Verschrikkelijke vindingen

Het jaar 1985 is een historisch jaar in het internationale vogelverschrikken. Het was het jaar dat een boer in Engeland op het briljante idee kwam om acht levende stromannen zijn boomgaard in te sturen. Door te schreeuwen en te zwaaien moesten ze de vogels bang maken. De vinding is in de octrooiliteratuur niet terug te vinden maar haalde destijds wel de krant. Sindsdien zijn verbazend weinig uitvindingen op het gebied van vogelverschrikkers gedeponeerd. Het is niet meer nodig.

"Gewone' vogelverschrikkers, de onbeweeglijke poppen met overall aan en hoed op, zijn zoals bekend bij de gevederde vriendjes vooral populair als zitplaats.

Voor een afschrikwekkende werking is meer nodig dan een gestalte. Dat hoefde je Johann Tosché uit Bad Heilbrunn in 1948 niet uit te leggen. Zijn pop hing aan een scharnier in de borststreek en had een heel arsenaal van audiovisuele effecten tot zijn beschikking.

Als een waakzaam persoon vanuit de keuken aan het touw trok dat aan de pop zijn rechtervoet zat, dan ging de gedaante schommelen. Aan de balk voor zijn borst hingen een belletje, een claxon en een Schreckschusseinrichtung, die door de meezwaaiende armen in werking werden gesteld. De ene arm had verder een staf met een vlag en een lampje, dat door het wiegen werd aan- en uitgeschakeld. De andere arm droeg een verzameling kogels aan touwtjes, die al meeschommelend periodiek op een blikken plaat neerkwamen. In het hoofd was volgens Tosché ruimte voor een paar lampjes.

[ILL.1]

Waarschijnlijk terecht verwachtte de uitvinder dat niet alleen vogels voor zijn machine op de vlucht zouden slaan. Hij noemde het een "wildverschrikker'.

Tosché's vinding is handbediend, en dat is een nadeel.

Als je bij je verschrikker in de buurt moet blijven om bij onraad het ding een zet te geven, kun je net zo goed zelf gaan schreeuwen en zwaaien. Het moet automatisch, zoals eigenlijk alles.

Het ballenkanon met dito verzamelaar van de Braziliaan Waldemar Teixeira DeFreitas voldoet aan die eis. Er is een buis vol elastische ballen, met een gat waar de ballen net niet doorheen kunnen.

[ILL.2]

De buis staat in verbinding met een compressor die lucht naar binnen blaast. Eén van de ballen zal naar het gat worden geblazen en de uitgang blokkeren zodat de luchtdruk gaat stijgen.

Tenslotte zal de bal door het gat worden geperst en met een knal worden weggeschoten. Het zou de werking vermoedelijk versterken als de bal vervolgens met een boog in de boomgaard verdween, maar het ging Texeira in 1969 blijkbaar alleen om de knal. Hij stelt een ballenvanger voor waar de ballen praktisch onmiddellijk in moeten verdwijnen.

Het is een oude autoband met twee gaten in het loopvlak.

Eén gat om te vangen en één om de afgeremde ballen in een doos te lozen.

Met zo'n knal kun je meer doen en moet je meer doen. Vogels wennen aan alles, vooral aan knallen (sommige zelfs aan de angstschreeuw van hun eigen soort). Dat wist ook Dr. Fritz Reichle in 1972, toen hij zijn Schädlingsbekämpfungsgerät aanmeldde voor een octrooi. Hij wees er op, dat dieren sterker dan je zou denken reageren op wat ze zien. Zijn apparaat is daarom automatisch èn audiovisueel.

[ILL.3]

De belangrijkste onderdelen zijn een cilinder, een deksel dat de cilinder afsluit, een mast, en een zeil in schreeuwende kleuren. In de cilinder stroomt een explosief gasmengsel, dat op gezette tijden wordt ontstoken. Door de ontploffing vliegt het deksel van de cilinder af. Het deksel zit aan de mast geregen en vliegt dus langs die mast omhoog, tot het het zeil tegenkomt. Het zeil is aan de boven- en onderkant begrensd door elastische horizontaal gespannen draden.

Die vangen de botsing met het deksel op. Het zeil krijgt een zet en het deksel valt weer op de cilinder. Het zeil, met zijn verende boven- en onderkant, blijft geruime tijd heen en weer stuiteren tussen de voet en de top van de mast. De ontploffing, de beweging van het fleurige zeil en de herrie van blikjes die aan het zeil vast kunnen zitten zorgen volgens Reichle voor een behoorlijk Gesamtabschreckeffekt.

Fritz Reichle (77) is zoöloog. Na zijn promotie bij de Nobelprijswinnaar Karl von Frisch bleek er voor hem geen wetenschappelijke loopbaan in te zitten. Dus besloot hij zijn kennis op een andere manier te gebruiken. "Ik heb 30 jaar lang een zaak gehad in Schädlingsabwehr. Als de druiven en de kersen rijpen komen daar dieren op af en die moet je kwijt. Mijn verschrikker joeg alle dieren weg. Ik heb er een paar honderdduizend verkocht, in 60 landen.' Hij praat alsof hij nog steeds explosies moet overschreeuwen, maar met zijn gehoor is niets mis.

Waarom zou je de beesten eigenlijk wegjagen? Dan komen ze maar weer terug. Doodschieten is toch veel beter? "Ach nee,' klinkt het sussend. "Ze hebben toch allemaal een taak in de kringloop van de natuur.'

Naast verschrikkers heeft Reichle dan ook de nodige nestkasten ontworpen. Zo viel er altijd wat te verschrikken en bleef de kringloop in stand.

Vermeldenswaard is de vogelverschrikker van Hildegard Berger uit Boxberg, uitgevonden in 1979.

[ILL.4]

Het is een kruising tussen een tuinsproeier en een droogmolen. De molen zet zich in beweging doordat er gas uit de armen spuit. Berger denkt aan propaan uit een flesje, maar het mag ook water uit de kraan zijn. Elektrische aandrijving is ook goed. In ieder geval hangen er reepjes aluminiumfolie en roofvogelsilhouetten aan de armen van de molen. De uiteinden van de armen, waar het gas uit spuit, kunnen voorzien zijn van fluitjes.

Wat ontbreekt is het idee om het wegstromende propaan in brand te steken voor nog meer misbaar. "Het is waarschijnlijk een van de beste. It's got sight, sound and action. Op 200 meter afstand jaag je ze er nog mee weg,' zegt Peter Konzak van zijn eigen vinding. Konzak is boer en agricultural instructor in Devil's Lake, North Dakota. Hij heeft in het verleden onder andere zonnebloemen geteeld, en heeft dus flink last gehad van vraatzuchtige vogels. Hij is nu retired to sods (hij doet alleen nog in groene zoden), maar de vogelverschrikker die hij in 1983 heeft uitgevonden maakt hij nog steeds.

[ILL.5A,B]]

De basis van Konzaks mechaniek is een conventioneel gaskanon.

Konzak maakt gebruik van de wegspuitende verbrandingsgassen door een plaat voor de loop te hangen. Aan die plaat zit een touw vast, en als de plaat door het schot wordt weggekiept trekt het touw via een katrol een extra popvormige vogelverschrikker omhoog. Een van Konzaks suggesties voor het uiterlijk daarvan is: een cowboy met vleugels. Maar een gekroonde pompoen in een raket is ook in orde. De hele installatie is manshoog, zoals het een vogelverschrikker betaamt. Konzak heeft er een honderdtal verkocht à 400 dollar per stuk (exclusief het kanon). Hij heeft er twee octrooien op.

"Olieraffinaderijen gebruiken ze onder andere, om vogels weg te houden bij met olie vervuilde plassen. Zelf zou ik het apparaat graag zien bij viskwekerijen. That's where it really would shine.' Konzak kan verder bogen op een achttal octrooien die met het boerenbedrijf te maken hebben. Bijvoorbeeld een gemotoriseerde bladenslijper voor maaimachines.

Een eervolle vermelding in de categorie verschrikkers gaat naar de Gemertse kunstenaar Johan Claassen. Hij heeft van 1974 tot (nota bene) 1985 Brabantse vogelverschrikkers geobserveerd en gefotografeerd, als waren ze zelf zeldzame beesten.

"Als iemand op het gebied van vogelverschrikkers iets gedaan heeft, dan ben ik het,' zegt hij bescheiden. Een van de meest indrukwekkende foto's uit zijn collectie is die van een gekruisigd stuk pluimvee boven een aardbeienveldje te Bladel, 1975. Hij noemt andere voorbeelden: een oude, werkende wasmachine met metalen voorwerpen erin. En een kat in een kooi, zonder mededogen in een kersenboom gehesen.

[ill. 6]

Zelf heeft Claassen ook de nodige vogelverschrikkers ontworpen. Ze zijn mooi. Vooral de "Geruisverwekkende vogelverschrikker met beweegbare dubbele windvanger'. "De windvangers moeten heen en weer bewegen in de wind,' legt Claassen uit. De touwen gaan dan knarsen als het tuigage van een zeilboot.'

Werken ze ook? Dat wil zeggen, verschrikken ze vogels?

"Ze zouden wel werken, ja.'

Hoezo? Nooit geprobeerd dan?

"Ja, er hebben wel eens tijdelijk een paar op het veld gestaan.'

Het lijkt of de kunstenaar de vraag als niet echt ter zake doend beschouwt. En nee, hij heeft geen octrooi aangevraagd. Een universele observatie heeft hij daarentegen wel: "Vogelverschrikkers werken nooit, hooguit tijdelijk, omdat vogels overal aan wennen. Ze hebben voor de boer een symboolfunctie, een symbool van: ik heb iets geprobeerd.'