Utrecht weert auto met hoog parkeertarief

De Amsterdamse gemeenteraad heeft zich gisteren uitgesproken vóór het terugdringen van het autoverkeer in de binnenstad. In Utrecht is drie jaar geleden al gekozen voor een streng parkeerbeleid. Vandaag de eerste aflevering in een korte serie over het verkeersbeleid in Nederlandse steden.

UTRECHT, 16 APRIL. Met lede ogen zien de bewoners van de Utrechtse wijk Witte Vrouwen hoe 's morgens forensen hun auto in de straat parkeren en op een vouwfiets richting centrum vertrekken. Nu de automobilist uit het centrum van Utrecht wordt geweerd, verschijnt hij in de omliggende wijken.

Vorige week woensdag werd een nieuw record geboekt. Als gevolg van de spoorwegstaking en de vakbeurs ”Het Instrument' waren alle toevoerwegen verstopt en in de stad was geen parkeerplek meer te vinden. Via de regionale radio deed de politie een beroep op de automobilisten hun voertuig buiten de stad te parkeren en de bus te nemen. Voor de anti-autolobby is de les duidelijk: parkeren kan voortaan alleen nog in de polder. Maar de heilige koe laat zich niet zo gemakkelijk temmen.

Drie jaar geleden ging de gemeenteraad akkoord met de Verkeersstudie Oude Stad (VOS), waarin het perspectief van een autoluwe binnenstad werd geboden. De doorgaande wegen zouden voor het autoverkeer worden afgesloten en Neude en het Janskerkhof zouden parkeervrij worden gemaakt. De uitvoering van de plannen liet echter op zich wachten.

Momenteel wordt gewerkt aan een parkeernota, die vorig jaar al had moeten verschijnen. Er wordt ondermeer gestudeerd op een ”parkeerverwijzingssysteem', waarbij de automobilist drie keuzemogelijkheden krijgt. Betrekkelijk goedkoop parkeren aan de rand van de stad, met een goede openbaar-vervoersverbinding naar het centrum. Voor een hoger tarief een parkeerplaats reserveren in het centrum. Of op goed geluk een plaatsje zoeken in de binnenstad voor het hoogste tarief: vijf gulden per uur.

Op dit moment functioneert al een rudimentaire vorm van een ”park and ride'-systeem bij het stadion Galgenwaard aan de oostkant van de stad. Het parkeren is daar nog gratis, maar de animo is niet overweldigend. In mei zal de gebrekkige busverbinding met het centrum worden verbeterd. Een andere optie is een transferium, een parkeergarage aan de rand van de stad. Drs. P. Berculo, secretaris bij de Utrechtse Kamer van Koophandel, heeft een hard hoofd in het nut van transferia. “Zoiets werkt in steden als Parijs en Londen, maar dat zijn wereldsteden met een uitstekend ondergronds metronet. Daar kun je Utrecht toch niet mee vergelijken?”

Intussen wordt de auto toch langzaam maar zeker uit de binnenstad verdreven. Sinds september is het centrum op zaterdag bij wijze van proef voor doorgaand verkeer gesloten. Als de plannen doorgaan, is in 1995 een groot deel van de grachten en pleinen parkeervrij. Ook in de omringende wijken wordt de pendelaar geweerd. Sinds mei vorig jaar functioneert in de oostelijke wijk BuitenWittevrouwen een experiment met ”belanghebbenden parkeren', een Zweedse uitvinding. Wijkbewoners kunnen voor 170 gulden per jaar een parkeervergunning krijgen. Ieder ander moet bij de ingangswegen een parkeerkaart uit de automaat trekken. Zelfs een bliksembezoek kost minimaal een gulden. Pas na elf uur 's avonds is het parkeren gratis.

Hoewel de experimenteerfase nog niet is afgerond, is wijkmanager R. van der Starre ervan overtuigd dat de regeling zal worden uitgebreid naar andere wijken. Maar het systeem werkt niet vlekkeloos. Veel bezoekers zien de waarschuwingsborden bij het binnenrijden van de wijk over het hoofd. Volgens de wijkmanager is nu al duidelijk dat zeventig procent van de bewoners zich bijzonder opwindt over het feit dat ook gemotoriseerde familieleden en kennissen moeten betalen. Soms betreft het mensen die van ver komen om hun ouders te verzorgen. “Het is een hot issue. Vooral in de buurten waar mensen met lage inkomens wonen”, erkent Van der Starre.

De strijd om een parkeerplaats woedt het hevigst in het hart van de stad, nabij het Centraal Station, waar het Utrecht City Project (UCP) voorziet in de bouw van 180.000 vierkante meter kantoorruimte. Makelaars spreken van de aantrekkelijkste kantoorlocatie van Nederland. Om het extra verkeer dat het project met zich mee zal brengen in de hand te houden, heeft het college van B en W onlangs een interim-nota ”Parkeernormen voor nieuwe kantoren' uitgebracht. Wegens ”tijdsdruk' was overleg met het bedrijfsleven nog niet mogelijk.

Voor het UCP geldt de A-status. Dat betekent dat tot op 600 meter afstand van het station één parkeerplaats per tien werknemers is toegestaan, met een tijdelijke overgangsregeling van 1 op 5. Voor het bedrijfsleven lijkt dit bod onaanvaardbaar. Vorig jaar al verklaarde het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, dat samen met de Jaarbeurs, NS en de gemeente deelneemt in het UCP, dat het bedrijfsleven het liefst een norm van 1 plaats op 1,6 werknemer heeft. Vóór juni moet de zaak zijn opgelost, want staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) eist duidelijkheid alvorens hij beslist over subsidie aan het UCP-project.