Jeltsins "vrije markt' leidt in de eerste plaats tot anarchie

1991 was het jaar van de breuk, 1992 dreigt het jaar van de teleurstelling te worden.

De augustus-coup in Moskou had de uitwerking van een aardverschuiving op een bergweg - voor Gorbatsjovs "perstrojka' was er daarna geen doorkomen meer aan. De herstructurering van de Sovjet-maatschappij was al in de versukkeling geraakt door het verzet van oude communisten en nieuwe hervormers. De eersten spraken van verraad aan de leninistische principes en van uitverkoop aan het buitenland, de laatsten van gebrek aan moed om de vrije markt haar gang te laten gaan. De G-7 onthield op de Londense top Gorbatsjov de steun waarop hij zijn hoop had gevestigd. De conservatieven grepen hun kans, maar eindigden na een paar dagen in het gevang.

De beurt was aan de voorvechters van de onversneden vrije markt. Jeltsin zette de toon. Jeltsins verzet tegen Gorbatsjovs Unie transformeerde zich binnen enkele weken in een slepende confrontatie met zijn Oekraïense tegenspeler om het behoud van zoveel mogelijk eenheid tussen de republieken. De vrijmaking van de markt bleek een uniek wapen om de anderen de Russische macht te doen voelen: de Russen gingen voor, de rest ontdekte dat volgen de enige mogelijkheid was. Na lang aarzelen werd dan onlangs de sluis opengezet voor de Westerse miljardenstroom, voorlopig uitsluitend bestemd voor de Russische federatie. De kaarten waren op tafel gelegd, Jeltsin bleek de troef van het Westen.

Juist nu stuitte de Russische president op verzet in zijn eigen parlement. Hij ziet zich geconfronteerd met voor een deel dezelfde krachten als zijn voorganger, de conservatieven die hun verzet tegen de veranderingen nog niet hebben opgegeven. Maar er is meer.

Evenals Gorbatsjov heeft Jeltsin meer geïnvesteerd in het verwerven van persoonlijke macht dan in het ontwikkelen van democratisch geïnspireerde overtuigingskracht. Zijn Siberische nomenklatoera volgt dan wel de vanuit het Westen uitgestippelde route, maar zij heeft intussen weinig tijd besteed aan het plaatsen van richtingwijzers ten behoeve van de door ontberingen geteisterde bevolking. De Russische variant van de vrije markt schept anarchie, te weinigen profiteren ervan, te velen wordt geen enkel perspectief geboden. Er ontbreken de bijbehorende infrastructuur en een handvol spelregels die het Westen zich gedurende ruim een eeuw en met schade en schande heeft eigen gemaakt. De Russische praktijk blijkt zich niet te ontwikkelen conform de berekeningen van het economische laboratorium van de universiteit van Harvard.

De gebeurtenissen in Moskou roepen die van vorig jaar in herinnering. Opnieuw verdicht de economische crisis zich tot een existentiële, opnieuw verliest de leiding haar geloofwaardigheid, loopt zij vast op de obstakels die zij met haar politiek heeft opgeroepen, toont zij haar onvermogen om voor verloren zekerheden nieuwe in het vooruitzicht te stellen. Het verschil is dat het conservatisme in de vorm van partij, leger en KGB zijn tijd heeft gehad. Er kan nog wel worden gesaboteerd, de staatsmacht ligt niet langer voor het grijpen. Maar na Gorbatsjov was er het alternatief-Jeltsin. Na of desnoods met Jeltsin kondigt de volstrekte impasse zich aan.

Een ander onderscheid met augustus 1991 is dat het Westen zich heeft uitgesproken, dat het zich heeft gebonden. En dat heeft weer rechtstreeks te maken met de afwezigheid van verdere opties. Kon vorig jaar nog worden afgewacht, nu is het alles of niets. De opstand in het Russische parlement werd dan ook onmiddellijk beantwoord met het dreigement dat alle hulp zou worden opgeschort als de hervormingen zouden worden onderbroken. Een beter bewijs dat hier een noodsprong werd gemaakt, kon niet worden geleverd. Jeltsin was volgens zijn binnenlandse en buitenlandse vrienden wezenlijk in moeilijkheden.

Niet alleen de geloofwaardigheid van de Russische regering staat op het spel, eveneens die van het Westen. Opschorten van hulp kan misschien als een tijdelijk drukmiddel enig nut hebben, maar het lost het fundamentele vraagstuk niet op. Rusland en zijn problemen kunnen immers niet worden weggedacht. Oost en West zijn met elkaar verbonden als vormden zij een siamese tweeling. Toen afgelopen augustus het er een etmaal lang naar uitzag dat de conservatieven het in Moskou voor het zeggen zouden krijgen, werden in het Westen de bakens al verzet. Ook met die krachten zou men immers verder hebben gemoeten. Jeltsin op zijn tank voorkwam dat zoiets werkelijkheid werd, maar dat was dan ook uitsluitend zijn verdienste.

Het Westerse "crisis management' zal dus een strategische inhoud moeten krijgen. Het is een ding om zich te realiseren dat Westerse handelingen naar hun aard niet meer dan complementair kunnen zijn, het is iets geheel anders de huik steeds naar de wind te hangen.

In een rede voor het Bertelsmann-Forum duidde kanselier Kohl onlangs aan waar het om draait. Kohl: “Het feit dat wij nu boter, melkpoeder, vlees en onmisbare medicijnen naar Rusland en de andere republieken moeten zenden, maakt duidelijk hoe lang de weg voor deze landen is naar een volwaardig samengaan met de ontwikkelde economieën van het Westen. Het gaat allereerst en in belangrijke mate om politiek-economische crisisbeheersing op lange termijn. Maar we hebben geen keus: er is geen verstandig alternatief voor een alomvattende en volgehouden intensieve ondersteuning van de hervormingspolitiek in deze landen”.

De kanselier had er aan kunnen toevoegen dat er op de lange weg naar verandering die Rusland en de andere republieken voor zich hebben de nodige valkuilen en obstakels liggen waarin de weggebruikers terecht kunnen komen of waarop zij vast kunnen lopen. Ook dan zal het Westen zich niet kunnen afwenden, er geen genoegen mee kunnen nemen dat anarchie in chaos verkeert, zal het zijn invloed moeten aanwenden om erger te voorkomen. Want erger kan altijd. Ook dan zal er geen verstandig alternatief zijn voor ondersteuning.

Tot dusver heeft het Westen steeds een prijs gevraagd voor zijn hulp. Terecht en het zal dat ook moeten blijven doen om hervormingsgezinde krachten op de been te houden dan wel om ze op de been te helpen. Maar het mag zichzelf niet wijs maken dat het daarbij om alles of niets gaat. Dat er niets ligt tussen het ideaal van de volmaakte democratie gekoppeld aan de volmaakte markt enerzijds en de totaliteit van de commando-economie anderzijds.

Vóór de komst van Gorbatsjov was er de bereidheid om een politiek van kleine stappen, van lange adem een kans te geven. Met zijn aantreden is er de haast gekomen, een ongebreideld verlangen naar een omkering van alle waarden, ook of juist in de bevolking van wat eens de Sovjet-Unie was. Maar met die haast hebben zich ook de vergissingen aangediend, zijn de moeilijkheden en onmogelijkheden in een scherp licht geplaatst.

Teleurstelling is onvermijdelijk geworden. Maar teleurstelling is geen reden tot ontmoediging, tegenslag geen excuus om niet vol te houden. Zeker voor het Westen niet.