Chimpasees geven kennis van geneeskrachtige planten aan kinderen door; Het oerwoud als medicijnkast

De mens is niet het enige zoogdier dat de geneeskunde beoefent. Mensapen en apen blijken bij kwaaltjes ook heel goed de weg te weten naar geneeskrachtige kruiden.

Iedere bezitter van een hond of kat kent het verschijnsel uit eigen waarneming. Als het dier iets verkeerds gegeten heeft, kotst het alles uit. Vaak zit in het plasje braaksel gras, dat het uit zuiver therapeutische overwegingen tot zich heeft genomen. Als braakmiddel.

Dit gedrag van huisdieren is het bekendste, maar lang niet het opmerkelijkste voorbeeld van zelfmedicatie bij dieren. In de natuur, en in het bijzonder in de tropen, komt het veel vaker voor. In het afgelopen decennium zijn in Afrika een vrij groot aantal waarnemingen gedaan die suggereren dat zoogdieren, en vooral mensapen, in hun natuurlijke leefomgeving planten benutten voor medicinale doeleinden. Niet slechts als braakmiddel, maar ook als pesticide.

Zieke chimpansees

Aanvankelijk ging het slechts om anekdotische meldingen. Totdat bioloog dr. Richard Wrangham, een Engelsman verbonden aan Harvard University, ontdekte dat zieke chimpansees die hij in Afrika in het Gombe Nationale Park in Tanzania bij het ochtendkrieken observeerde, consequent de bladeren aten van de plant Aspilia mossambicensis. Opmerkelijk was dat ze vooral de jonge bladeren uitkozen en er niet op kauwden, maar ze in hun geheel doorslikten. Waar de dieren voorheen moesten braken en last hadden van diarrhee, verdwenen de klachten goeddeels na consumptie van de bladeren.

Wrangham vroeg zich af of er in de bladeren misschien een verbinding zat die de chimpansees er bovenop had geholpen. De onderzoeker verzamelde een aantal Aspilia bladeren en zond deze naar de plantenchemicus prof. dr. Eloy Rodriguez van het Laboratorium voor Fytochemie en Toxicologie van de Universiteit van Califormië in Irvine. Rodriguez, een Hispanic geboren en getogen in Texas, voerde een chemische en farmacologische analyse uit. Hij extraheerde uit de bladeren een felrode, olieachtige verbinding, die hij thiarubine A doopte. Bij proeven in het laboratorium bleek deze verbinding een probaat middel tegen nematoden, kleine parasitaire wormpjes waardoor zowel planten als dieren in het Oegandese Oerwoud worden geplaagd en waarmee ook de chimpansees van Wrangham waren geïnfecteerd.

Rodriguez: ""Uit in vitro proeven in ons laboratorium is gebleken dat thiarubine A al in een concentratie van 10 microgram per milliliter dodelijk is voor nematoden en andere endoparasieten. Aan de andere kant laten proeven met muizen zien dat doses onder de 15 milligram per kilo lichaamsgewicht nog ruimschoots worden getolereerd. Een Aspilia-blad bevat naar schatting 100 milligram thiarubine. Als je extrapoleert naar chimpansees met een gewicht van 40 kilo, dan kom je tot de slotsom dat die 3000 Aspilia-bladeren kunnen eten zonder enige toxische effecten. Uit de waarnemingen van Wrangham blijkt dat de zieke chimpansees per zitting 30 tot 100 bladeren consumeren. Dat moet volgens onze berekeningen ruim genoeg zijn om alle nematoden in het darmkanaal te doden, zonder dat de chimp zelf ook maar een centje pijn heeft.''

Van het plantegeslacht Aspilia zijn nog meer antimicrobiële verbindingen bekend. Deze hebben een remmend effect op bacteriën. Inheemse Afrikanen gebruiken de bladeren van Aspilia onder meer voor de behandeling van wonden. Daarnaast zijn er verbindingen met een soortgelijk effect bekend uit andere planten, die eveneens worden gebruikt door zowel mensapen als mensen. Een voorbeeld is de bekende verbinding 5-methoxypsoralen, die voorkomt in soorten van het geslacht Ficus en die actief is tegen nematoden. Chimpansees die last hebben van deze endoparasiet selecteren ook van de Ficus vooral de jonge bladeren, die zes maal zoveel 5-methoxypsoralen bevatten dan de oude.

Hoe beter de onderzoekers kijken, hoe langer de lijst van medicinale verbindingen wordt. Zo bevat een andere plant die veel door Afrikaanse chimpansees wordt gegeten, Rubia cordifolia, een zeer potent celdodend middel dat in lage concentraties effectief tegen parasieten is. Rubia-bladeren worden ook veelvuldig gebruikt in de volksgeneeskunde in Azië en Afrika. Andere plantesoorten waarvan het de medicinale toepassing en effectiviteit zijn onderzocht zijn onder meer: Cassipurea ruwenzorensis, Commelina, Crassocephalum, Vernonia amygdalina, terwijl van nog een nog veel ruimer aantal soorten is gerapporteerd dat ze worden gebruikt als medicijn.

Zoofarmacognosie

Wrangham en Rodriguez hebben de dierlijke "kennis van farmaceutische verbindingen' een wetenschappelijke naam gegeven: zoofarmacognosie (samengesteld uit de Griekse woorden zoon = dier, pharmakon = medicijn en gnosis = kennen).

Wrangham: ""We hebben weliswaar geen waterdichte bewijzen voor het bestaan van medicinale kennis bij mensapen, maar de aanwijzingen zijn erg suggestief. We weten dat de chimpansees hun consumptiegedrag wijzigen wanneer ze last hebben van endoparasieten en het lijkt erop dat ze er ook een stuk beter van worden. Maar het beeld dat we hebben is gebaseerd op losse waarnemingen en niet op goed gecontroleerde proeven. Helaas zijn die in het regenwoud ook niet erg eenvoudig uit te voeren.''

Volgens Wrangham is het ""niet onmogelijk dat de mens al even lang aan zelfmedicatie doet. Dat zou de geschiedenis van de geneeskunde zo'n 5 à 6 miljoen jaar langer maken''.

Via welk leerproces de chimpansees hun kennis hebben opgedaan is niet duidelijk, wel hoe ze deze van generatie op generatie doorgeven. Wrangham: ""Dat gebeurt door imitatie. Jonge nieuwsgierige cimpansees zijn gefascineerd door wat hun soortgenoten eten. Oudere chimpansees leren hun welke bladeren te gebruiken en hoe: in deze gevallen dus door de bladeren in te slikken, zodat de kwetsbare medicinale bestanddelen niet al in de mondholte kapotgaan maar pas vrijkomen in het maag-darmkanaal.''

Het gebruik van medicinale planten is een truc die uitsluitend te danken is aan de scheikundige diversiteit van de planten in de tropen. Rodriguez: ""Het oerwoud is een fytochemisch luilekkerland. Als je giftige planten wilt vinden, moet in de Tropen zijn. Planten ontwikkelen veel bijzondere verbindingen, secondaire metabolieten genaamd, die geen andere functie hebben dan om dieren af te schrikken ze op te eten. Chimpansees en mogelijk ook andere dieren hebben in de gaten gekregen dat ze sommige van die verbindingen handig kunnen gebruiken voor de bestrijding van parasieten. Dat is natuurlijk hetzelfde als wat mensen doen: neem een gif en pas het toe in een dosis waarbij het iets anders doodt voor het jou doodt. Dat is de basis van de farmacologie.''

Rodriguez hoopt met zijn thiarubine een goedkoop medicijn in handen te hebben voor vee, bij te mengen in het veevoeder in Derde Wereldlanden. ""Thiarubine is niet perfect - het breekt langzaam maar zeker af onder invloed van licht - maar voor ontwikkelingslanden kan het heel nuttig zijn.''

Foto: Chimpansee onder Ficus-boom in het Kibale National Forest in Oeganda. Inzet: Bladeren van Rubia cordifolia, teruggewonnen uit de faeces na consumptie door chimpansees in het Kibale Bos.