Oosteuropeanen vragen zelf om uitbreiding NAVO

Nu de NAVO haar taak heeft vervuld, namelijk het afweren van een aanval uit het oosten, heeft deze organisatie alle kans zich te ontwikkelen tot een veiligheidsorganisatie voor een groter deel van Europa. De mogelijkheden daarvoor zijn gunstiger dan ooit.

Er is een indirecte mogelijkheid waarbij de NAVO, zoals door Nederland is voorgesteld, troepen ter beschikking stelt voor vredesoperaties van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE). De CVSE heeft de NAVO daarover informeel ook al gepolst. Dergelijke operaties zullen zonder twijfel leiden tot versterking van de positie en het gezag van de verdragsorganisatie. Per slot van rekening is de NAVO de enige organisatie in Europa die beschikt over een kant-en-klare militaire structuur, die onmiddellijk inzetbaar is.

Maar de NAVO kan ook op een directere manier een rol spelen bij de handhaving van vrede en veiligheid in Europa, en dan met name in Midden-Europa. Directe veiligheidsgaranties van de NAVO voor landen als Polen, Hongarije en Tsjechslowakije kunnen stabiliserend werken.

Momenteel zijn alle Oosteuropese landen alsmede de lidstaten van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten via de Noordatlantische Samenwerkingsraad (NACC) alleen op een indirecte manier met de NAVO verbonden. Echt veilig voelen veel van die landen zich daar niet bij, omdat het lidmaatschap van de NACC alleen politiek overleg impliceert en vormen van militaire samenwerking geeft, zonder concrete veiligheidsgaranties te bieden.

Indirecte veiligheidsgaranties werken echter uiteindelijk alleen destabiliserend. Tijdens de eind vorige week gehouden ronde-tafelconferentie van de Atlantische Commissie in Den Haag wees Hans Binnendijk, voormalig onderdirecteur van het Instituut voor Strategische Studies en nu hoogleraar aan de Georgetown Universiteit in Washington erop dat een dergelijke "ambigue commitment', een dubbelzinnige betrokkenheid, de kans op oorlog juist vergroot. Een eventuele vijand wordt alleen afgeschrikt als hij zeker weet dat een militaire actie metterdaad zal worden afgestraft.

De bedenkingen tegen uitbreiding van het lidmaatschap van de NAVO beginnen binnen de organisatie steeds meer af te nemen. Het lang gehanteerde argument dat Rusland niet nodeloos moest worden geprovoceerd en dat daarom uitbreiding van het NAVO-lidmaatschap niet kon, geldt niet meer nu dat land zelf serieus belangstelling heeft getoond voor het lidmaatschap. Uitbreiding van de NAVO is dan ook de meest effectieve manier om het strategische vacuüm dat in Oost-Europa is ontstaan op te vullen. Het sterkste argument ervoor is wel het feit dat de Oosteuropeanen er zelf steeds nadrukkelijker om vragen.

Niet dat de Oosteuropese landen zich thans direct bedreigd voelen door de restanten van de Sovjet-Unie. De voormalige onder-minister van defensie, Janusz Onyszkiewicz erkende tijdens de bijeenkomst in de Ridderzaal met zoveel woorden dat er “geen existentiële bedreiging” voor Polen bestaat nu er een einde is gekomen aan vierhonderd jaar Russische expansie en Rusland en Polen nauwelijks een gemeenschappelijke grens meer hebben. Maar hij zei tegelijk bang te zijn dat Polen, in geval van een gewapend conflict, zal worden beschouwd als “een militair grijze zone, een bufferzone”. Kortom, de vrees bestaat in Polen dat men in geval van een oorlog door de andere Europese landen in de steek zal worden gelaten. En de Polen zien hun land niet graag als een potentieel slagveld. “Dat is niet goed voor onze veiligheid”, aldus Onyszkiewicz en in ieder geval niet voor het Poolse gevoel van veiligheid.

De CVSE geeft wel enig soelaas voor deze angsten, omdat dit forum de Amerikaanse bemoeienis met Europa veiligstelt, aldus de Pool. Maar het nadeel van deze organisatie is dat ze Europa als één veiligheidsgebied beschouwt, waarbinnen de afzonderlijke veiligheidsbehoeften onvoldoende tot hun recht komen.

Een maximale garantie, in de vorm van een onmiddellijk NAVO-lidmaatschap, is onder de huidige omstandigheden wellicht niet haalbaar, zei Onyszkiewcz, maar iets meer dan politieke pressie in geval van dreigende agressie tegen Polen zou toch wel wenselijk zijn. Hij dacht daarbij aan een voorlopige vorm van bijstand van de kant van de NAVO zoals de Amerikanen die in 1940 boden aan Groot-Brittannië. De Verenigde Staten bleven in 1940 neutraal in de Tweede Wereldoorlog, maar de Engelsen konden wel een beroep doen op Amerikaanse voorraden en op de Amerikaanse infrastructuur. “In het geval van agressie tegen Polen zou iets dergelijks denkbaar zijn: materiële bijstand, bijstand in de vorm van informatie die met behulp van satellieten wordt verzameld. Alleen al het delen van dergelijke informatie zou het gevoel van veiligheid vergroten”, aldus Onyszkiewicz.

Later onderstreepte de Poolse vertegenwoordiger bij de CVSE, ambassadeur Jerzy Nowak, die boodschap: “Wij willen in afwachting van het lidmaatschap van de NAVO de overgangssituatie vullen met tussenvormen, maar die bieden geen blijvende oplossing. De Noordatlantische Samenwerkingsraad lost onze strategische eenzaamheid slechts ten dele op. We kunnen de NACC zeker niet zien als de ideale plaats”.

Acuut zijn de veiligheidsproblemen inderdaad niet, maar wie in de toekomst niet voor verrassingen wil komen te staan, dient zich de veiligheidsrisico's toch te realiseren. Want hoe betrekkelijk het nieuwe overleg binnen de NACC is, bleek vorige week vrijdag al. Voor het eerst vergaderden in Brussel de opperbevelhebbers van de NAVO-landen, van het voormalige Warschaupact en van de lidstaten van het GOS. Maar bij dat overleg ontbrak luitenant-generaal Georgi Gavitsa, de staf-chef van de Oekraïense strijdkrachten. “Wegens drukke werkzaamheden thuis”, heette het offcieel. En de Noorse generaal Vigleik Eide voegde daaraan ter geruststelling toe: “Meer zou ik er ook niet achter zoeken.”

Maar de Oekraïense afwezigheid had alles te maken met het conflict tussen Rusland en de Oekraïne over de toekomstige status van de 380 schepen van de Zwarte-zeevloot. Begin vorige week had de Oekraïense president, Leonid Kravtsjoek, deze vloot onder Oekraïens bevel geplaatst. De dag daarop gaf de Russische president, Boris Jeltsin opdracht de vloot onder Russisch bevel te plaatsen. De opperbevelhebber van de vloot, de pro-Russische generaal Igor Kasatonov, ontsloeg zijn tweede man, schout-bij-nacht Boris Kozjin, die door Kravtsjoek gepromoveerd was tot de hoogste baas van de vloot.

Een dergelijk conflict valt nu nog aan te merken als een relatief onschuldige strijd tussen de erfgenamen over de Sovjet-erfenis, zoals de opperbevelhebber van de NAVO, John Galvin, in Den Haag nog deed. Maar voor de Polen is een dergelijk conflict een onheilspellend voorteken dat met het wegvallen van het Warschaupact en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de vrede nog niet is gegarandeerd.

De veiligheidssituatie in Europa is op dit moment kneedbaar. Alle verhoudingen zijn nog fluïde. Er kunnen nieuwe garanties worden gegeven, zonder dat dit tot grote problemen leidt. Naarmate de nieuwe verhoudingen stollen, zal het moeilijker worden om aan landen die zich onveilig voelen concrete beloftes te doen. Het strategisch vacuüm moet nu gedicht worden.

Foto: Oorlogsbodems van de Zwarte Zeevloot in de haven van Sebastopol. (Foto EPA)