden. Maar een ding is zeker: als zij hun zin hadden gekregen zou er in Indonesië ook zoiets zijn gebeurd. Dat is, zoals Jacob Vredenbregt zei bij de presentatie van zijn boek, in elk geval door Soeharto en de zijnen verhinderd.

1. Hoe iemand op grond hiervan kan concluderen dat "Pronk juist heeft gehandeld' is onbegrijpelijk; van twee dingen een: of er zou nooit enige sprake van hulp aan zo'n regime mogen zijn geweest, of de initiatieven van Pronk waren inconsequent en misplaatst.

Wat kan toch de zin van deze activiteit zijn? Hierbij valt immers de rest van het gelaat buiten het gezichtsveld en het oog zelf is zoals wij gezien hebben vrijwel niet in staat tot enige expressie. Er komt bij dat er van scherp zien als gevolg van de geringe afstand en de reeds genoemde mydriasis geen sprake kan zijn. Hoe dan te verklaren dat deze activiteit zeer lang kan worden voortgezet zonder dat de betrokkenen er genoeg van krijgen en dat zij werkelijk de illusie koesteren zich te spiegelen in elkaars ziel?