Volwassen zenuwcel blijkt nog wel te kunnen groeien

Zenuwcellen in de hersenen, vooral het centrale gedeelte midden in de hersenen, groeien tot kort na de geboorte en daarna nooit meer.

Beschadigingen in het centraal zenuwstelsel, bijvoorbeeld als gevolg van hersenbloedingen of -beroertes of ziekten, kunnen gedeeltelijk worden hersteld omdat de hersenen in staat zijn om zenuwprikkels via omwegen te geleiden, maar herstel van beschadigde zenuwcellen (neuronen) in de hersenen is onmogelijk.

Althans, dat dacht men. Het tegendeel is bij hersencellen van muizen aangetoond door twee Canadese hersenonderzoekers (Science, 27 maart). Zij werkten met een kweek met losse cellen van het corpus striatum, een onderdeel van de basale ganglia, voornamelijk bestaand uit neuronenbundels, in de grijze massa midden in de hersenen. Onder invloed van epidermale groeifactor (EGF) bleek ongeveer 1% van de cellen in het kweekschaaltje te kunnen delen en groeien. De andere cellen stierven na twee of drie dagen. Andere bekende groeifactoren die in de embryonale hersenontwikkeling een rol spelen, hadden geen effect. De celdeling trad ook niet op als de cellen aan elkaar vast zaten. Onder bepaalde laboratoriumomstandigheden konden de delende cellen uitgroeien tot zenuwcellen met alle uiterlijke kenmerken van striatumcellen in muizehersenen.

De onderzoekers beschouwen de delende cellen als embryonale, in aanleg nog veelzijdige stamcellen die hier en daar in het striatum aanwezig blijven en die onder speciale omstandigheden weer zijn aan te zetten tot deling en differentiatie tot functionele zenuwcellen. Of die omstandigheden in levende zoogdieren ooit optreden is onbekend.