Paniek in Finland bezworen

De Finnen kunnen opgelucht ademhalen. Na een hectisch weekje, waarin de directeur van de centrale bank zijn aftreden aankondigde, devaluatie van de Finse markka maar nèt kon worden voorkomen en de regering ernstig overwoog op te stappen, is de rust weergekeerd in het hoge noorden.

Het rommelt al langer in Finland. Het land dat nog maar kort geleden alom bewondering oogstte met fraaie economische resultaten, is in een diepe recessie geraakt, vooral sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De export naar de voormalige Sovjet-republieken daalde van 25 procent van de totale Finse export medio jaren tachtig tot 5 procent vorig jaar. Ruim 6.000 Finse bedrijven - een recordaantal - gingen vorig jaar failliet en de werkloosheid steeg van 3,7 procent in 1990 tot 13 procent dit jaar. Het BNP daalde vorig jaar met 6 procent en de staatschuld liep op van 54 tot 92 miljard markka. Het enige lichtpuntje is dat de Confederatie van Finse industrieën gisteren bekendmaakte dat de export naar Duitsland en Oost-Azië licht gestegen is.

Naarmate de situatie verslechterde groeide de onrust. Geruchten over bevriezing van lonen en devaluatie leidden vorig najaar tot grote kapitaalvlucht. De centrum-rechtse regering van premier Esko Aho, sinds april 1991 aan de macht, zag zich genoodzaakt maatregelen te nemen om het vertrouwen in de economie te herstellen en het land weer concurrerend te maken. Eind oktober kwam Aho met de werkgevers en de vakbonden een loonsverlaging van 3 procent overeen, plus een bevriezing van de lonen gedurende een jaar.

De straffe maatregel bleek niet afdoende. Enkele weken later al besloot de regering de markka met 12,3 procent te devalueren. Een stap die vooral werd genomen onder druk van de zakenwereld, die harde klappen kreeg door de dalende export en de hoge lonen. Alleen door devaluatie van de munt kon Finland zijn concurrentiepositie behouden, meende de industriële sector.

De devaluatie, waarover de Finse regering het laatste woord heeft, geschiedde geheel tegen de zin van president Rolf Kullberg van de centrale bank, die de regering verweet dat devaluatie niet het juiste antwoord was op de economische problemen. Kullberg, die veel meer heil zag in verhoging van de rente, vond dat de regering te laat handelde en bood zijn ontslag aan. Daar stak president Koivisto echter een stokje voor en Kullberg bleef aan.

Een nieuwe botsing tussen de regering en de centrale bank liet niet lang op zich wachten. Toen premier Aho begin april publiekelijk verklaarde dat de monetaire problemen gedeeltelijk te wijten waren aan de centrale bank, pikte Kullberg het niet langer. Hij spoedde zich naar een televisie-studio om het volk te melden dat alle monetaire beslissingen in nauw overleg met de regering waren genomen. Waarna hij bekendmaakte dat hij zijn functie dit keer echt zou neerleggen.

De aanvaring tussen regering en centrale bank was niet bepaald bevorderlijk voor de economische stabiliteit in het land. Bang voor een nieuwe devaluatie haastten de Finnen zich wederom naar de banken om hun spaargeld om te wisselen voor buitenlandse valuta en dat naar veiliger oorden te brengen, want een aftredende president van een centrale bank is een slecht teken, wisten ze. Volgens schattingen raakte Finland op de dag na Kullbergs aankondiging (3 april) voor 5 à 10 miljard markka aan buitenlandse valuta kwijt (2 à 4 miljard gulden), ofwel zo'n derde van de reserve van de centrale bank. Halverwege de middag weigerde een aantal banken om nog langer buitenlandse valuta te verkopen en traveller cheques te innen.

De paniek onder de bevolking leidde tot spoedberaad bij regering en centrale bank. In de hoop zoveel mogelijk geld binnen de landsgrenzen te houden verhoogde de bank de marktrente met 12 procent tot 25 procent, om die na de ergste paniek weer te laten dalen tot ongeveer 16 procent.

Belangrijke steun voor de Finse markka kwam van centrale banken elders in Scandinavië en van de Duitse Bundesbank, die markka's gingen kopen om de waarde om peil te houden. Overigens gebeurde dit vooral uit eigen belang, want devaluatie van de markka zou de andere Scandinavische munten flink onder druk zetten. Zo moest de Zweedse Riksbank vorig jaar de rente verhogen om de bevolking ertoe te bewegen hun kronen op de bank te laten staan, nadat de financiële paniek in Finland was overgeslagen naar Zweden.

Ook de Finse regering flanste haastig een pakket noodmaatregelen in elkaar om de bevolking te overtuigen dat er echt werd gewerkt aan herstel van de economie. Op zondag maakte de regering bekend dat zij 13 miljard markka (5,3 miljard gulden) gaat bezuinigen op de overheidsuitgaven. Dat zal onder meer gevolgen hebben voor kinderbijslag, vakantiegeld en landbouwsubsidies.

Of de maatregelen voldoende zijn om het vertrouwen in de economie op te vijzelen en zo een tweede devaluatie van de Finse markka te voorkomen, valt nog niet te zeggen. Analisten blijven voorzichtig. Weliswaar is de rust in de financiële wereld weergekeerd, maar om de situatie echt stabiel te krijgen zou de regering dit jaar zeker 20 tot 25 miljard markka moeten bezuinigen, menen deskundigen. En dat geeft een somber voorgevoel als men bedenkt dat de regering Aho niet dit jaar, maar pas volgend jaar gaat snijden in haar uitgaven. En geen 20 à 25 miljard markka, maar slechts 13 miljard markka.

Van enig toezicht door de Centrale Bank is nauwelijks sprake, omdat de regelgeving daarvoor ontbreekt. Onlangs kregen commerciële banken tot hun woede de verplichting opgelegd twintig procent van de bankreserves over te dragen, als een soort garantie voor de cliënten. “De Centrale Bank heeft onze centen gewoon doorgeleend aan staatsbedrijven”, zegt bankier (en voorzitter van de Moskouse beurs) Konstantin Borovoj. Het gebrekkige toezicht leidt er toe dat banken wel bestaande regels overtreden. Zo komt bankier Vasily Sivulya er rond voor uit dat hij door "dollarshops' verdiende harde valuta regelmatig in plastic tassen naar een bank in Hongarije laat brengen.