Stakingsgolf '92

GROTE SOCIALE onrust voorspelde FNV-voorzitter Johan Stekelenburg aan het begin van deze maand voor Nederland.

Het treinverkeer van de NS was toen nog niet ontregeld en de veehouders hadden hun melk nog niet op een Drents marktplein uitgereden. Intussen hebben de vakbonden het stakingswapen op ruime schaal ingezet: bij de spoorwegen en de zuivelindustrie, in de klein-metaal, de suikerverwerkende industrie en de supermarkten. Een wilde staking in de tankopslag en binnenkort wellicht arbeidsonrust in de gezondheidszorg, het onderwijs, de ambtenarij en opnieuw bij het spoor. Werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan typeerde de gelijktijdigheid van zoveel actie al als een tijdelijke crisis in de overlegeconomie.

De stakingsgolf van 1992 vindt plaats aan het einde van een economische cyclus. Weliswaar beleeft Nederland geen echte recessie, maar dit jaar staat de economie nagenoeg stil en voor volgend jaar zijn de vooruitzichten mager. De bedrijfswinsten staan onder druk, de arbeidskosten stijgen. Aan deze veranderende situatie hebben de vakbonden hun eisenpakket nog niet aangepast. Waar de werkgevers eerste pogingen doen tot grotere flexibiliteit van de arbeidsverhoudingen - zoals bij de inzet van het onderhoudspersoneel van de NS, bij de VUT-leeftijd in de zuivelindustrie en bij de automatische prijscompensatie in de suikerverwerkende industrie - zetten de vakbonden zich schrap voor de verdediging van verworven rechten. Zo gaat het ook met de CAO-regelingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het akkoord dat werkgevers en werknemers vorig jaar sloten om "positieve en negatieve' prikkels bespreekbaar te maken, blijkt in de directe onderhandelingen tussen bonden en bedrijven een dode letter te zijn. De vakbonden vertaalden bespreekbaar in niet-aanvaardbaar en de werkgevers zwichtten voor druk op de werkvloer.

De veeboeren, die eigenaars zijn van de zuivelcoöperaties, stellen zich aanzienlijk harder op dan de industriële werkgevers. Als ouderwetse bazen wijzen ze hun knechten terecht en ze zijn bereid om de gevolgen van de stakingen zichtbaar te maken. Dat is vervelend voor de consumenten die misschien een Paasweekeinde zonder slagroom te wachten staat, en jammer voor het milieu dat niet alleen de gebruikelijke hoeveelheid mest te verwerken krijgt, maar ook de overtollige melk. Tegenover de onverzettelijkheid van de boeren-coöperanten staat de Voedingsbond FNV die, gedreven door jarenlang radicalisme, zijn geloofwaardigheid bij de achterban op het spel heeft gezet.

IN VERGELIJKING met de looneisen die dit jaar in Duitsland worden gesteld en ingewilligd, stellen de Nederlandse vakbonden in de marktsector zich gematigd op. De CAO's die tot nu toe zijn afgesloten en die bij acties in het geding zijn, volgen de geldontwaarding die voor de helft het gevolg is van overheidsmaatregelen. Alleen de bonden in de collectieve sector maken zich op voor een conflict om geld. De reden daarvoor is dat de Nederlandse politiek altijd gemakkelijker in staat is om de financiële nood van de overheid af te wentelen op de loonsom dan op vermindering van overheidstaken.

Op afstand speelt Den Haag ook in de arbeidsconflicten van de marktsector een rol. De lastenverhogingen van het afgelopen jaar die niet tijdig werden gecompenseerd door een verlaging van de btw èn het voortdurende gerommel aan tarieven, schijven, toeslagen, heffingen, premies, forfaits, politieke kunstgrepen uit de toverdoos van de herverdelingsmachine, vertroebelen het zicht op heldere loonafspraken tussen werkgevers en werknemers.

Dat betekent niet dat NS'ers en werknemers in de zuivel met hun acties alle gelijk aan hun kant hebben. Integendeel zelfs, want het gevecht dat zij leveren tegen broodnodige versoepeling van de arbeidsverhoudingen is kortzichtig en schadelijk voor de Nederlandse economie. Het betekent wel dat ook werknemers begrijpelijkerwijs proberen in het nationale afwentelingsspel de rekeningen door te schuiven.