Te koop

Ik vertoef op een winderig eiland in de Atlantische Oceaan. De wind die hier heerst is aan de koude kant en krachtig. Maar de zon, die zich regelmatig vertoont, maakt veel goed. Ik bewoon met P. tijdelijk een woninkje in wat men wel een bungalowpark noemt. Een woord als bungalowpark is typisch zo'n opwaarderende vondst die je aan een reclametekstschrijver moet toekennen.

Evenals het woord Chalet. Zo noemt men de twee-onder-één-kap-huisjes waar P. en ik er een van gehuurd hebben. Chalet... Denkt u dan ook niet meteen aan Zwitserland? Ik zie terstond besneeuwde hellingen voor me, skiënde figuurtjes die van heel hoog naar beneden suizen, met verbazingwekkend gemak, al slalommend, hindernissen nemend. Niets van dat alles op dit eiland, nu niet en nooit niet. Een chalet op een van de Canaria... De tekstschrijver heeft niet lang genoeg nagedacht, toen hij de teksten concipieerde voor het luxe, glanzende drukwerk dat mij hier naartoe heeft gelokt.

Ik was van plan geweest u te berichten over het fenomeen reclame op een Canarisch eiland, maar nimmer had ik zo'n reclameloze vakantie. Nu moet ik toegeven dat in ons chalet geen televisie aanwezig is en dat wij “onze” restaurants uitzoeken op de afwezigheid van deze verpletterende uitvinding. Een keer betraden wij per ongeluk een bar waar het tv-toestel alarmerend aan stond. Juist vloog er een reclameblok over het scherm. Zelden verkeerde ik in zo'n verscheurende tweestrijd. Ik wilde kijken en ik wilde weg. Achteruit lopend heb ik me langzaam uit de voeten gemaakt. Zo zag ik toch nog even boodschappen van Gillette en Pepsi voorbij gaan. Spots voor internationaal gebruik die men in alle landen kan inzetten, door slechts de achtergrondstem te vervangen door een stem in de taal van het ontvangstgebied.

Afgezien van wat lichtbakken aan de gevels van bars en cafetaria's komt men hier nauwelijks reclame tegen. Billboards? Niet gezien. Affiches? Alleen voor de plaatselijke disco. Advertenties? Niet gezien, maar, moet ik bekennen, ik heb ook geen stap verzet om een Spaanse krant te kopen, laat staan een Nederlandse.

Wat ik wel zag waren jongelui die hier op straathoeken kleine, onooglijke zwartwit-foldertjes in de hand stopten met aanbevelingen voor een bepaald restaurant. Als je daar zou gaan eten en je gaf het drukwerkje af dan kreeg je een half flesje wijn aangeboden. En degene die het je in de hand had gestopt kreeg natuurlijk provisie. Ik had deze vorm van reclame nog nooit meegemaakt. Maar P. zei: “Het is een oeroude valstrik.”

De reclame-uiting die op het eiland het meest voor komt is een eenvoudig in elkaar getimmerd bord waarop - soms sierlijk, soms houterig - met de hand geschreven staat: se vende. Wat men hier kan kopen aan grond, huizen, flats, appartementen wordt overal langs de weg en op straat in de stadjes aangeprezen met: se vende. Maar geen enkele maal heb ik de aanvechting gehad om mij te storten in de strijd om enig onroerend bezit.

Rijdend in een zeer lawaaiig huurautootje in het met lavastenen bezaaide binnenland, weer zo'n bord met "se vende' ziend, herinnerde ik mij opeens een oud voorval uit het begin van mijn loopbaan. Ik liep door de Amsterdamse Jordaan met een collega leerling-tekstschrijver. Wij passeerden een rommelig winkeltje. In de etalage bevond zich een bonte schat aan ongeregeld goed. Ouderwetse theepotten, poppen, schaatsen, dienblaadjes, overschoenen, koekblikjes. Ik zou zeggen: wat u maar wou. Temidden tussen al deze vertederende rommel stond een karton waarop de winkelier in krullende letters geschreven had: Te Koop. Mijn jonge collega en ik - wij hadden een paar biertjes gedronken in een aanstekelijk Jordaans café - vonden dit een geniale tekst. Te Koop. Was dat niet de kern van de zaak? Daar draaide toch alles om!

Wel beredeneerd kon je dat in feite voor alles gebruiken. Waarom zouden wij nog langer onze hersens pijnigen om originele kopzinnen en slogans te verzinnen? Te Koop. Dat was de oplossing. Maar niet zo veel later, tot bezinning komend, besloten wij dat wij, in het belang van onze broodwinning, onze ontdekking zouden verzwijgen en zouden voortgaan met het “verkopen van onze oorspronkelijke invalshoeken en verrassende woordwendingen”. Wij waren niet zo achterlijk om onze onmisbaarheid en onze lucratieve banen op het spel te zetten.

Se vende. Het is zonderling dat alleen de onroerend goed-markt dit eenvoudig signaal heeft geannexeerd. En: all over the world! For sale, à vendre, zu Verkaufen, se vende, te koop. Je hoeft het maar te zien en je weet dat het om grond of woonruimte gaat. Twee doodgewone woordjes exclusief geworden voor één branche. Gek.