Symboolpolitiek

In NRC Handelblad van 13 april bestrijdt minister Bert de Vries mijn opvatting dat de EG in Maastricht op sociaal terrein veel bevoegdheden aan zich heeft getrokken.

Zelf zei minister De Vries op 28 december 1991 in deze krant: “Er is een aantal terreinen waarop er uit het oogpunt van subsidiariteit alle aanleiding voor is te zeggen: daar mag Europa zich niet mee bezighouden, zoals de beloning en het stakingsrecht (...)”. Dat ben ik met hem eens. Maar waarom wil minister De Vries dan wel dat de sociale zekerheid tot de competentie van de EG behoort? Is de sociale zekerheid soms minder een zaak van nationale politiek dan het stakingsrecht?

Toch lijkt De Vries te vermoeden wat de oorsprong van de Brusselse regelzucht is. Over de sociale richtlijnen zei hij: “Er zit een boel symboolwetgeving bij.” Inderdaad heeft men in de EG de neiging veel waarde te hechten aan symboliek. Dat lijkt onschuldig, maar is het niet.

Symboolpolitiek leidt op zijn best tot onnodige bemoeizucht. Als de Britten de vrijheid willen hebben langer te werken dan 48 uur per week, waarom zouden wij hun die vrijheid dan misgunnen? Op zijn slechtst leidt symboolpolitiek tot sociale en economische schade. Nu nog zitten wij met de ellende van de tijd waarin de verbeelding aan de macht was.

Onze minister van sociale zaken zal straks worden geconfronteerd met een wassende stroom van sociale wetgeving uit Brussel. Als die wetgeving iets voorstelt dan zal hij waakzaam moeten zijn. Niet uit vrees dat wij ons stelsel van sociale zekerheid ingrijpend moeten aanpassen. Onze peperdure verzorgingsstaat torent immers ver uit boven elk minimumniveau dat de Brusselse bureaucraten zouden kunnen bedenken. Maar wel om te voorkomen dat de concurrentiekracht van de armere lidstaten door geforceerde sociale harmonisatie te zwaar wordt belast. Tot wat voor schade dat kan leiden laat het voormalige Oost-Duitsland zien. Verkleining van de welvaartsverschillen kan niet uit Brussel worden gedirigeerd. De armere lidstaten kunnen en moeten zelf, met goed economisch beleid, van hun kansen op de Europese markt profiteren.