Anarchie en droogte leiden tot hongersnood in Afrika

NAIROBI, 16 APRIL. In Dollo sterven 25 mensen per dag van honger. In dit gehucht in Zuidoost-Ethiopië verblijven sinds kort 200.000 Somalische vluchtelingen, Ethiopische vluchtelingen die na jaren terugkeren uit Somalië en ontheemden uit Ethiopië zelf. Er is geen voedsel in het gebied. Een eindeloze oorlog dreef de vluchtelingen uit Somalië naar Dollo, een gebied dat zwaar lijdt onder de hardnekkige droogte.

Het menselijk drama in de Hoorn van Afrika lijkt geen einde te hebben. In Somalië heeft de waanzin toegeslagen. Verhitte strijders van diverse clans schieten in Mogadishu op alles wat beweegt, ook op honden, katten, baby's en buitenlandse hulpverleners. Tienduizenden hongerige bewoners trokken vorige week in een vredesmars door de vernietigde hoofdstad. Zij eisten van de twee voornaamste guerrillabewegingen dat zij buitenlandse hulporganisaties toestaan voedsel af te leveren.

In Somaliland in het noorden, dat zichzelf onafhankelijk heeft verklaard, bestond ruim een jaar lang eenheid en rust. Gevechten tussen verschillende clans, aangewakkerd door een aan kracht winnend islamitisch fundamentalisme, hebben begin deze maand hulporganisaties ertoe gebracht hun activiteiten op te schorten of te staken.

Bijna een jaar na de omverwerping van de dictatuur in Ethiopië dreigt het land in een nieuwe burgeroorlog verwikkeld te raken. Spanningen tussen de twee voormalige bevrijdingsbewegingen - nu coalitiepartners in de broze regering - leidden de afgelopen week tot oorlogsverklaringen aan beide zijden. Het Ethiopische Revolutionaire Volksbevrijdingsfront (EPRDF) van president Meles Zenawi dreigde het Oromo Bevrijdingsfront (OLF) met militaire actie. De president beschuldigt het OLF ervan een “geheime oorlog” te voeren met als doel onafhankelijkheid voor de 25 miljoen Oromo's. Nu al slagen hulporganisaties er door de gewapende anarchie in het oosten en delen van het zuiden nauwelijks meer in voedsel op de plaatsen van bestemming af te leveren.

Een verrassend succesvol offensief heeft in Zuid-Soedan regeringstroepen tot op 135 kilometer van het hoofdkwartier in Torit van de rebellenbeweging SPLA van John Garang gebracht. Hulporganisaties konden door de relatieve vrede in SPLA-gebied in de laatste jaren er een netwerk voor voedseldistributie opbouwen. Tienduizenden ontheemden trekken nu in alle windrichtingen, onbereikbaar voor de hulporganisaties.

De problemen in de Hoorn van Afrika lopen inmiddels in toenemende mate over naar Noord-Kenia. Ruim 200.000 vluchtelingen uit Somalië en Ethiopië verzamelden zich in kampen in een kurkdroog landschap. De nomadische volkeren van Noord-Kenia zelf zagen in de afgelopen maanden door droogte hun kuddes gedecimeerd en volgens berichten uit het gebied beginnen de eerste hongerslachtoffers te sterven.

President Meles Zenawi opende vorige week een humanitaire topconferentie in Addis Abeba met een oproep tot regionale samenwerking om nieuwe catastrofes te vermijden. Drieëntwintig miljoen zielen in de regio zouden met de hongerdood worden bedreigd. Abdul, die zes maanden lang deze conferentie heeft voorbereid: “Het maximum dat de staatshoofden in deze regio kunnen doen voor de miljoenen slachtoffers is vrije doorgang verstrekken voor voedselconvooien.” Op de conferentie is overeenstemming bereikt tussen de regeringen en de rebellenbewegingen voor het scheppen van zulke neutrale zones voor humanitaire hulp.

Zijn de rampen in de Hoorn van Afrika een gevolg van oorlog en droogte, in zuidelijk Afrika spelen (met uitzondering van Mozambique) alleen de natuurelementen met het lot van de bevolking. In elf landen in de regio worden 100 miljoen mensen geteisterd door een constante blauwe lucht zonder wolken. Wat het grote regenseizoen had moeten zijn is inmiddels afgelopen. De oogstverwachtingen in de meeste landen liggen op gemiddeld dertig procent van het niveau van vorig jaar.

In Zimbabwe, doorgaans een voedselexporterend land, en in Namibië is de noodtoestand afgekondigd. In Harare is het tot voedselrellen gekomen. Rivieren zijn ingekrompen of totaal verdwenen. Door het lage waterpeil van Limpopo moest de irrigatie van velden in Mozambique worden beperkt. De export van tabak, katoen en suiker zou teruglopen terwijl juist nu harde valuta nodig zijn voedselimporten. Ook in zuidelijk Afrika, met uitzondering van Zuid-Afrika, zullen vrijwel alle landen het niet kunnen stellen zonder massale voedselhulp.