Disco en rap op het Groene plein

TRIPOLI, 16 APRIL. In de Libische hoofdstad Tripoli was het gisteren, op de eerste dag van de VN-sancties tegen Libië, een muzikale bedoening: disco en rap op het Groene plein, nationalistische liederen in een schooltheater en traditionele balladen op de televisie. Maar het was allemaal nog ter gelegenheid van de verjaardag van de Amerikaanse luchtaanval van 1986 op Tripoli en Benghazi. Aan de bevolking leken de strafmaatregelen van de internationale gemeenschap voorbij te gaan. De Libiërs kregen er weinig nieuws over en ze toonden zich bijna onverschillig.

Abdel-Salam, Omar (15) en vier vrienden dansten op het Groene plein, waar de Libische leider Moammar Gaddafi twee weken geleden nog in een felle toespraak tegen het Westerse imperialisme was uitgevaren. “O ja, de sancties. Ze zijn slecht, die Amerikanen”, zei hij terwijl hij met zijn schouders draaide en een baseball-pet vaster op zijn hoofd drukte. Zijn vriend Hady Hassan bewoog zijn voet op de maat van de muziek en knikte instemmend.

“Minnaars van waarheid en menselijke waardigheid, mijn land, de held van de volksrevolutie”, zong intussen Abdel-Razzak al-Khabat, begeleid door drums en elektrische gitaars. Later gaf hij zijn verklaring voor de vrolijke sfeer op het plein op wat toch een sombere gelegenheid zou moeten zijn. “We dansen en zingen en vechten en doden”, zei hij. “Dat is ook de titel van een van onze songs.” “We blijven ons verzetten tegen Amerika en het mislukte imperialistische systeem”, voegde hij er nog aan toe.

In een theater een paar blokken verderop zongen schoolkinderen een nationalistisch lied opgedragen aan "Vader Moammar'. Onder de toeschouwers waren Gaddafi's zoons Seif el-Oruba en Khamis, en een geadopteerde dochter Hanaa, genaamd naar een andere geadopteerde dochter die werd gedood bij de Amerikaanse luchtaanval van 1986.

De televisie bracht gisteren alleen feitelijke berichten over het van kracht worden van de sancties. Het verkeer in Tripoli was normaal; de winkeliers deden goede zaken. Aleen een texichauffeur toonde zich bezorgd over zijn toekomst. “Ik reed veel mensen van en naar het vliegveld en ik werkte ook voor buitenlandse zakenlieden”, zei hij. “Nu zullen die niet meer zo vaak komen.” (AP)