Nederland mag niet langer illegalen per trein land uitzetten

DEN HAAG, 16 APRIL. Nederland mag niet langer illegalen uitzetten volgens de zogeheten Roosendaal-procedure. Hierbij worden vreemdelingen op de trein gezet met een enkele reis richting België. Het Benelux-gerechtshof heeft deze praktijk gisteren veroordeeld.

Op een aantal prejudiciële vragen voorgelegd door de Hoge Raad aan het Hof over de toepassing van Benelux-regels heeft het Benelux gerechtshof beschikt dat de Roosendaal-procedure in strijd is met de Benelux-regels. In 1985 had de Hoge Raad bepaald dat Benelux-bepalingen alleen gelden voor de lidstaten. Vanaf 1987 is het hof echter ook bevoegd te oordelen over zaken van individuele burgers.

De procedure bij het Benelux-gerechtshof vond plaats in een zaak aangespannen door de advocaat mr. J.M. Barendrecht. Zijn cliënt Medjahri spande in 1987 een kort geding aan tegen zijn voorgenomen uitzetting via Roosendaal. In de zaak Medjahri ging het om een man die zei geboren te zijn in Frankrijk maar zei niet te weten wat zijn nationaliteit was.

Het Beneluxhof heeft nu bepaald dat er bij toepassing van de Roosendaal-procedure krachtens het Beneluxverdrag geen sprake is van verwijdering over de buitengrens. Bovendien mag geen verwijdering plaatsvinden over de buitengrenzen van de lidstaten als toelating tot een derde land (in dit geval Frankrijk) niet gewaarborgd is. Ook moet bij voorgenomen verwijdering over een (Benelux) buitengrens tevoren toestemming worden gevraagd en verkregen van land van doorreis.

Volgens de Roosendaal-procedure wijst Nederland vreemdelingen uit die door hun vermoedelijke land van herkomst - meestal beschikken zij niet over identiteitspapieren of zijn deze vervalst - niet worden teruggenomen. Volgens Justitie gaat het in de meeste gevallen om Marokkanen. Het departement kon vanochtend niet zeggen hoe vaak van deze procedure gebruik wordt gemaakt. Een zegsman van de Koninklijke Marechaussee in Hoogerheide meldde dat tweemaal per dag illegalen in Roosendaal op de trein worden gezet.

CDA-afgevaardigde Krajenbrink heeft de procedure tijdens een Kamerdebat in september vorig jaar in scherpe bewoordingen veroordeeld: “Wij dumpen mensen over de grens die wij in dit land niet wensen.”