Behoud beurs afhankelijk van studieprestaties

ROTTERDAM, 17 APRIL. Studenten die in 1993 met hun studie beginnen moeten ook na hun propaedeuse jaarlijks een minimaal aantal studiepunten halen om hun beurs niet met terugwerkende kracht kwijt te raken. Minister Ritzen (onderwijs) heeft dit gisteren geschreven aan studentenbonden, universiteiten en hogescholen.

Het Enschedese Centrum voor studies van het hoger onderwijsbeleid zal onderzoeken hoeveel punten per jaar minimaal moeten worden gevraagd van de student. Al eerder stelde het CSHOB vast dat de norm na de propaedeuse hoger moet zijn dan in het eerste jaar. Ritzen neemt in zijn brief deze constatering over en kondigt aan dat hij in elk geval meer zal vragen dan de vier studiepunten die hij in de propaedeuse als minimum-inspanning eist.

In januari kondigde Ritzen aan dat met ingang van komend studiejaar bij studenten die in het eerste studiejaar niet minimaal vier studiepunten halen de beurs achteraf wordt omgezet in een rentedragende lening. Die aankondiging was het resultaat van mislukte onderhandelingen met studentenbonden, universiteiten en hogescholen over een alternatief voor Ritzens plan om studenten die hun propaedeuse niet in een jaar halen geen beurs meer te geven. Dat idee was door de Tweede Kamer afgewezen. In een brief aan de Tweede Kamer schreef de minister in januari te overwegen studenten ook na de propaedeuse minimum-eisen te stellen.

De maatregel in de propaedeuse moet een besparing op de uitgaven voor studiefinanciering van 20 miljoen gulden in 1994 en 35 miljoen in 1995 en volgende jaren opleveren. Nog onbekend is hoeveel Ritzen bezuinigt met de invoering van de temnpobeurs in de jaren na de propaedeuse. De hoogte van dat bedrag zal mede afhangen van de norm die wordt gehanteerd.

De studentenbonden, universiteiten en hogescholen leverden eerder al scherpe kritiek op de maatregelen van de minister. De universiteiten en hogescholen hebben grote bezwaren tegen het voornemen van Ritzen om ze financieel te laten "opdraaien' voor de compensatie van studenten die bijvoorbeeld door ziekte niet de vereiste minimumprestatie hebben kunnen leveren.

De universiteiten en hogescholen wilden ook dat de studenten zelf bij de Informatiseringsbank aantoonden dat zij de vereiste prestatie hebben geleverd. In de brief die hij gisteren zond, schrijft Ritzen dat de universiteiten en hogescholen de bank jaarlijks moeten informeren over de studieprestaties. In de afgelopen jaren is, onder meer uit onderzoek door visitatiecommissies, herhaaldelijk gebleken dat hogescholen en vooral universiteiten geen betrouwbare administratie voeren over de studievoortgang van de studenten.