Het zwarte gat van de Russische economie

St Petersburg moet hét zakencentrum van Rusland worden. De ambities smoren vooralsnog in de chaos van alledag. De Russische banken functioneren nog slechter dan die in de Derde Wereld.

Wanneer de besneeuwde landerijen vlak voor St. Petersburg steeds sneller onder de Toepolev-134 doorschieten, bergt de Italiaanse zakenman zijn draagbare computer op. Hij heeft de laatste berekeningen voor een zakelijke transactie nog even geverifieerd. Verderop in het toestel leest een goed gesoigneerde Brit de brochure over "New business opportunities in Western Siberia.'

Is St. Petersburg een new frontier? Tsaar Peter de Grote maakte de stad al tot het venster op het Westen. “En die erfenis zullen we onherroepelijk herwinnen”, zegt burgemeester Anatoli Sobtsjak. Aan hem zal het zeker niet liggen. Wat de energieke Sobtsjak betreft kunnen de economische hervormingen in de voormalige Sovjet-Unie niet snel genoeg gaan.

De na de dood van Lenin (1924) tot Leningrad omgedoopte stad kreeg eind vorig jaar in elk geval zijn oorspronkelijke naam terug. Nu moet St. Petersburg weer hét financiële en handelscentrum van Rusland worden.

Het was geen toeval dat de havenstad aan de Neva vorige week gastheer was van het International Banking Congress. Een unieke gebeurtenis. Enkele honderden bankiers, consultants en zakenlieden uit het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) en het Westen spraken er drie dagen ongedwongen over de enorme problemen bij de overgang van een commando-economie naar een vrije markt.

Burgemeester Sobtsjak kondigde vol trots aan dat Crédit Lyonnais (CL), na een afwezigheid van vijfenzeventig jaar, terugkeert in een kantoor aan de Nevski Prospekt. Zij wordt hiermee de eerste Westerse bank met een volledige dochteronderneming in het GOS. De meeste andere banken uit het Westen hebben in de voormalige Sovjet-republieken slechts "representative offices'. De "International Moscow Bank' is de enige joint venture waarin Westerse banken met kapitaal participeren.

Bestuursvoorzitter Jean-Marie Merillon van CL-Rusland blijkt zelfs nog geen idee te hebben wat de bank aan activiteiten denkt te kunnen ontplooien. Al even onzeker is of Crédit Lyonnais zijn eventuele roebelwinsten in harde valuta het land uit krijgt. “Dat moeten we nog afwachten”, zegt Merillon. Op de vraag waarom de bank zich dan met een kantoor (met dertig Russische medewerkers) in St. Petersburg vestigt mompelt Merillon iets over “la grande tradition française ici”.

De meeste Westerse bankiers hebben bar weinig vertrouwen in de door president Boris Jeltsin aangekondigde economische hervorming, waarbij stabilisering van de roebel het uitgangspunt is. Het aanstaande IMF-lidmaatschap van Rusland en het onlangs aangekondigde hulppakket van 24 miljard dollar van de G-7 (grootste industrielanden) maken weinig indruk. Vooral de Duitse banken wensen geen enkele risico meer te nemen. Zij hebben dan ook nog ruim 30 miljard dollar (ruim veertig procent van de totale buitenlandse schuld van het GOS) te vorderen. Vice-president Wilhelm Nuese van de Commerzbank zegt het onomwonden: “Zelfs met Duitse exportkredietgaranties van "Hermes' wordt het moeilijk zaken te doen, omdat de Russische regering zelf de noodzakelijke garanties tot betaling niet heeft gegeven. We nemen alleen met contante betaling genoegen.”

De openhartigheid van bankiers en bureaucraten uit het GOS over het tekortschieten van de hervormingen verblufte menig westerling. President Georgi Matjoekin van de Russische Centrale Bank liet openlijk weten dat hij zijn stoel “gaarne aan een andere liefhebber ter beschikking stelt”.

Matjoekin is een beklagenswaardig man. Dat vindt hij trouwens zelf ook. Hoeveel geld er in omloop is, weet Matjoekin niet. De laatste cijfers werden op 1 december gepubliceerd, een maand voor de prijsliberalisering. “De Russische regering heeft buiten mij om weer tientallen miljarden roebels aan kredieten voor de grote staatsbedrijven ter beschikking gesteld.”Hoe lang denkt u dat Moskou daar nog mee doorgaat? “Tot die bedrijven kapot gaan”, zegt hij met onverhuld cynisme.

Pag.22: Bankieren is in Rusland een loterij met vrijwel alleen maar nieten; "De economische hervormers moeten nu Rubicon oversteken'

De jonge dertiger Igor Kljoesjnikov, voorzitter van de "Stock Exchange' van St. Petersburg, is een van de weinige Russische economen met enige (leer)ervaring in het Westen. Hij ziet niet alleen een politieke verklaring voor het feit dat de regering honderden miljarden roebels in de staatsbedrijven blijft pompen. “We hebben een paar stereotypen in ons bewustzijn”, zegt Kljoesjnikov. “Een ervan is dat van de industriële reus. We zoeken mogelijkheden om ze te steunen en zijn bang ze te vernietigen. Een ander stereotype is de centrale financiering, waarbij elk bedrijf wat krijgt. Hoe sneller we dat allemaal vergeten des te sneller we ons de marktprincipes eigen maken.”

Het probleem van de staatsfabrieken en kolchozen (collectieve boerderijen) is de afgelopen maanden nog veel ernstiger geworden. Door prijsstijgingen met 400 procent in januari, 40 procent in februari en 40 procent in maart kunnen de bedrijven elkaar niet meer betalen. Volgens recente cijfers van de Russische Centrale Bank zijn de onderlinge schulden opgelopen van 43 miljard roebel in januari tot 676 miljard roebel eind maart. Dat is al ruim anderhalf keer zoveel als de voor het eerste kwartaal geraamde totale Russische overheidsuitgaven. En in deze raming geloofde toch al niemand.

Onder druk van het Russisch Congres van Volksafgevaardigden dreigen weer miljarden extra uitgaven. En elke maand uitstel van de liberalisering van de olieprijzen kost de Russische overheid 130 miljard roebel. De geldhoeveelheid loopt zo gierend uit de hand. Ook centrale banken van de andere republieken, zoals Oekraïne, doen volop mee aan de geldschepping. Zij springen bedrijven met kredieten bij die vanuit Rusland geen betaling meer hebben ontvangen. Moskou is hierdoor alle controle op de roebelomloop kwijt.

Een snelle stabilisering van de roebel lijkt een illusie te worden, ondanks het stabiliseringsfonds van 6 miljard dollar dat het Westen heeft toegezegd. Veel Russische deskundigen menen dat het daarom maar beter is, wanneer republieken als Oekraïne hun plan voor een eigen munt snel uitvoeren. Ook al is dat vanwege de nauwe economische betrekkingen tussen de republieken van het GOS uit oogpunt van economische efficiency nadelig. In de ogen van de Russen vieren de andere republieken feest van hun roebels.

De Russische Centrale Bank is ook niet in staat om kredieten naar die bedrijven te leiden die enige levensvatbaarheid hebben. Alleen al de daarvoor noodzakelijke gegevens ontbreken of zijn onbetrouwbaar. Russische economen spreken van de “vergietmethode”. Uit elk gaatje komt een stroom geld. “Sommige bedrijven lijken winst te maken, maar in werkelijkheid lijden ze verlies”, zegt Bankpresident Matjoekin. “Er zijn zelfs bedrijven die tegen de regels harde valuta op buitenlandse rekeningen aanhouden, maar toch om krediet vragen”, voegt hij er geërgerd aan toe.

Dat de onder zware schulden gebukte bedrijven niet failliet gaan, komt omdat in Rusland een adequate faillissementswetgeving ontbreekt. Deze handicap belemmert trouwens in ernstige mate bankwezen en zakenwereld, omdat betalingen moeilijk zijn af te dwingen.

Matjoekin heeft geen vat op de ontwikkeling, omdat de Centrale Bank in Rusland niet onafhankelijk van de regering kan opereren. De vraag naar kredieten is door de (in verhouding tot de inflatie) lage rente van 20 procent praktisch niet te stillen.

Door de grote schuldenlast van de staatsbedrijven wordt privatisering, de tweede fase in de economische hervorming, veel moeilijker. Geld voor het uitkopen van bedrijven of bedrijfsonderdelen is er niet. Volgens Wilhelm Noelling, lid van de bestuursraad van de Bundesbank, is het daarom nog het beste bedrijfsactiviteiten door een onbetaalde buy-out in handen van het management te geven. Als zulke bedrijven na privatisering rendabel blijken, zou alsnog een bedrag op tafel moeten worden gelegd.

Een extra probleem is dat er nauwelijks goede economische gegevens beschikbaar zijn over de bedrijven. Een balans is meestal niet wat erop staat. De Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling (EBRD) gaf daarom onlangs aan het consultantskantoor AWIC (een joint venture van NMB Postbank) de opdracht voor de gemeente St. Petersburg een data-base op te zetten van te privatiseren ondernemingen.

Volgens Sobtsjak moeten de economische hervormers nu “de Rubicon oversteken.” De vooruitstrevende burgemeester staat voor zware dilemma's. “We willen hervormen zonder te vernietigen”, zegt hij. Maar ook Sobtsjak weet dat miljoenen Russen voor lange tijd hun baan zullen verliezen. Zo is de industrie in St. Petersburg voor tweederde actief in de militaire sector. En als conversie al mogelijk is, dan kost zij tijd en vooral geld.

Het nog geringe aantal privé-ondernemingen komt voor staatskredieten niet in aanmerking. Het vormt de belangrijke reden voor het ontstaan van (alleen al in Rusland) zo'n 2.000 commerciële bank(jes) sinds 1988. Hun kapitaal is vaak niet groter dan zo'n honderd miljoen roebel, tegen de huidige roebelkoers slechts een miljoen dollar. De kleine banken bedienen meestal specifieke bedrijfssectoren, waaruit ze meestal ook zijn ontstaan. Zo zijn er commerciële banken in de energiesector, elektrotechniek en bosbouw. Ook de talrijke beurzen hebben eigen banken opgericht om goederentransacties van de makelaars te financieren. Soms participeren staatsbanken of vakbonden in een commerciële bank.

De commerciële banken zijn echter bij lange na niet in staat een grote bijdrage aan de economische ontwikkeling te geven. De bankkredieten zijn kortlopend, van een dag tot hoogstens drie maanden. Vooral handelstransacties worden (tegen een rente van vijftig procent op jaarbasis) gefinancierd. Voor investeringen op lange termijn zijn de risico's domweg te groot. De banken hebben noch het apparaat noch de kennis om de kredietwaardigheid van potentiële leners goed te beoordelen. Kredietverlening is bovendien riskant, omdat door de gebrekkige wetgeving over eigendom ook verpanding niet adequaat is geregeld.

“Wij lenen slechts aan vrienden en bekenden,” zegt president Vjatsjeslav Karpoenin van de "Jorkopski Bank' in Ganty-Mansysk (West-Siberië). De jonge dertiger Karpoenin is tenminste nog docent economische wetenschappen. Een aantal bankiers is afkomstig van staatsbanken, maar zij missen de noodzakelijke commerciële kennis. Volgens deskundigen moeten in Rusland op korte termijn zeker 150.000 mensen in het bankiersvak worden opgeleid. “Men loopt hier in kennis zelfs achter op landen als Egypte en Ivoorkust. Want daar hebben ze nog een goed opgeleide, op het Westen georiënteerde elite”, meent een bankier van het Duitse Kreditanstalt.

Olga Aleksandrovna Hejnich was docente natuurwetenschappen in Jekaterinenburg (het voormalige Sverdlovsk). Nu is ze presidente van een bank “omdat geld wel interessant is”. Vasili Sivoelja was administrateur bij een bosbouwbbedrijf in Oezjgorod (Oekraïne). Sinds enkele jaren is hij er "chairman of the board' van de "Transcarphathian Commercial Bank'. Ook Sivulya is voorzichtig in het uitlenen van geld. Onlangs was hij er getuige van dat een collega-bankier zijn activiteit moest staken, omdat hij zo dom was geweest miljoenen roebels te lenen aan een bedrijf ergens in Azerbajdzjan.

Toch is er volgens Sivulya geen andere weg dan het opzetten van eigen commerciële banken. “De staatsbanken waren dictatorbanken. Je kreeg alleen krediet als je aan allerlei moeilijke voorwaarden voldeed. Rente betaalden ze niet.” Volgens de jonge jurist Sergej Drozkov werden kredieten ook uitvoerig getoetst aan het “staatsbelang”. De als vlotte corpsstudent ogende Drozkov nam afgelopen zondag deel aan de oprichtingsvergadering van de Russian Mining Bank, waarin ook enkele Tsjechoslowaakse banken participeren. “Ik werkte bij een staatsbank. Mijn werkinstructie woog 7,5 kilo. Nu zal het efficiënter gaan.”

Van enig toezicht door de Centrale Bank is nauwelijks sprake, omdat de regelgeving daarvoor ontbreekt. Onlangs kregen commerciële banken tot hun woede de verplichting opgelegd twintig procent van de bankreserves over te dragen, als een soort garantie voor de cliënten. “De Centrale Bank heeft onze centen gewoon doorgeleend aan staatsbedrijven”, zegt bankier (en voorzitter van de Moskouse beurs) Konstantin Borovoj. Het gebrekkige toezicht leidt er toe dat banken wel bestaande regels overtreden. Zo komt bankier Vasily Sivulya er rond voor uit dat hij door "dollarshops' verdiende harde valuta regelmatig in plastic tassen naar een bank in Hongarije laat brengen.

De relatie tussen de commerciële banken en de Centrale Bank is toch al tamelijk slecht. Onderlinge betalingen tussen banken worden in Moskou opgehouden. Commerciële banken zijn inmiddels begonnen eigen "clearinghouses' op te richten, maar die werken nog gebrekkig.

Westerse banken zijn alleen bereid tot steun op het vlak van opleiding en kennisoverdracht. Ook aan het opzetten van betalingssystemen willen ze wel meewerken. Zo zal NMB Postbank een girosysteem voor Rusland helpen ontwikkelen.

Maar de Westerse bankiers zijn erg terughoudend als het gaat om financiële transacties aan te gaan met Russische commerciële banken. De een bestempelt ze als “gamblers” en de ander noemt ze “cowboys”.

De banken opereren feitelijk in een juridisch en economisch vacuüm. En zonder goede financiële infrastructuur kan geen enkele economie functioneren.

Ook de Russen hebben nog weinig vertrouwen in het commerciële bankwezen. De banken zijn nauwelijks in staat om spaargelden voor langlopende investeringen aan te trekken. Westerse deskundigen, onder wie voormalig IMF-topman Jacques Larosière (nu president van de Franse Centrale Bank) wezen in St. Petersburg juist op het grote belang van binnenlandse besparingen voor economische ontwikkeling. Ook de onzekerheid over de roebel is natuurlijk niet erg bevorderlijk.

De economie in de voormalige Sovjet-republieken is er daarom een van snelle transacties en dito winsten. De beurzen maken bloeiende tijden door. De veel gebruikte aanduiding "stockexchange' is bedrieglijk, want waardepapieren worden in de republieken van het GOS nauwelijks verhandeld. De beurzen hebben feitelijk de taak van de planningministeries bij de distributie overgenomen. Autobussen, consumptiegoederen, landbouwwerktuigen, alles is er te koop. In sommige steden hebben de beurzen het karakter van wat groot uitgevallen dumpshops.

De buitenlandse investeringen zijn vooral geconcentreerd in joint ventures. Maar het belang van hun economische activiteit moet niet worden overschat. Volgens Westerse bankiers is in het GOS slechts een derde van de geregistreerde joint ventures ook werkelijk operationeel. Bovendien zijn veel joint ventures actief in hotelwezen en horeca, wat relatief weinig bijdraagt aan een structurele versterking van de economie.

“Er is momenteel geen sprake van dat buitenlands kapitaal een betekenisvolle rol kan spelen”, zegt directeur Klaus Friedrich van de Dresdner Bank. “Om het even in perspectief te plaatsen: de Bondsrepubliek transfereert zo'n 200 miljard D-mark per jaar naar Oost-Duitsland; voor Rusland zou dat verhoudingsgewijs duizend miljard dollar per jaar zijn. Zoveel geld kan toch onmogelijk worden gevonden.” Geen enkele Westerse deskundige is momenteel in staat een werkelijke oplossing te presenteren. “Zelfs het IMF heeft eigenlijk alleen maar verstand van stabiliseringspolitiek”, meent de bestuurder van de Dresdner Bank.

En bankieren in Rusland blijft vooralsnog een loterij met vrijwel alleen maar nieten. Friedrich reageert bijna honend op de opmerking van burgemeester Sobtsjak dat de Russen in lange rijen op de stoep zullen staan als buitenlandse banken zich in zijn stad vestigen. “Die Russen kunnen er wel staan, maar de vraag is of wij de deur opendoen.” Jazeker, de bankiers hebben alle waardering voor de progressieve Sobtsjak. Zijn voorkomen van een Scandinavisch manager wekt vertrouwen. Maar St. Petersburg is nog lang niet het handelscentrum dat het ooit was.

De enkele kilometers lange Nevsky Prospekt was voor de revolutie van 1917 een imposante boulevard met internationale banken en handelshuizen. De brede Allee moet iets hebben gehad van de Champs Elysées in Parijs. De verbrokkelde en vervuilde, neoklassieke gevels symboliseren nu de verpaupering en ineenstorting van de Russische economie. De handel heeft zich verplaatst naar de straat. Ingedutte bedelaars verzamelen kopeken in een muts. Een armzalige baboesjka probeert een fles limonade te slijten, even verderop staat nog zo'n verschrompelde vrouw met een grote beha in haar handen. Op kisten uitgestalde boeken over sex, kunst en Jezus Christus zijn ook courante handelswaar. Een jongen van een jaar of twaalf biedt een pet van het voormalige Sovjet-leger te koop aan. “Very special military souvenir.”.