Denemarken; De versukkeling voorbij

Net als de zusterpartijen in de rest van Europa zit de Deense sociaal-democratische partij (SDP) behoorlijk in de versukkeling. Decennia lang vormde zij met een aanhang van omstreeks veertig procent van de kiezers de basis van vrijwel iedere regering, maar nu zit ze al tien jaar in de oppositie zonder de zekerheid dat daar op korte termijn verandering in komt.

Het Deense socialisme is ook niet meer wat het geweest is. Zo besloot het sociaal-democratische stadbestuur van de hoofdstad Kopenhagen, principieel voorstander van het staatseigendom van de grond, het pretpark Tivoli aan een particulier te verkopen met het oog op het geld dat het zo kon opbrengen. Jakob Wedel-Petersen, directeur van het Nationaal Instituut voor Sociaal Onderzoek en zelf sociaal-democraat, noemde de ommekeer in Denemarken, die onder de conservatieve premier Poul Schlüter tot stand is gebracht, onlangs een bittere noodzaak: “De levensstandaard lag te hoog. We reden op een gouden wagen naar de catastrofe, maar dat is nu voorbij.” De gedachte van de alles regelende overheid spreekt ook in socialistische kring niet meer aan, waardoor de basis van de aloude verzorgingsstaat steeds meer wordt aangetast.

De sociaal-democraten staan nu voor de taak hun verloren invloed op een of andere manier te herwinnen, maar dan het liefst zonder in de oude stokpaardjes te vervallen. Daartoe is de 48-jarige Svend Auken, die sedert 1987 leider was van de SDP, enkele dagen geleden op een extra partijcongres aan de kant geschoven en opgevolgd door even oude Poul Nyrup Rasmussen, wiens papieren voor een eventueel premierschap heel wat beter liggen dan die van zijn voorganger.

Svend Auken, een intellectueel die in Frankrijk en Engeland studeerde, had zich in eigen gelederen al niet direct geliefd gemaakt, onder meer door de manier waarop hij onlangs een parlementslid, mevrouw Ritt Bjerregaard, kapittelde wegens een tweede huis waarover zij in Kopenhagen de beschikking had. In oppositiekringen zei men openlijk dat men zich de wat wispelturige Svend Auken als premier gewoon niet kon voorstellen. Zijn positie liet zich vergelijken met die van de Britse Labour-leider Neil Kinnock, wiens persoon voor veel Britse kiezers die wel sympathie hadden voor Labour een struikelblok was om ook op die partij te stemmen.

Overigens verzette Auken zich tot het laatst toe tegen zijn ontslag. Op het extra partijcongres klampte hij zich vast aan zijn positie: “Sinds ik de leiding kreeg in 1987 hebben we meer parlementsleden, meer burgemeesters en meer steun van de bevolking gekregen. Ik geloof dat de Sociaal-Democratische Partij zich de beste dienst bewijst door mij te herkiezen.” Zijn beroep was tevergeefs. Met 359 tegen 187 stemmen gingen hij ten onder, bij negen onthoudingen en één blanco stem.

Nyrop Rasmussen is een man van een heel ander kaliber. Hij gaat door voor iemand die met een eindeloos geduld naar compromissen streeft. Hij is niet iemand met een grootse visie, maar een geduldige pragmaticus. Hij spreekt ook tot de verbeelding als een self-made man die zijn studie economie bekostigde door als melkboer te werken. Vervolgens werkte hij zich op binnen de Deense vakbeweging (FO) en werd daarna als economisch deskundige door Auken naar de partij gehaald. De motieven voor zijn kandidatuur voor het partijleiderschap lieten aan duidelijkheid niets te wensen over: “Zijn we nu dichter bij regeringsdeelname dan tien jaar geleden? Ik denk dat het antwoord nee moet zijn. Nog eens tien jaar in de oppositie zullen we niet overleven.”

Rasmussen heeft een goed moment voor zijn partijcoup gekozen. Hij heeft, gezien de meerderheid waarmee hij gekozen is, nu de mogelijkheid geschapen dat de SDP haar interne problemen te boven komt en zich concentreert op de belangrijkste taak die een oppositie heeft: het veroveren van de regeermacht. De kans dat er dit najaar verkiezingen zullen worden gehouden in Denemarken is vrij groot. Dat zou dan het moment van de machtswisseling moeten worden. De centrum-rechtse coalitieregering van Poul Schlüter kampt behalve met een werkloosheid van negen procent ook met problemen van geloofwaardigheid. Zo wordt het ministerie van justitie beschuldigd van mismanagement door het leggen van zware heffingen op paspoorten en rijbewijzen. Verder loopt er een gerechtelijk onderzoek naar het beleid van de regering met betrekking tot familiehereniging van Tamils. Door dergelijke affaires ligt er een schaduw over Schlüters ploeg.

Misschien kan de wederopstanding van de Europese sociaal-democratie dus dit najaar met Nyrop Rasmussen in Denemarken beginnen. Want veel reden tot vrolijkheid hebben de Europese sociaal-democraten de laatste tijd niet.