"Een te late boekhouding levert de mini-onderneming een boete van ƒ 5,- per maand op'

Teleurstelling, geworstel met balanscijfers, gebrek aan orders, op de loer liggende concurrentie en heibel onder het personeel.

In de mini-onderneming is het allemaal net echt. Dat hebben de acht leerlingen van het Agrarisch Opleidingscentrum in Goes inmiddels aan den lijve ondervonden. Ze zitten in de tweede klas van de MBO-opleiding Plantenteelt en Veehouderij maar buiten schooltijd zijn ze algemeen directeur, marketing manager, verkoopcoördinator, personeelsfunctionaris of magazijnbeheerder van Colour Blocks. Hun produkt bestaat uit gekleurde betonblokjes die boeren in fruitbomen kunnen hangen om de takken horizontaal uit te buigen. Dat ze gekleurd zijn is een groot voordeel, want daardoor kunnen ze worden teruggevonden in het gras onder de bomen en komen ze niet in de maaimachines terecht. Een gat in de markt. Hier zat heel fruittelend Zeeland op te wachten.

Maar dat viel tegen, moest marketing manager Marcel vaststellen toen hij op de fiets de boeren langs ging om ze te interesseren voor het nieuwe produkt. "Die blokjes?', mopperde een boer misprijzend, "nou, die mot ik niet.' Een andere boer was niet van plan een kerstballentent van zijn boomgaard te maken. Ook al werd er in de plaatselijke pers geschreven over de gekleurde blokjes van de mini-onderneming, grote bestellingen bleven uit.

In herfst en winter denken boeren niet aan uitbuigen, dat komt pas in de lente. Nadat promotie-functionaris Jan Jaap veel werk had verzet, konden ze onlangs opeens een order van 20.000 blokjes binnenhalen. Maar helaas, de mini-onderneming loopt al op zijn eind. Het moment van liquidatie is nabij en grote bestellingen kunnen niet meer in produktie worden genomen.

Het idee van de mini-onderneming is afkomstig uit de Verenigde Staten. Groepen leerlingen starten zelf een onderneming, waarin ze enkele uren per week werken. Ze kiezen een produkt en moeten er zelf voor zorgen dat het op de markt komt en verkocht wordt. Het startkapitaal wordt vergaard door ouders, buren, familie en vrienden ervan te overtuigen dat ze voor slechts ƒ 25,- aandeelhouder van een winstgevende firma kunnen worden. Twee keer komen de aandeelhouders bijeen en als het een beetje meezit krijgen ze aan het eind van het schooljaar hun investering terug. Soms zelfs met een paar dubbeltjes dividend.

Sinds 1990 bestaat de Stichting Mini-Ondernemingen Nederland, een gezamenlijk project van banken, ondernemers en het ministerie van economische zaken. Het eerste jaar gingen er tien mini-ondernemingen van start, het afgelopen jaar was het aantal al gegroeid tot ruim dertig. Meestal zijn het scholen voor beroepsonderwijs die belangstelling tonen, maar er zit ook een enkele scholengemeenschap voor MAVO, HAVO en VWO tussen. De produkten variëren van bedrukte T-shirts tot spelletjes voor demente bejaarden en van perspex CD-standaards tot sokken in cadeauverpakking.

Voorwaarde is dat er iets geproduceerd wordt. Zomaar doorverkopen van bestaande spullen mag niet. Via een nieuwsbrief worden de mini-ondernemingen op de hoogte gehouden van elkaars activiteiten en de regels waaraan ze zich moeten houden. Een mini-onderneming is geen vrijblijvend spelletje. Vooral de financiële administratie levert de mini-ondernemers veel hoofdbrekens op. Elke maand moeten ze bijgewerkte maandstaten opsturen naar de stichting. Als ze verzuimen wachten er boetes. "Het is misschien geen groot bedrag, maar het is wel vervelend dat het resultaat van hard werken teniet wordt gedaan door nalatigheid.' Hier spreekt de ware ondernemersgeest.

De jongens in Goes worden begeleid door leraar economische vakken H. van der Weele. Mentor van de mini-onderneming is P.M. Hoondert - geruite broek, pijp in de mond - die voor zijn pensionering directeur was van een hypotheekbank. "Dit is eigenlijk een mini-mini-onderneming', zegt Van der Weele, wijzend op het kleine personeelsbestand. "Ze komen van heinde en verre naar Goes en moeten soms uren reizen. Bovendien wordt er vaak van ze verwacht dat ze in drukke tijden thuis op het bedrijf meehelpen.' Het was een hele toer om een tijdstip te vinden waarop de mini-ondernemers gezamenlijk op de zolder van hun school de betonblokjes konden produceren.

Van der Weele vindt de mini-onderneming een uitstekende manier om zijn leerlingen vertrouwd te maken met markgericht denken. "Dat begint in de landbouw nu pas een beetje door te breken.' Mentor Hoondert ziet erop toe dat de voorraden zich niet opstapelen en ze aan het eind van het jaar met duizenden onverkochte blokjes blijven zitten. Ook vindt hij het belangrijk dat de administratie bijgewerkt is en de aandeelhouders correct worden toegesproken. "Je hoeft niet de vuile was buiten hangen', leert hij de mini-ondernemers, "maar je moet wel eerlijke informatie geven'.

Personeel aan het werk houden en zorgen dat de kwaliteit op peil blijft voor een zo laag mogelijke kostprijs is geen sinecure, moet produkt-manager Evert toegeven. Voor het salaris dat de medewerkers ontvangen moet gewerkt worden. Ook al is dat loon maar een schijntje: een produktiemedewerker verdient ƒ 1,-, een manager ƒ 1,50 en de directeur krijgt ƒ 2,- per uur. Staat de directeur aan de betonmolen dan verdient hij ƒ 1,-. Ook moet iedereen op tijd zijn werkbriefje inleveren. "Het is vreemd om opeens de leiding te hebben en je medescholieren op de vingers te tikken.' Heel anders dan een stage vindt Evert. "Hier leer je iets op te bouwen vanuit het niets, je moet je financiële zaakjes in orde hebben en je neemt zelf overal beslissingen over. In een stage doe je alleen het uitvoerende werk.'

Tijdens de produktie van de blokjes op de zolder van de school kwam het nog wel eens tot bekvechten. Goed samenwerken is lastig, vindt Kees. Samen een probleem oplossen is nog moeilijker, vult financiële man Barry aan. "Maar', zegt Marcel, "als de veertig aandeelhouders ƒ 25,10 terugkrijgen ben ik dik tevreden'.