Tafeltennisprofs bundelen krachten in belangengroep

STUTTGART, 16 april. “Money, money, money.” Met deze wereldhit van Abba in het achterhoofd hebben de Zweedse tafeltennissers de jacht op het grote geld geopend. De huidige wereldkampioen, Jörgen Persson, wordt deze week gekozen als voorzitter van de nieuwe belangenvereniging, de "Club of Table Tennis Professionals' (CTTP).

Het initiatief hiertoe werd, enkele jaren geleden alweer, genomen door de Pool Andrzej Grubba die al jaren lang deel uitmaakt van de mondiale top tien: “Er kwam steeds meer geld los bij de evenementen, maar doordat wij niet verenigd waren in een belangengroep kon de prijs laag gehouden worden. Bovendien werden de spelers nogal vaak door hun bonden gemanipuleerd. Toen ik met concrete plannen kwam, heb ik het in de week gelegd bij een heleboel topspelers.”

Grubba realiseerde zich terdege, dat zijn idee om te komen tot een tegenhanger van grote broer ATP, de vakbond van de proftennissers, alleen maar kans van slagen had als hij 's werelds beste spelers aan zijn zijde had. Zijn belangrijkste gesprekspartners waren oud-wereldkampioen Jan-Ove Waldner en diens opvolger Persson. De twee Zweden en hun zaakwaarnemers namen een half jaar de tijd om de consequenties op een rij te zetten. Toen kwam het bevrijdende telefoontje in Gdansk bij Grubba binnen: “Persson belde me op en zei alleen maar: Andrzej, we doen mee, ga je gang maar.”

Het bestuur bestaat naast marketingman Preuss uit Düsseldorf, waar het CTTP-bureau wordt gevestigd, uit louter (Europese) wereldtoppers. Naast Persson en Grubba zelf hebben de Belg Saive en de Duitser Rosskopf er ook zitting in genomen. “In de toekomst hopen we ook Aziaten in ons bestuur te krijgen, maar dat ligt nog wat gecompliceerd, zegt Grubba diplomatiek, refererend aan de geringe macht die de Chinese toppers van hun bestuursleden krijgen.

De CTTP is opgericht met volledige instemming van de nieuwe "machthebbers' in de Europese Tafeltennis Unie. Deze week wordt een bestuurlijke coup gepleegd. De Joegoslaaf Kapetanic, de laatste bestuurder van de oude stempel, wordt opgevolgd door Hans-Wilhelm Gäb, voorzitter van de Duitse bond en topman van General Motors. Van het zittende bestuur blijft alleen de Rotterdammer Henk van Dilst over. Over het ontstaan van de CTTP zegt de ETTU-penningmeester “heel tevreden” te zijn: “Tafeltennis is tegenwoordig big business. Het is logisch, dat de spelers hun krachten gaan bundelen. De bestuurders zullen zich daar maar aan moeten aanpassen.” De Zweedse delegatieleider Hans Kroon: “Wij beschouwen deze club als een partner, en niet als een vijand. De spelers willen meer prijzengeld en betere werkomstandigheden. Ook willen zij betere faciliteiten voor pers en publiek. Met al dat soort zaken zijn wij het van harte eens.”

Hoewel de "oorlog' die vijfentwintig jaar geleden in de tenniswereld ontstond tussen de toenmalige toppers en de behoudende bestuursleden in de tafeltenniswereld ondenkbaar is, zal het hier en daar toch tot confrontaties komen, meent Grubba. “Wij gaan eisen stellen aan organisaties van toernooien. Als ze ons fiat niet krijgen, dan komen we gewoon niet meer.” Van Dilst: “Er zal inderdaad een scheiding gaan komen tussen de geldtoernooien en de evenementen waar louter om de eer wordt gespeeld. Wij als ETTU vinden dat een goede zaak. Het zal onze sport ten goede komen.”

De tafeltennissport is de laatste jaren in sneltreinvaart vercommercialiseerd. Tijdens officiële evenementen gaat er in het mondiale "pingpong' al rond één miljoen dollar om. Onlangs verdiende Waldner bij een toernooi in Bonn het hoogste, ooit uitgekeerde prijzenbedrag van 20.000 dollar. Daarnaast zijn er nog talloze kleine evenementen, zoals de Dutch Grand Prix, waar ook aardig wat prijzengeld wordt uitgekeerd.

“Vergeleken met tennis zijn dit natuurlijk nog peanuts,” zegt Van Dilst. “Maar de tafeltennissport maakt zo'n snelle ontwikkeling door, dat ik verwacht dat binnen niet al te lange tijd er nog veel meer geld te verdienen zal zijn. Dankzij de Zweden is het spelletje steeds attractiever geworden. Daarnaast is een aantal commerciële initiatieven ontplooid door onder andere de voorzitter van de internationale bond, de Japanner Ogimura, en door Hans-Wilhelm Gäb. Het aantal televisie-uren in de wereld is de laatste jaren gigantisch toegenomen.

Nadat de Zweden gisteravond op overtuigende wijze de elfde Europese landentitel hadden binnengehaald, nam Waldner een voorschotje op de macht die de vakbond in de toekomst hoopt te gaan krijgen. Op de afsluitende persconferentie gaf hij duidelijk aan, dat het huidige systeem van het Europese landentoernooi commercieel gezien niet meer deugt. “Een wedstrijd die over de volle lengte van zeven partijen gaat, kan wel drieënhalf uur à vier uur duren. Dat is veel te lang. Daarmee schrik je het publiek en vooral de televisiemakers af. We moeten terug naar wedstrijden van anderhalf à twee uur.” Van Dilst: “Als Waldner dit soort opmerkingen maakt, zullen we daar in de toekomst heel sterk rekening mee moeten gaan houden.”

Het Europese Landentoernooi werd gistermiddag overigens afgesloten met een onverwacht Nederlands succes. Via een 4-2 overwinning op Oostenrijk, dat de laatste jaren aan twee top-Chinezen onderdak heeft verleend, legde de ploeg van Oranje-coach Ji Shu Li beslag op de vijfde plaats in de eindrangschikking.