Dit jaar al 450 illegalen via Roosendaal uitgewezen

DEN HAAG, 17 APRIL. Een “paardemiddel” noemde staatsecretaris Kosto (justitie) tijdens een Kamerdebat in september vorig jaar zelf de methode om moeilijk uitwijsbare illegalen maar bij Roosendaal op de trein te zetten met enkele reis richting het Zuiden. Via de Roosendaal-methode zijn in de eerste drie maanden dit jaar zo'n 450 illegalen de grens overgezet.

Afgelopen woensdag veroordeelde het Benelux gerechtshof in Brussel deze praktijk. Het hof oordeelde aanvankelijk alleen over geschillen tussen Beneluxpartners over de uitleg van verdragsbepalingen. Sinds 1987 acht het hof zich echter ook bevoegd te oordelen over zaken van individuele burgers. Deze procederen niet rechtstreeks voor het hof, maar het hof beoordeelt zogeheten prejudiciële vragen over de uitleg van Benelux-bepalingen die worden voorgelegd door nationale rechterlijke instaties in Nederland, Belgie en Luxemburg.

Justitie onderzoekt nog welke consequenties de uitspraak van het Hof heeft, maar verwacht wordt dat uitzetting via Roosendaal een stuk moeilijker en waarschijnlijk zelfs onmogelijk wordt.

Directeur van de Afdeling Vreemdelingzaken van het ministerie van justitie, mr. H.P.A. Nawijn, verwacht dat uit de uitspraak van het Beneluxhof volgt dat uit Nederland uitgewezen illegalen gedurende hun tocht over Belgisch grondgebied begeleid moeten worden door de Rijkswacht tot zij de buitengrens van het Beneluxgebied bereiken. Daarover zou dan overleg gevoerd moeten worden met de Belgische autoriteiten. Of dergelijk overleg veel succes zal hebben valt te betwijfelen want de Roosendaal-methode is al jaren een bron van irritatie tussen Nederland en België.

Nederland rechtvaardigt het uitzetten van illegalen via Roosendaal met de redenatie dat zij ook via België gekomen zijn. Als oorzaak voor het toepassen van de Roosendaal-methode gaf Kosto in de Kamer “het falen van de Belgische grenscontrole aan de Frans-Belgische grens”. “Alleen dat op zichzelf al zou legitimeren dat wij de gevolgen van dat falen in rekening brengen bij de Belgen.”

CDA-afgevaardigde Krajenbrink betitelde Roosendaal-procedure in september vorig jaar als “een spelletje van kleine jongens”. “Ik vind dat eigenlijk een procedure die niet meer in deze tijd past en die welhaast onaanvaardbaar geacht moet worden.”

PvdA-woordvoerder Van Traa noemde de Roosendaal-procedure eerder een voorbeeld van een gebrek aan coördinatie van het asiel- en migratiebeleid op Europees niveau.

Ondanks het feit dat hij de methode “niet chic” vond, kondigde Kosto in september aan niettemin door te zullen gaan. Via Roosendaal worden illegalen uitgewezen die niet beschikken over (juiste) identiteitspapieren. Volgens Justitie betreft het meestal Marokkanen, maar de Marokkaanse overheid is niet genegen onderdanen terug te nemen waarvan de identiteit niet vast staat. Omdat uitzetting naar het land van herkomst niet mogelijk is worden zij per trein verwijderd, in de hoop dat zij op eigen gelegenheid doorreizen naar het land van herkomst. Algemeen bekend is dat de meeste illegalen die met de Roosendaal-procedure worden uitgewezen reeds in België de trein terug nemen naar Nederland. De Rotterdamse vreemdelingendienst die vorig jaar 257 illegalen via Roosendaal verwijderde, kondigde vorig jaar juli aan niet langer van deze terugkerende illegalen te zullen uitzetten.

Kosto was in september voor voortzetting van de methode, “niet om de Belgen te irriteren, maar omdat het alternatief zo vreselijk onaanvaardbaar zou zijn,” zoals hij in de Kamer zei. Volgens Kosto afschaffen van de Roosendaalprocedure betekenen dat hij “een premie zou zetten op non-coöperatie van een vreemdeling die eerst zijn eigen identiteit heeft verduisterd”.