CVSE zegt Serviërs de wacht aan

De Conferentie voor Europese Veiligheid en Samenwerking heeft Servië de wacht aangezegd. Als de Serviërs niet uiterlijk op 29 april stoppen met gewapende acties tegen Bosnië-Herzegovina, dan zou het lidmaatschap van Servië - officieel nog altijd Joegoslavië - kunnen worden opgeschort. Daarover hebben de officiële vertegenwoordigers van de landen van de CVSE de afgelopen nacht in Helsinki overeenstemming bereikt.

In de verklaring, waarover de afgelopen nacht tot kwart over drie werd onderhandeld, wordt niet slechts een rituele veroordeling uitgesproken van het voortdurende geweld en steun betuigd aan de vredesinspanningen van de Verenigde Naties en de Europese Gemeenschap, maar wordt ook een beroep gedaan op Belgrado de steun te staken aan acties van ongeregelde groeperingen en het Joegoslavische leger in de onafhankelijke republiek Bosnië-Herzegovina, aangezien “de acties een duidelijk patroon vormen van grove en niet gecorrigeerde schending van de CVSE-verplichtingen”.

Dit is het hardste signaal dat de CVSE aan de Serviërs heeft laten horen en impliceert de mogelijkheid van uiteindelijke uitstoting van Joegoslavië. De uitspraak van de CVSE suggereert dat de afwijking van de CVSE-regel van consensus, die tot dusver alleen geldt in geval van schending van de mensenrechten, ook zou kunnen gaan gelden voor andere vraagstukken. De Servische vertegenwoordiger in Helsinki kon weliswaar niet instemmen met de verklaring, maar wilde zich er ook niet tegen verzetten, aangezien hij zich realiseerde dat afwijzing van deze verklaring slechts negatieve effecten zou hebben, zo menen waarnemers in de Finse hoofdstad.

De Nederlandse vertegenwoordiger bij de CVSE-besprekingen in Helsinki, ambassadeur H. Veenendaal, heeft met steun van negentien lidstaten het eerder door minister Van den Broek geventileerde idee van een Hoge Commissaris voor de Minderheden officieel ingediend. De bedoeling is dat deze functionaris, die geheel onafhankelijk moet kunnen werken, een politieke zwaargewicht is, die in geval van dreigende problemen met nationale minderheden op eigen initiatief kan optreden. De Verenigde Staten en Canada voelen nog niet zoveel voor het Nederlandse idee, omdat ze vrezen dat zo'n commissaris zich ook zou kunnen gaan bemoeien met de etnische minderheden in hun landen, aan wie het Amerikaanse respectievelijk Canadese staatsburgerschap is toegekend. Aan de andere kant van de oceaan heeft men geen behoefte aan Europese inmenging bij mogelijke problemen met deze minderheden. Onder de landen die het Nederlandse voorstel steunen, bevinden zich Hongarije, de Russische federatie, Letland, Estland, Litouwen en Polen.