Tranen

Het is moeilijk te geloven, maar tot in onze tijd hebben medici en verplegers, voor het overige respectabele beoefenaars van hun vak, gedacht dat baby's minder pijn voelen dan grote mensen; misschien zelfs helemaal geen pijn.

Net zoiets als wat hengelaars over visjes denken. Dus was het ook niet nodig om ze een verdoving toe te dienen bij medische ingrepen, of achteraf iets tegen hun pijn te doen. Baby's huilen immers toch? Zelfs nu schijnt in de ziekenhuiswereld die gedachte nog niet geheel te zijn uitgestorven.

Het is zo, baby's huilen. Mensen reageren daarop met natuurlijke opwellingen en aangeleerde ideeën - maar de laatste hebben volstrekt de overhand. Het moederinstinct bij de mens blijkt, net als simpele barmhartigheid, als sneeuw voor de zon te smelten als het geloof maar heilig genoeg is. Misschien is niet iedereen zo ver te krijgen dat hij net als Abraham het mes in zijn eigen kind zou zetten, al komt het zeker voor. Maar over een huilend kind te zeggen och, zo'n wichtje moet nu eenmaal een beetje schreeuwen... is wel heel gewoon. Zeker bij de generatie die nu de grootouders levert. Waarom moet dat kind een beetje schreeuwen? Van vreugde soms? ”De longen oefenen' is net zoiets als je oren oefenen door naar een drilboor te luisteren.

De enige reden dat baby's vaak lang moeten huilen is niet dat het ergens goed voor is, maar dat wij er weinig aan kunnen doen. Een tante vertelde mij hoe zij als kersverse moeder, veertig jaar geleden, van deskundigen orders kreeg om 's nachts de wieg vooral buiten gehoorafstand te zetten en er niet nodeloos naar toe te gaan. 's Ochtends trof zij dan wel eens een vuurrood, kletsnat kind aan, trappelend tegen het hoofdeind aan geklemd, en dat vond zij wel zielig. Maar ja, het was het beste zo. Ik weet niet of zij het heeft volgehouden. Maar wellicht kon zij zelf, na een goede nachtrust, overdag een serenere moeder zijn dan als zij almaar troostend in de weer was geweest.

Het feit dat je iemands leed nauwelijks kunt verzachten, blijft een slechte reden om te ontkennen dat er een probleem is. Een zuigeling is voor iedere volwassene net zo'n vreemd wezen als een visje voor de hengelaar, of een nijlpaard voor de bezoeker van de dierentuin. Het is mooi dat wij onze automatische minachting voor het vreemde langzamerhand zo ver hebben uitgebannen dat we vinden dat zo'n wezen van het begin af aan een menselijke behandeling verdient. Misschien zijn het vooral de oudere, goed opgeleide ouders over wie tegenwoordig zo veel te doen is, die zo denken; die zich laten frustreren door babygekrijs. Dat moet dan maar. Staan die ook eens machteloos.

Want als je vindt dat een baby nog geen mens is, hoe lang kun je dat dan precies volhouden? Wanneer wordt kinderleed iets waarmee wel rekening dient te worden gehouden? Moet worden gewacht tot een kind kan praten om te geloven dat het ook kan voelen? Het probleem heeft nieuwe actualiteit, want in een bontgekleurde samenleving heb je vele soorten ouders. Als een kleuter wordt wijsgemaakt dat het goed is om te lijden, en het kind brabbelt dat na, is het dan toegestaan om het te martelen?

Het is niet gemakkelijk de starre gezichten van een paar Afrikaanse vrouwen te vergeten, die vorige week in een Nederlandse studio verklaarden dat hun dochters geen pijn zouden hebben bij hun besnijdenis. Een Nederlandse interviewster, blozend van de emoties maar verder voorbeeldig beheerst, vroeg of zij misschien toch ook bezwaren aan deze godsdienstige verplichting zagen. Er kleven tenslotte aan iedere traditie wel bezwaren. Maar de Afrikaansen, godvrezende vrouwen die het ongetwijfeld zelf niet gemakkelijk hadden, zeiden: nee. Bezwaren waren er niet. Zij zouden alles doen om hun dochters te laten besnijden, legaal of illegaal. Het was het beste zo.

En na hun woorden moet je wel geloven dat die vrouwen onbewogen hebben zitten kijken naar wat er in hetzelfde programma te zien was van de clitoridectomie van een meisje van een jaar of zes, ergens in Afrika. Bij die beelden moesten iemand die het heilige geloof mist wel de tranen over de wangen lopen.

Toen een showmaster in een televisieprogramma in diezelfde week een jongetje stevig plaagde, stond de telefoon bij de omroep in kwestie roodgloeiend. Publieke excuses moest hij maken, de gemenerd, en op het jeugdjournaal vertellen dat hij juist heel goede maatjes was met het jongetje. Het was allemaal afgesproken werk geweest.

Ach, laten we keurig zijn. Laten we geen tendentieuze vergelijkingen trekken tussen de mishandeling van kleine zwarte meisjes, waarvan blijkbaar lang niet iedereen vindt dat die in dit land absoluut moet worden verboden en streng bestraft, en de vermeende onheuse bejegening van een klein, blank tv-sterretje. Niet spreken van meten met twee maten. Dat zou onredelijk zijn.

Maar straks verklaart iemand dat zijn godsdienst eist dat een bepaalde schrijver misschien niet wordt vermoord, maar toch in ieder geval van zijn rechterhand wordt beroofd. Komen we dan ook met de mogelijkheid dat een bekwaam chirurg geheel pijnloos en met zo min mogelijk nare gevolgen de hand afzet? Een paar vingers misschien, als compromis?

Intussen scharrelen de kinderen argeloos voort. Visjes en nijlpaarden zijn het. Zij kunnen niet uitleggen waarom zij huilen, en vertikken het te zeggen waarom zij hun gele pyjama niet aan willen. Wij zijn de baas over wezens van wie wij niets begrijpen. Dat blijft een gevaarlijke toestand. Het minste dat we kunnen doen is, de waarden en normen aanleggen waar wij het de laatste tijd voor onszelf over eens zijn. Geen pijn doen, geen onnodig leed toebrengen, het lijfje ongeschonden laten... Jazeker, de een zijn noodzaak is de ander zijn willekeur, de een zijn liefde de ander zijn wreedheid. Maar wie om die reden gaat zeggen dat sommige visjes en nijlpaarden gelijker zijn dan andere moet eerst zelf maar eens onder het mes.