Frankrijk wil eigen gezicht houden in Europa; Referendum over verdragen van Maastricht brengt risico's met zich mee voor Mitterrand

PARIJS, 16 APRIL. “Maastricht opent een koninklijke weg voor het pan-germanisme”, terwijl “Frankrijk, na China de oudste natie ter wereld, zijn soevereiniteit vrijwel volledig opgeeft” en “deel wordt van een plutocratie die ontdaan is van elke democratische controle”. Deze citaten uit een artikel van de Franse econoom Alain Cotta in Le Figaro zijn typerend voor de hartstocht waarmee de tegenstanders in Frankrijk van het verdrag van Maastricht over de Europese Politieke en Monetaire Unie de politieke strijd tegen ratificatie zijn begonnen.

Na het televisie-interview van afgelopen zondag waarin president François Mitterrand een bijna even geëmotioneerd pleidooi hield vóór ratificatie van "Maastricht' en de daarvoor benodigde wijziging van de Franse grondwet (“Maastricht is een project van Frankrijk voor Frankrijk”), is het nationale politieke debat begonnen met krachtige uitspraken, een vloed van kranteartikelen, en de publikatie van een boek met opstellen van een twintigtal vurige tegenstanders, dat - voor wie nog niet begreep waar het om gaat - op de omslag met een biljet van 50 Duitse mark is geïllustreerd.

Het debat is vooralsnog vooral een aangelegenheid van politici. De Franse zakenwereld, die in overgrote meerderheid voor de gemeenschappelijke Europese markt is, heeft nog niet van zich doen horen. Economen, op de geciteerde Cotta na, hebben evenmin hun stem laten horen. Het politieke debat gaat over de merites of het gebrek daaraan van het Maastrichtse verdrag en de procedure inzake grondwetswijziging en de ratificatie. De belangrijkste vraag, die achter alle andere verborgen gaat, is politiek: welke toekomst is Frankrijk beschoren in het grote geheel van de politieke en monetaire unie?

Het kan verbazing wekken dat pas nu, vier maanden na de Europese Raad van Maastricht, in Frankrijk een strijd ontbrandt over het voor en het tegen. In andere EG-landen is het parlementaire debat daarover al ver voor de Maastrichtse top gevoerd. In Groot-Brittannië leidde dat tot een akkoord, althans in de Conservatieve partij, dat premier John Major in Maastricht twee uitzonderingen (over toetreding tot de monetaire unie en over het sociaal handvest) zou bedingen, hetgeen ook gebeurde met de knarsentandende instemming van de EG-partners. In Frankrijk wordt ingevolge de logica van de staatsstructuur van de Vijfde Republiek met haar oppermachtige president het parlement pas achteraf geraadpleegd. Tekenend voor de situatie is dat de Franse regering de gekozen afgevaardigden tot nu toe nog niet een tekst van het Verdrag van Maastricht ter beschikking heeft gesteld.

De tegenstanders van de "voldongen feiten' van Maastricht vormen een bont gezelschap. Aan de linkerzijde van het politieke spectrum is het verzet beperkt. De Groenen wijzen het verdrag af omdat de Europese Unie niet groen is en het Europees Parlement onvoldoende bevoegdheden heeft. De Franse communistische partij zegt, bij monde van secretaris-generaal George Marchais, dat “de mark de werkelijke gemeenschappelijke Europese munt wordt” en dat “de Fransen niet voor Europa maar voor de Bundesbank werken”. De kleine linkervleugel in de regerende socialistische partij, die geleid wordt door oud-minister van defensie Jean-Pierre Chevènement, vreest ook dat de Europese Monetaire Unie een "mark-zone' wordt.

Ter rechterzijde is de anti-Maastrichtgroep talrijker, zij het bijna even gevarieerd van samenstelling. Er is een groep "archeo-gaullisten' onder aanvoering van Philippe Seguin en Marie-France Garaud, ooit een naaste medewerker van president Georges Pompidou en presidente van het Instituut voor geo-politiek. Dit tweetal lanceerde het 50 DM-boek met de titel Over Europa in het algemeen en over Frankrijk in het bijzonder, waarin ten strijde wordt getrokken tegen het “onacceptabele verlies van soevereiniteit” dat Frankrijk als Maastricht-land zou lijden. De "ware' gaullisten krijgen steun van andere politici van nog rechtsere signatuur, zoals Philippe de Villiers, de zeer conservatieve afgevaardigde uit de Vendée die al lang op pad is voor “herstel van de Franse waarden”. Uiteraard maakt ook het extreem-rechtse Front National van Jean-Marie Le Pen deel uit van het "kartel van nee-zeggers'.

Het belangrijkste argument dat de gaullisten, maar ook de linkse socialisten en communisten, tegen het Verdrag van Maastricht aanvoeren is het verlies van soevereiniteit dat leidt tot de “vernietiging van de Franse uitzondering”. Wat daaronder moet worden verstaan, beschreef de Franse ex-minister Alain Peyrefitte in één van drie overigens tamelijk zakelijke artikelen die hij aan Maastricht in Le Figaro wijdde. "Maastricht' betekent een verschuiving van het evenwicht dat in de Europese Gemeenschap bestond ten gunste van de Duitse macht, aldus Peyrefitte, die daarmee ook de gevoelens van communisten en linkse socialisten vertolkte.

In de EG bestond een evenwicht tussen aan de ene kant een Duitsland dat economisch dynamisch, maar territoriaal geamputeerd en in zijn soevereiniteit beperkt was, aldus Peyrefitte, een politicus met groot gezag in de gaullistische RPR. De "absorptie' van de DDR in de Gemeenschap "zonder tegenprestatie' heeft een nieuwe situatie van hegemonie geschapen en "Maastricht' bevestigt de Duitse economische dominantie. Tegenover de Franse “economische inferioriteit” stonden “elementen van superioriteit”: moreel prestige, territoriale presentie in de gehele wereld, een nucleaire macht en zeestrijdkrachten, de status van grote mogendheid in de Verenigde Naties.

Volgens Peyrefitte dreigt de "Franse uitzondering' ten onder te gaan. De Italiaanse en Duitse ministers van buitenlandse zaken hebben al gesuggereerd dat Frankrijk zijn (permanente) zetel in de Veiligheidsraad aan Europa ter beschikking zou moeten stellen. Conclusie: Als Frankrijk geen stem en geen gezicht meer heeft, zal het zijn compenserende superioriteiten verliezen. Het zal geen middelen meer hebben om zijn wil te laten prevaleren boven die van Duitsland, dat de zijne zal opleggen. De term verlies van soevereiniteit krijgt daarmee zijn volledige betekenis, aldus Peyrefitte. Als goed Fransman betreurt hij en passant ook nog dat Nederlanders en Duitsers geen Frans meer spreken en “zelfs Italianen” op Engels zijn overgeschakeld sinds het Verenigd Koninkrijk tot de EG is toegetreden.

Deze analyse raakt de kern van een nationale trots die zijn eigen motoriek genereert en waartegen de voorstanders van "Maastricht', president Mitterrand voorop, alleen het bekende maar weinig aansprekende argument kunnen stellen dat Frankrijk, zoals elk EG-land sinds 1958 toen het EEG-verdrag in werking trad, soevereiniteit heeft afgestaan. Of dat men beter met de machtige D-mark binnen dan buiten de EG kan leven. Volgens voorlopige oordelen van Parijse politieke analisten vormen de tegenstanders van "Maastricht' een kleine minderheid in het parlement, te klein om de benodigde grondwetswijziging - waarvoor een drievijfde meerderheid vereist is - te kunnen tegenhouden. Maar de politieke situatie kan gecompliceerd worden door het debat over de vraag hoe de grondwetswijziging moet worden doorgevoerd.

Mitterrand heeft een voorkeur voor de "parlementaire weg'. Maar de president sluit niet uit dat hij de aanpassing van de grondwet via een referendum zal doorvoeren als in het parlement geen meerderheid bestaat. De rechtse oppositie is verdeeld: de liberale UDF van oud-president Giscard d'Estaing, die in grote meerderheid voor "Maastricht' is, wil een referendum vermijden. De RPR sprak zich gisteren daarentegen uit voor een volksraadpleging. Jacques Chirac, de RPR-leider die enkele jaren geleden de "Europese Acte' namens Frankrijk tekende, zag zich genoodzaakt hiermee in te stemmen om de eenheid in zijn gaullistische gelederen te bewaren.

De vermenging van het debat over het principiële karakter van het Verdrag van Maastricht en dat over de procedure waarop de grondwetswijziging en de ratificatie zullen moeten plaatshebben, levert nieuwe risico's op. Een referendum over "Maastricht' kan snel ontaarden in een uitspraak voor of tegen Mitterrand. De president is zich daarvan bewust. In een referendum beantwoorden de Fransen andere vragen dan die welke hun gesteld worden, heeft hij ooit gezegd. En bovendien is er de les van de Europese Defensie Gemeenschap, die in 1954 in de Franse Nationale Vergadering sneuvelde. Ook toen ging het om een verdrag (tussen de toenmalige zes EG-lidstaten) dat, net als nu het geval is met het Verdrag van Maastricht, niet gewijzigd en alleen aanvaard of verworpen kan worden. De minister van binnenlandse zaken in de toenmalige regering van premier Pierre Mendes-France heette François Mitterrand.