"Alleen avant garde op KunstRai 92'; Directeur Erik Hermida van de KunstRai oogst kritiek met nieuw beleid

Erik P. Hermida (33) is de directeur van de achtste KunstRai, die van 3 t/m 8 juni gehouden wordt. De voorbereidingen verlopen niet zonder problemen. Maar: “Als in Madrid, toch een soort super-Zwolle, een internationale kunstbeurs gehouden kan worden, dan moet dat in Amsterdam toch zeker ook kunnen.”

Ondanks tegenslagen houdt Erik Hermida de moed er in. Afgelopen december werd hij, kunsthistoricus, directeur van de stichting Onderneming & Kunst en onder meer ook adviseur over de bedrijfskunstcollectie van Peter Stuyvesant, gevraagd of hij directeur wilde worden van de jaarlijkse hedendaagse kunstbeurs in de RAI. Toen hij ja zei wist hij nog niet dat het tot vorige maand zou duren voordat zeker werd dat de KunstRai dit jaar wel door zou gaan. De twee hoofdsponsors die de kunstbeurs de afgelopen jaren mogelijk maakten hadden zich teruggetrokken. Pas begin maart toen een investeringsmaatschappij, de Wolters Schaberg Groep, bereid bleek een sponsorbijdrage van een halve ton te leveren was er zekerheid over het voortbestaan van de KunstRai.

Nog geen maand later barstte kritiek los. Zeven boze galeriehouders vielen in een open brief Hermida aan op zijn nieuwe, ambitieuze beleid. De zeven hadden, met tientallen andere galeriehouders, van het bestuur te horen gekregen dat ze dit jaar niet mee mochten doen, omdat ze niet in het nieuwe concept van de KunstRai pasten. De KunstRai wil zich dit jaar meer dan voorheen richten op avant garde kunst.

Hermida: “Bij de opening van de KunstRai vorig jaar stelde minister d'Ancona dat de KunstRai op een tweesprong was aangeland. Moest het verder als een brede kunstbeurs voor een groot publiek, of als een beurs voor vernieuwende kunst voor een select publiek? Voor dat laatste koos het nieuwe bestuur (bestaande uit G. Dales, directeur van het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst, mr J.W. Knipscheer en galeriehouder en uitgever R. Brattinga). Ik sta achter dat beleid. We willen een innovatieve, exclusieve beurs maken. Dat moet wel, anders maak je geen naam tussen al die andere al maar groter wordende kunstbeurzen in Europa, zoals Keulen, Frankfurt, Bazel, Madrid.”

“Dat betekent dat er scherp geselecteerd moet worden. Er zijn galeries genoeg die mee willen doen. Maar wij willen alleen galeries die vooruitstrevende kunst brengen. Die hun nek uitsteken. Niet de galeries die bijvoorbeeld moderne klassieken verkopen. Daarvoor kan het publiek bij die andere beurzen terecht,” zegt Hermida.

De kritiek van de afgewezen galeriehouders richtte zich vooral op wat zij een onzuivere procedure noemden. In de selectiecommissie van negen man zitten vijf galeriehouders, deelnemers aan de beurs.

Hermida: “Dat er deelnemers inzitten is logisch als je weet dat het niet een selectiecommissie, maar een adviescommissie is. Die adviseert het bestuur ook over de plattegrond van de beurs, de hoogte van de schotten en over welke galeries zij van voldoende niveau vinden. Dat er sprake is van vriendjespolitiek bestrijd ik. In iedere commissie zitten mensen met persoonlijke voorkeuren. De verscheidenheid in de commissie is zo groot dat er van vriendjespolitiek geen sprake is.”

In de adviescommissie zitten naast C. Cramer (kunsthistorica) M. Sanders (directeur Concertgebouw), K. Schampers (conservator) en V. Vlasbom (collectioneur) de galeriehouders W. Reiff, M. van Tilborg, E. Bos, H. Brinkman en F. de Maegt.

Als u zo'n ambitieuze avant garde beurs wilt maken, waarom brengt u dan een museale sieraden-tentoonstelling als centrale expositie?

“De sieradenexpositie is niet de centrale expositie. Dat wordt een speciale beeldententoonstelling, samengesteld uit beelden die voorgedragen zijn door de deelnemende galeries. De keuze wordt gemaakt door Ellen Joosten, voormalig adjunct-directeur van het rijksmuseum Kröller-Muller, Tom van Gestel, hoofd van het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten en een derde gastconservator. Maar het plan van die beeldentuin was nog niet klaar toen we het persbericht verstuurden. ”

Op de vorige KunstRai waren 110 deelnemers. Nu zijn er amper 75, waarvan ongeveer 10 uit het buitenland. Dat is aanzienlijk minder.

“We wilden ook een kleinere beurs maken. Het probleem is dat veel van de galeries die wij goed vinden, moeilijk verkoopbare kunst brengen. Die hebben dus extra te lijden van de slechte kunstmarkt op het moment, en kunnen dus om financiële redenen niet meedoen. Daar staat tegenover dat de Nederlandse galeries die wij interessant vinden, en vorig jaar dreigden af te haken omdat ze door de verbreding van de beurs de kwaliteit vonden afnemen, nu weer meedoen. Je kunst natuurlijk zeggen: het gaat slecht, we gooien Anton Pieck erin, maar dat willen we nou juist niet. Het aantal deelnemers groeit overigens nog steeds.”

Is de Nederlandse kunstwereld niet te klein voor zo'n exclusieve beurs? Waarom maakt u niet een grote, gezamenlijke presentatie van de nationale kunstwereld van de KunstRai?

“Dat vind ik een typisch Nederlands gedachte, zo van we zijn te klein en we hebben niet genoeg kwaliteit in huis. Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Ik heb een hoge pet op van de kwaliteit van de Nederlandse kunst. Wat je hier in een rondje galeries ziet doet absoluut niet onder voor wat je in New York of Madrid ziet. Eerder is hier meer spannende, innovatieve kunst te zien. Daarom: als in Madrid, een mooie, maar uiteindelijk toch regionale stad, een soort super-Zwolle, een internationale kunstbeurs gehouden kan worden, dan kan dat in Amsterdam toch zeker ook?”