Sterke convectie waargenomen in atmosfeer van Venus

Tot de meest intrigerende structuren in de atmosfeer van Venus behoren de celvormige structuren met diameters van ongeveer 200 tot 1000 kilometer.

Zij komen hoofdzakelijk voor op lagere breedten en wel in die gebieden op Venus waar de zon op dat moment hoog aan de hemel staat. De cellen werden in de jaren zeventig ontdekt vanuit onbemande ruimtesondes en lijken erg veel op convectiecellen: gebieden met opstijgende warme lucht. Op aarde zijn zulke convectiestromen de oorzaak van stapelwolken en buien.

In de atmosfeer van Venus (die voor 97 procent uit kooldioxyde bestaat en waar het aan het oppervlak nooit regent), onderscheidt men drie stabiele, adiabatische lagen (dat wil zeggen waarin geen warmte met de omgeving wordt uitgewisseld). De onderste laag strekt zich vanaf het oppervlak uit tot een hoogte van ongeveer 30 km. De bovenste laag bevindt zich tussen hoogten van ongeveer 50 en 60 km. Deze twee stabiele lagen worden gescheiden door een derde, wat minder stabiele laag.

Geofysici van de universiteit van Californië suggereren dat de convectie op Venus al bij het oppervlak begint en via de tweede laag naar de derde laag doorschiet. Dit zou onder andere mogelijk zijn doordat de tweede, tussenliggende laag bij hoge zonnestand wat onstabiel is. De convectie zou dan helemaal vanaf het oppervlak tot aan de wolkentoppen kunnen plaatsvinden, dus over een afstand van 50 tot 60 km. De convectiecellen op Venus zouden dan ongeveer dezelfde "normale' vorm hebben als die in de aardatmosfeer (Nature 355, p. 710).

De diepe convectie in de atmosfeer van Venus zou belangrijke dynamische effecten hebben in het gebied waar de zon hoog aan de hemel staat. Er zou veel meer energie (zowel in de vorm van warmte als beweging) door de atmosfeer omhoog kunnen worden getransporteerd.