Prijsstijging in Duitsland bedroeg vorig jaar 4,8 pct

BONN, 16 APRIL. De prijzen in Duitsland zijn het afgelopen jaar 4,8 procent gestegen. De inflatie heeft daarmee haar hoogste punt in de afgelopen tien jaar bereikt. In maart stegen de kosten voor levensonderhoud 0,4 procent. Dit heeft het Federaal Bureau voor de Statistiek gisteren bekendgemaakt.

Het inflatiecijfer was iets hoger dan de 4,7 procent die het Bureau voor de Statistiek twee weken geleden had voorspeld. De hogere kosten voor levensonderhoud zijn vooral te wijten aan de gestegen prijzen van auto's. Ook de huren gingen omhoog. Deskundigen verwachten dat de inflatie in de loop van dit jaar weer tot onder de 4 procent zal dalen. De cijfers gelden overigens alleen voor West-Duitsland.

De stijgende inflatie vormt een complicerende factor in de stroeve onderhandelingen tussen overheid en vakbonden over de ambtenarensalarissen. De vakbonden hebben door de gestegen kosten voor levensonderhoud een belangrijke troef in handen om vast te houden aan hun eis dat de lonen van de 2,3 miljoen ambtenaren 5,4 procent moeten stijgen. De regering, die niet verder wil gaan dan 4,8 procent, heeft daarentegen nu een belangrijke reden de bonden te vragen om loonmatiging teneinde de inflatie in de hand te houden. De vakbonden hebben inmiddels gedreigd hun leden op te roepen tot een staking. Het zou de eerste ambtenarenstaking sinds achttien jaar zijn.

De inflatie stijgt sinds vorig jaar zomer toen de belastingen werden verhoogd om de enorme kosten van de Duitse eenwording te dekken. In december verhoogde de Bundesbank de rente om de inflatie tegen te gaan en de D-mark te beschermen. Dit tegen de zin van de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap, die graag een lager rentetarief zien om hun economieën een impuls te geven. (AP, UPI)