De goedheid van voddenrapers; Reportages uit de Volksrepubliek China

Jaap Sie en Michel Hockx (samenst.): Het tweede kanaal, en andere Chinese verhalen, vert. Jaap Sie, Harold van Kooten en Rudi Rust. Uitg. Ambo/Novib, 210 blz. Prijs ƒ 29,50

Is In Afrika van Adriaan van Dis een reportage? Allicht, want het is een verslag van zijn reiservaringen en het verscheen in afleveringen in de krant. Is het ook literatuur? Niet voor wie in fictionaliteit het kenmerk ziet van literaruur maar wel voor wie bij literatuur denkt aan stijl en compositie. Maar hoe dan ook, de vraag of In Afrika als reportage wel tot de literatuur gerekend kan worden, is in Nederland, zoals het behoort, een zuiver academische kwestie.

In China ligt het probleem anders. Daar wordt het literaire karakter van een werk voor de lezers in de eerste plaats bepaald door de moed van de schrijver om eerlijk en onverbloemd voor zijn mening uit te komen. Zolang publikaties onderworpen zijn aan directe en indirecte maar altijd intensieve overheidbemoeienis, blijft het een hachelijke onderneming om in welke vorm dan ook misstanden te signaleren. Door voor de reportage de status van literatuur op te eisen en die erkend te zien door de censuur, krijgt de schrijver een iets grotere vrijheid om zijn standpunt over maatschappelijke problemen onder woorden te brengen en een iets grotere vrijheid bij vormgeving en compositie van zijn verslag.

Die vrijheid blijft altijd beperkt, en de mate is afhankelijk van de zwenkingen in de politieke lijn van de Partij als geheel en de wisselende machtsverhoudingen binnen de Partij. Wat het ene jaar gepubliceerd mag worden, kan het volgende jaar weer verboden zijn. De meest uitgesproken schrijver van reportages in het China van na 1978, Liu Binyan, leeft inmiddels buiten China. Zijn autobiografie, die ook in het Nederlands is verschenen (Een kwestie van karakter, uitgever Nijgh en Van Ditmar, 1990) geeft een onthullend beeld van de chicanes en intimidaties, geboden en verboden waarmee de schrijver van reportages in het China van de jaren tachtig kon worden geconfronteerd.

Misleidend

De bundel Het tweede kanaal, en andere Chinese verhalen is een verzameling van vijf Chinese reportages uit de jaren tachtig. De titel van het boek is dus misleidend, ook al vertellen vrijwel alle opgenomen schrijvers veel levensgeschiedenissen om hun betoog te illustreren. Het literaire gehalte van de opgenomen teksten is voor de westerse lezer helaas nul komma nul. De waarde van deze teksten is uitsluitend gelegen in de mate waarin zij een eerlijke beschrijving geven van problemen in de samenleving in de Volksrepubliek en daaraan danken zij ook in de eerste plaats hun literaire status in China. Liu Xinwu's "Aria der bussen' beschrijft de problemen van het overbelaste openbare vervoer in Peking en probeert begrip te wekken voor de levens- en werkomstandigheden van de werknemers bij het busbedrijf. Jia Lushengs "Het tweede kanaal' gaat over de privéhandel in boeken en tijdschriften als een tweede distributiekanaal naast de staatsboekhandels en hekelt het wispelturige beleid en de willekeur van de overheid ten aanzien van deze privéhandel. Feng Zhou behandelt in "Het bittere lot van de vrouw' de sociale problematiek van ongewenste zwangerschappen en abortus. Daarop aansluitend vertelt Zhang Maolong in "Het zwarte huishouden' over een voddenrapersgezin dat in de loop der jaren dertig vondelingen van de dood heeft gered. "Terug uit het Woeste Noorden' van Xiao Fuxing behandelt de reïntegratie in de stedelijke samenleving van de "intellectuele jongeren' (middelbare scholieren) die tijdens het hoogtij van de Culturele Revolutie naar het uiterste noordoosten van China met zijn barre Siberische klimaat werden gezonden voor de ontginning van nieuwe landbouwgronden. Een maatschappelijk probleem dat in al deze reportages terugkeert is het schreeuwende en schrijnende gebrek aan adequate woonruimte in China's grote steden.

Anders dan in de reportages van bijvoorbeeld iemand als Liu Binyan wordt in deze bundel zelden het optreden van de overheid of de partij als zodanig aan de kaak gesteld. Jia Lusheng gaat in "Het tweede kanaal' nog het verst maar hij uit zich wel uiterst omzichtig. In het algemeen dringen de schrijvers van deze reportages eerder aan op meer en beter overheidsingrijpen dan dat zij de rol van de Partij of haar vertegenwoordigers ter discussie stellen. Deze voorzichtige selectie heeft wellicht te maken met het feit dat een van de samenstellers in China woonachtig is. Jaap Sie, die onder andere de Max Havelaar in het Chinees vertaalde, heeft in deze bundel drie vertalingen bijgedragen uit het Chinees en zijn correcte maar soms wat stijve Nederlands geeft ongetwijfeld een goede indruk van de stijl van de originelen.

Met het oog op de documentaire en informatieve waarde van deze bundel is het jammer dat de samenstellers niet meer gegevens hebben verstrekt over plaats en tijdstip van oorspronkelijke publikatie van deze reportages en hun eventuele repercussies. Ook zouden in een aantal gevallen verklarende aantekeningen voor het Nederlandse publiek de leesbaarheid kunnen hebben vergroot.