MARIO GARCIA OVER DAGBLADVORMGEVING; Zappend krantelezen; De lezer "scant' over de pagina naar een goed verhaal

Mario Garcia/Pegie Stark: 'Eyes on the News'. The Poynter Institute, St Petersburg, USA. $ 39,95

Televisiekijkers zijn ongeduldige lezers. De vormgeving van een krant moet je daarop afstemmen. Dat vindt de Amerikaanse vormgevingsadviseur Mario Garcia (45), die diverse dagbladen over de hele wereld "restylet'. Vorige week hield Garcia een lezing voor studenten journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Een dag ervoor was zijn Nederlandse opdracht voltooid. Hij hielp mee de Haagsche Courant in een "nieuw, kleuriger jasje' te steken. Ook adviseerde Garcia Het Parool haar traditioneel ineengestrengelde ootjes uit elkaar te halen.

Er bestaan weinig gespecialiseerde grafische "kranteontwerpers'. Krantevormgeving is vooralsnog een journalistieke aangelegenheid. Ook Garcia, Cubaans vluchteling, werkte eerst als journalist. Daarnaast bekwaamde hij zich in grafische vormgeving en studeerde hij massacommunicatie. Tegenwoordig leidt Garcia workshops bij het IFRA persinstituut in Darmstadt en bij het Poynter Institute in St Petersburg (Florida), zijn thuisbasis. Tussendoor reist hij de wereld rond. De afgelopen jaren adviseerde hij kranten in Oost-Europa, Groot-Brittannië, Spanje, Hong Kong en Singapore. Dat hij soms een taal niet kan lezen, helpt hem naar eigen zeggen bij het beoordelen van de vorm waarin artikelen gegoten zijn: “Ik zie vaak onbedoelde verbanden tussen inhoudelijk totaal verschillende stukken.”

Garcia vindt de meeste Europese - ook de Nederlandse - dagbladen te typografisch van opzet. De tekstkolommen barsten uit hun voegen en nodigen daardoor minder uit tot lezen. Inderdaad toonden zogenaamde "Eye Trac Tests' - videoregistraties van de oogbewegingen van krantelezers - aan dat 40% afhaakt na de eerste alinea van een lang stuk.

Door de grote informatiestroom van de televisie, voorspelt Garcia, verliest de krant haar - ook voor adverteerders interessante - lezers tussen de 25 en 43 jaar. Met het oog op de toekomst is het belangrijk om juist nu de ongeduldig "zappende' televisiegeneratie van 18 jaar en ouder aan zich te binden door het gebruik van beeldtaal in de krant. “Een lezer "scant' over de pagina naar een goed verhaal,” zegt Garcia.

Geslaagde krantevormgeving wordt bepaald door de verhaalstructuur van artikelen, typografie, pagina-opbouw en het gebruik van kleuren. Garcia pleit in het bijzonder voor doelgericht beeldgebruik en minder tekst, want “niemand vindt alfabetsoep lekker”. Nieuws dat al eerder door de televisie is gebracht, moet ingedikt worden tot "hapklare' berichten van hooguit tien alinea's. Doglegs - eenkolomsuitlopers van artikelen - zijn uit den boze. De ideale krantepagina bestaat uit vijf tot zes kolommen.

Foto's, logo's en "visuals', (grafische voorstellingen van bij voorbeeld een vliegtuiginterieur of ijshockey-spelsituaties) verduidelijken meer dan ellelange teksten. “Bijna iedereen kijkt op een voorpagina het eerst naar de grootste foto,” zegt Garcia. Om rust op de voorpagina te krijgen mag er maar een kleine foto bij.

Wat opbouw betreft beschouwt Garcia de pagina als een pyramide op zijn punt. “Het oog van de krantelezer daalt als het ware een trap af. De vouw van de krant is de grens, dus staat het belangrijkste boven. Een nieuwsfeit op de voorpagina moet visueel opvallen, ook als de krant in vieren gevouwen op de ontbijttafel ligt.”

Goed gedoseerd kleurgebruik beschouwt Garcia als panacee voor de leesbaarheidskwalen van een krant. Al vanaf de voorpagina moet een vast kleurenpalet een herkenbaar uiterlijk geven. Bijpassende tinten wijzen de weg naar rubrieken en bijlagen. Veel regionale kranten in de VS stapten inmiddels met succes over op kleur en een uitgebreider beeldgebruik.

In de regel spreekt Garcia alle aanpassingen met een kleine groep redactieleden door. Zij snijden zijn adviezen toe op hun eigen krant. Tegelijk vormen ze een buffer tussen soms onwillige vormgevers en Garcia. Ook het handjevol Nederlandse krantevormgevers dat bij de lezing aanwezig was, hoorde Garcia's opvattingen met enige reserve aan.

Grafisch ontwerper Gerard Unger bekritiseerde onder meer de (door David Hillman) eveneens met blokvormige artikelen, opnieuw vormgegeven The Guardian. De vormgeving werd er weliswaar ordelijker, maar ook wezenlozer op, vond Unger. Hij voegde daaraan toe dat kleur nog een hachelijk gebied voor Europese krantevormgevers is. “Serieuze Europese kranten mijden kleur op de voorpagina, omdat ze dat te veel naar sensatiejournalistiek vinden rieken.” Als illustratie toonde Unger de uitersten binnen de Europese krantevormgeving: de overdadig gekleurde Hûrriyet uit Turkijke en de Zwitserse Neue Zürcher Zeitung, waar typografie nog steeds de toon zet.

Aan ingrijpende vormverandering kleven niet te onderschatten risico's. Zo veranderde de bijna honderdjarige Arhus Stiftisenden binnen een nacht als een kameleon van uiterlijk. Maar toen het nieuwtje eraf was, bleek het Deense dagblad meer abonnees te verliezen dan erbij te krijgen. Mede daarom prefereren krantemakers, ook de Nederlandse, een meer geleidelijk verlopende vormverandering.

Garcia weersprak het idee dat krantelezers per definitie wars van verandering zijn. “Lezers staan meer open voor vernieuwing dan krantemakers. Maar druk nooit de strips of de kruiswoordpuzzel verkleind af, want dan staat de telefoon geheid roodgloeiend.”