Kritiek op vertrek wethouder Baak

AMSTERDAM, 16 APRIL. De benoeming van het D66-raadslid E. Bakker als opvolger van de vorige week afgetreden wethouder M. Baak zorgde gisteren voor een verbeten debat in de Amsterdamse gemeenteraad. De fractie van D66 kreeg felle kritiek te verduren over de manier waarop de democraten het aftreden van Baak hadden verdedigd. Oppositie-partij CDA, verweet D66 bij monde van fractievoorzitter V. Bruins Slot “politieke verloedering” binnen de raad.

D66 verkocht het vertek van zijn wethouder vorige week als een persoonlijke kwestie in verband met de onfortuinlijke restauratie-affaire rond het schilderij "Who's afraid for Red, Yellow and Blue III'. Afgezien van de "motie van treurnis' die tegen Baak werd ingediend in verband met de kwestie van het schilderij, gold het vooral de opmerkingen van het raadslid A. Grewel (PvdA), die het optreden van de wethouder met dat van een ongeëmancipeerde huisvrouw had vergeleken.

Uit haar afscheidsbrief bleek echter dat Baak ook is afgetreden wegens de onduidelijke steun die zij kreeg binnen het bestuurscollege en de gemeenteraad. Een politieke reden, die echter nooit boven water is gekomen, zo meende Bruins Slot, die voorts meende dat de draai die D66 aan de zaak gaf “leugenachtig en weerzinwekkend” was.

Ook gisteren bleef onduidelijk wat precies de motieven waren voor het vertrek van Baak. In plaats daarvan stortte de raad zich op D66-fractievoorzitter B. Robbers die eerder had betoogd dat zijn fractie wel kon leven met de "motie van treurnis' die tegen de wethouder werd ingediend. Een wel erg “tolerante” houding, zo meende Groen Links. Een verkeerde inschatting en politiek amateurisme, oordeelde het CDA.

D66 heeft zich niet tot het uiterste verzet tegen het vertrek van zijn wethouder, betoogde Robbers, omdat dat een vorm van machtspolitiek zou zijn geweest die de partij afkeurt.