Waalse wielerklassieker voor Furlan cadeau van de meester

HOEI, 16 APRIL. In de Waalse Pijl voelt Moreno Argentin zich altijd in zijn element. De wielertocht door de Ardennen, met sinds 1985 de venijnige Muur van Hoei als finishplaats, is hem op het lijf geschreven. Twee keer werd de Italiaan tweede in de klassieker, een maal tiende en in de edities van '90 en '91 werd hij op superieure wijze nummer één.

De bookmakers voorspelden dan ook dat Argentin gisteren wederom zou toeslaan in de zesenvijftigste uitgave van de "Flèche'. Op veertig kilometer van de meet was haast iedereen de mening toegedaan dat die prognose de enige juiste was. De vedette van Ariostea maakte deel uit van een kopgroep van elf renners, onder wie twee van zijn ploeggenoten. Argentin leek "in een fauteuil' op weg naar de voet van de "Muur', waar hij in de slotklim - met soms een stijgingspercentage van negentien - de concurrenten wel even simpel van zich af zou schudden.

Maar Argentin koos voor een andere aanpak. Een verrassende. De oud-wereldkampioen (1986) had naar zijn zeggen “geen beste benen”, mede door de kou en regen die het land der Walen teisterden. Hij voelde zich ook nog niet optimaal wegens de naweeën van een knieletsel, dat hij anderhalve week geleden opliep bij een flinke val in de Ronde van Vlaanderen. Argentin vreesde dat de kans reëel was dat hij in zijn grote specialiteit, het beklimmen van een korte steile berg, dit keer tekort zou schieten. De Italiaan was daarbij met name benauwd voor Gert-Jan Theunisse, die een heel sterke indruk maakte en de beslissende ontsnapping (met ook Steven Rooks, Eddy Bouwmans en Stephen Roche) op gang had gebracht.

De slimme Argentin, zo langzamerhand een van de veteranen, had voor de finale een meesterzet bedacht. In de wetenschap dat Theunisse, Rooks, Roche en de Belgische troef Luc Roosen alleen oog voor hem hadden, gaf hij zijn ploeggenoten Giorgio Furlan en Davide Cassani de opdracht een vlucht te organiseren. Samen met Gérard Rué, Alte Kvasvoll en Roosen ontsnapten de twee coureurs van Ariostea op zeven kilometer van de eindstreep Theunisse & Co. De vijf kregen na de "breuk' nog gezelschap van Pedro Delgado en Viatcheslav Ekimov. Toen de Muur van Hoei in zicht kwam, stelde Furlan zijn teamgenoot Cassani gerust: “Ben maar niet bang, ik ga winnen. Roosen en Delgado zijn op papier de grootste lastposten, maar ik heb gezien dat ze niet sterk meer zijn. Zeker Delgado niet, die is gesloopt door zijn twee inhaalmanoeuvres.”

Hoewel zijn klim naar de top moeizaam verliep, maakte Furlan het karwei met succes af. Jubelend maakte hij na afloop een dansje met Cassani en hij hield niet op Argentin te bedanken voor “de vrijheid van vandaag, voor het cadeau van de meester”.

Argentin bleef de kalmte zelf. Hij omschreef de 26-jarige Furlan als “een belofte voor de toekomst van het Italiaanse wielrennen”. Ook Rooks en Theunisse, eens de siamese tweeling, meldden bij de douches dat de winnaar van de Waalse Pijl bepaald geen onbetekenend knechtje is. Beiden herinnerden zich bijvoorbeeld dat de Italiaan deze lente in de bergrit van het Criterium International superieur was. En dat hij in Parijs-Nice op de Mont Faron met de besten meeging. Theunisse slaat Furlan op dat terrein zelfs hoger aan dan Argentin.

Maar Argentin, wiens jaarsalaris bijna anderhalf miljoen gulden bedraagt, blijft de grote man bij Ariostea dat een seizoenbudget van acht miljoen heeft en deze competitie wat overwinningen betreft (zeventien) royaal koploper is. Furlan en Cassani zeiden dat ze helpers blijven, “maar”, wist Cassani, “het geheim van onze ploeg is dat de rollen kunnen worden omgekeerd.” Voelden Rooks en Theunisse zich verrast door de taktiek van Argentin en de zijnen? Nee, zeiden ze in koor. “Op een gegeven moment reden er vier man van Ariostea voorin”, legde Rooks uit. “Je pareert dan hun aanvallen, maar een keer moet je passen. Als je blijft reageren, zeggen ze aan de finish bedankt en rijden ze je eraf. Misschien heb ik op het verkeerde paard gegokt, te veel op Argentin gelet. Hoe dan ook, dat Italiaanse blok was niet te ontmantelen. Ik had een demarrage op de voorlaatste col in gedachten. Het tempo lag daar te hoog. Geen kans dus.”

Theunisse had naar zijn zeggen best gezien dat Argentin niet in goede doen was. De Brabander was uit op revanche - twee jaar geleden werd hij na de Waalse Pijl op dopinggebruik betrapt, waarna een schorsing volgde tot de Tour de France van '91 - en versnelde drie keer opvallend bij de passages op de Muur van Hoei. Hij klaagde over te weinig steun van zijn ploeg TVM en hij foeterde op de concurrentie. “Als ik meezat in een ontsnapping reden ze niet door. Dat was knap irritant. Iedereen mocht zijn gang gaan, behalve ik.” Toen het vijftal aan het slot wegsprong, was volgens Theunisse “de kaars uit. Bovendien zat Argentin steeds aan mijn wiel. Ik kon geen kant uit.”

Argentin als de ideale knecht in de Waalse Pijl. Als lid van een team dat de koers geheel controleerde. Riep niet iedereen in wielerland dat dat laatste anno 1992 niet meer mogelijk was? Dat het peloton daarvoor te groot is? “Zondag gebeurt het misschien weer”, zuchtte Rooks, doelend op Luik-Bastenaken-Luik. “Rijden Argentin en zijn mannen dan weer zo, dan zie ik het somber in wat de winstkansen van de anderen betreft.” Ook in die tweede Ardennenklassieker voelt Argentin zich altijd in zijn element. Vier keer won hij Luik-Bastenaken-Luik, een vijfde succes betekent dat hij het record van Eddy Merckx evenaart.