Darwin

De ironische vraag van Gittenberger aan Doetjes in W&O van 2 april betreffende Poppers mogelijke bedoeling van de falsifieerbaarheid van de evolutietheorie, is niet terecht.

Enerzijds heeft Doetjes formeel gelijk: van de onderstelde evolutie in het verleden was geen mens getuige en zij is volgens de gestelde tijdschaal ook niet experimenteel te verifiëren of te falsificeren. Anderzijds doet Gittenberger het voorkomen, alsof de ontwikkeling van de natuurwetenschap sinds Darwin de waarschijnlijkheid van de juistheid van de theorie heeft doen toenemen. Het was nu juist de pointe van mijn eerder ingezonden brief dat dit geenszins het geval is.

De erfelijkheidsleer biedt nog altijd geen experimenteel aantoonbaar mechanisme voor (macro)evolutie, het fossiele "plaatje' levert minstens evenveel bezwaren tegen als aanwijzingen voor evolutie op, terwijl de door de moleculaire biologie getoonde uniformiteit in de levende natuur evolutionistisch een Pyrrhusoverwinning is: de complexiteit ervan lijkt inderdaad, in Gittenbergers woorden ""de evolutietheorie als absurd (te) kunnen ontmaskeren''. Sir Arthur Keith stelt dan ook: ""Evolutie is onbewezen en onbewijsbaar. Wij geloven het alleen omdat het enige alternatief afzonderlijke schepping is, en dat is ondenkbaar.'' Maar wat is dan anno 1992 voor dit geloven de wetenschappelijke grond gebleven? Ik sluit mij dan liever aan bij Quispels uitspraak: ""Men dient de natuur te onderzoeken zoals zij is en niet zoals men ze graag zou wensen.''