ALEX VAN WARMERDAM MAAKT OPNIEUW EEN ONVERGELIJKELIJKE FILM; Wreker tussen de humorloze patsers

De Noorderlingen. Regie: Alex van Warmerdam. Met: Leonard Lucieer, Jack Wouterse, Annet Malherbe, Dary Somé, Rudolf Lucieer, Loes Wouterson, Agnes Dobbelaere. In 18 theaters.

Wat is het gemiddelde tussen een Amerikaanse western en een Italiaans melodrama? Een oernederlandse film van Alex van Warmerdam. Met een winderig spookstadje als broeinest voor terreur, verkrachting en moord; met de actrice Annet Malherbe in zo'n bollende, witte onderjurk als Anna Magnani, op haar plaats in een zwaar aangezet treurspel van religieuze misleiding. Beide inspiratiebronnen treden in vorm en inhoud naar voren, aan geen van beide wordt toegestaan te overheersen.

Oftewel, Alex van Warmerdam slaagde erin om na Abel opnieuw een volslagen originele speelfilm te maken: De Noorderlingen.

Het jaartal is 1960. De naoorlogse wederopbouw nadert zijn voltooiing, alleen ontbrak het blijkbaar aan middelen om het hoopvol buitenwijkje op een Noordnederlandse akkervlakte af te maken. Er is een school, er is een slagerswinkel, er is een bushalte. Een gezin of vijftien richt de propere woninkjes in. Maar op de stoeptegels na bleef de straat onverhard en een eigen kerk zal in deze wijk nooit worden opgericht, hoe vroom de bewoners ook zijn.

De Noorderlingen lijkt te zijn opgezet als tegenpool van Van Warmerdams succesvolle debuut Abel. Zo stelde de regisseur, opnieuw in samenwerking met cameraman Marc Felperlaan, voor zijn tweede film een onopvallend palet van gedempte tinten, in de plaats van de overdadig warme, intense kleuren. Nu zijn het de lijnen die het beeld regeren: een recht straatje markeert de strikt horizontale en verticale lijnen van ramen en deuren van twee huizenblokken. Naast het wijkje is een bos met kaarsrecht oprijzende dennenstammen langs een ongebogen zandpad. In het midden van het bos bevindt zich in de schemer een rond ven. Daar lijken ongeremd de gevoelens te ontstaan die het wijkje smoort: ontluikende erotiek, kleine hartstocht, vriendschap, chaos en creativiteit.

De jongen die door dat ven wordt aangetrokken, is het tegendeel van zijn voorganger. Abel was een labiel geval, pathologisch bevreesd voor de buitenwereld. Deze Thomas, innemend natuurlijk gespeeld door Leonard Lucieer, is een doodnormaal kind dat steeds het huis uit rent. Maakte Abels moeder zich zorgen dat haar zoon "nog nooit een neger' had gezien, Thomas fietst rond met zwartgemaakt gezicht. Liefst dost hij zich uit als de Congolese heerser Loemoemba: er kan dan ook geen radio worden aangezet en geen krant uitgevouwen, of er wordt bericht over diens machtsstrijd met Kasavoeboe. Het contact met een echte neger, in een kooi afgeleverd door twee rondreizende witte paters, betekent in het leven van Thomas een omwenteling, die zal doorgolven tot in de uithoeken van de rechte kamers in de karige laagbouw.

Ook het milieu waar Thomas opgroeit, verhoudt zich haaks tot wat Van Warmerdam opriep voor Abel. Niet is er sprake van gezinsverstikkende lievigheid, hier zijn kinderen bijzaak. Echtparen worden geteisterd door verschil in seksuele drift, door godsdienstwaanzin, door machtswellust of door ordinair sjaggerijn. Buren bespioneren elkaar, bitse blikken vernietigen elke gelegenheid tot een vriendelijk kletspraatje. De slager die bij zijn vrouw te kort komt, duikt bij de aanblik van het decolleté van zijn winkelmeisje met een kreun letterlijk in het vlees - van de halve koe die hij staat te snijden.

Thomas dreigt op te groeien tot een even ongelukkige figuur als zijn vader, maar misschien slaagt de postbode erin de fantasie van de jongen te behoeden voor verwurging. Van Warmerdam zelf speelt deze raadselachtige figuur, onweerstaanbaar dank zij zijn geniale timing, intonatie en mimiek. De postbode is de enige bewoner van het rijtje die dagelijks contact onderhoudt met de buitenwereld. En omdat hij - naast het ven, waar anders - de brieven die hij moet bezorgen openstoomt en leest, is hij alwetend. Almachtig is hij ook een beetje: nare brieven verbrandt hij soms. Een soort God de Vader dus, maar dan een die niets te maken heeft met de kruisbeeldjes die we in alle huis- en slaapkamers zien hangen. Voor de zwakken een beschermer, een wreker voor de humorloze patsers. In staat om met één blik het overspel van een buurman te voorkomen. Van Warmerdam zelf houdt het erop dat de postbode de Heilige Geest is. Van de Heilige Drieëenheid heeft de Heilige Geest het minst omhanden, die moet zich stierlijk vervelen, bedacht hij. En dan ligt het voor de hand dat die Heilige Geest afdaalt om de mensen te verwarren, om hier een beetje dwars te zitten en daar een bescheiden wonder te verrichten.

Veel kracht ontleent De Noorderlingen aan de creatieve zorgvuldigheid waarmee er werd omgesprongen met de filmtechniek. Van Warmerdam bedacht schitterende visuele grappen, hij zorgde in samenspel met editor René Wiegmans voor een knappe, stroomversnellende montage en hij buitte het verhalende effect uit dat de nadruk op kleine geluiden kan veroorzaken.

In zijn verhaalverloop slaagt hij er echter niet steeds in om alle elementen die hij uitzet ook naar behoren weer bij elkaar te brengen. Sommige van de vele personages verliezen we zo lang uit het oog dat ze onschadelijk worden. Het overkomt de hitsige vrouw van "de jager' en de hysterisch devote echtgenote van de slager, maar het meest stoort het bij de figuur Dikke Willie (smakelijk vertolkt door Theo van Gogh), de treiterende buurtbink. Is hij een bullebak op zijn opgevoerde brommer of een zielepoot achter de keurige glasgordijnen van zijn moeder? Bereikt De Noorderlingen de scène waar Willies raadsel wordt ontknoopt, dan wekt de figuur, door het hem ongunstig gestemde verhaalverloop, te weinig belangstelling meer.

De Noorderlingen staat met zijn mooie hardvochtigheid geheel in dienst van de herrie die Alex van Warmerdam wil schoppen in dekraakhelderheid van de Nederlandse microkosmos. De sleutel tot die herrie ligt in de verhouding tussen realisme en waan. Zijn zonder uitzondering fenomenaal gespeelde personages gedragen zich als symbolen. Ze praten in exemplarische zinnen, koesteren een consequent bij hun type passende lichaamshouding en articuleren overdreven. Hun omgeving is ongewoon van extreme gewoonheid. Soms telt Van Warmerdam de personages op bij die omgeving, en dan blijkt de som ineens veel meer te bedragen dan de delen deden vermoeden. In zo'n geval betoont de cineast Van Warmerdam zich de theatermaker die hij ook is. Schaamteloos zet hij de handeling een ogenblik stil. Het beeld bevriest tot een dreigend tableau vivant, de blikken van de personages ver-ijzen, hun gestalten worden onderdeel van een even magisch- als tragisch-realistisch filmschilderij.

En zo hakt Van Warmerdam in De Noorderlingen en passant in de wortels van de Nederlandse kleinsteedse samenleving, zet hij het mes in de excessen die daar al snel uit groeien. Tegenwicht biedt hij door terloops de macht van de kinderziel toe te juichen, en door de spot te drijven met de belachelijke overstap naar naargeestigheid, die menigeen denkt te moeten maken om voor volwassen door te kunnen gaan.