Ajax in de finale van UEFA Cup ondanks falende schutters

AMSTERDAM, 16 APRIL. Nog niet zo lang geleden greep Ajax-voorzitter Michael van Praag geïrriteerd naar de telefoon om contact op te nemen met Leo Beenhakker in Madrid. Enkele interviews van de welbespraakte oefenmeester waren de praeses in het verkeerde keelgat geschoten. Van Praag verzocht "Don Leo' geen kritiek meer te uiten op Ajax, anders zou het bestuur van de Amsterdamse club een boekje open doen over het functioneren van de oefenmeester in De Meer.

In Madrid, bij de eerste finalewedstrijd van de UEFA-Cupfinale, had Van Praag de betrekkingen met Beenhakker willen normaliseren. “Want je komt elkaar altijd weer een keer tegen.” Maar de handreiking zal bij een andere gelegenheid moeten plaatsvinden. Beenhakker, die bij het gefortuneerde Real een beter voetbalklimaat hoopte aan te treffen, verloor kansloos in Turijn tegen Torino (2-0) terwijl zijn oude werkgever Ajax wel doorstootte naar de finale ondanks het wat teleurstellende gelijkspel (1-1) tegen Genoa.

De Amsterdammers mogen evenwel met recht aanspraak maken op de eindstrijd. Niet alleen toonde Ajax zich in twee ontmoetingen met Genoa de betere ploeg, ook zorgde het elftal in eerdere wedstrijden voor een serie zonder nederlaag. Ajax staat voor de derde keer in zes jaar in een Europa Cup-finale en kan na Juventus de tweede club worden in de geschiedenis van het voetbal die alle cups in de prijzenkast heeft staan. Van Praag, concludeerde gisteravond alvast tevreden: “Na zo'n jaar schorsing meteen in de finale...We hebben in ieder geval laten zien dat we er nog zijn. Ajax is weer een Europese topploeg aan het worden. Maar we zijn 't natuurlijk nog niet.”

De voorzitter onthield zich wijselijk van cynische opmerkingen in de richting van Beenhakker. Zei dat het hem speet dat Ajax Real was misgelopen en wees vervolgens veelbetekenend in de richting van Van Gaal. “Ondanks alle kritiek op de wijze waarop hij in het begin het elftal samenstelde, heeft Louis toch een goed team neergezet.” Het moet gezegd worden dat twee van Van Gaals protégé's in het Olympisch Stadion een voortreffelijke wedstrijd speelden: Wim Jonk en Michel Kreek.

Met name het optreden van Kreek was opmerkelijk. De 21-jarige jeugdinternational werd in de feestzaal bedolven onder de felicitaties. Men zag Kreek als de man van de wedstrijd, zoals Winter die rol vertolkte in Genua. De linkshalf bleef er heel nuchter onder. Realiseerde zich dat succes en tegenspoed in de sport dicht bij elkaar liggen. Kreek: “Ik heb vaak in dienst van het elftal ook goed gespeeld. Dat valt dan niet op en je krijgt geen enkel complimentje. Nu is het halleluja, morgen word je net zo makkelijk weer aan de schandpaal genageld.”

Michel Kreek is de opvolger van Richard Witschge bij Ajax, maar een totaal ander type voetballer. Hij mist de fluwelen balbehandeling van de huidige Barcelona-speler, maar compenseert dat met onverzettelijkheid, agressie en opofferingsgezindheid. Een dienende voetballer dus. In een elftal waar de fysieke kracht de achilleshiel vormt, zorgt zijn aanwezigheid eigenlijk voor meer evenwicht en Ajax kreeg nog zeven miljoen gulden (voor de transfer van Witschge) toe ook.

Aanvankelijk zag het er echter niet naar uit dat Kreek het niveau had om in het eerste team van Ajax te spelen. “Als je me een jaar geleden dit had voorgehouden, dat ik nu een vaste plaats in het elftal heb gekregen, dan zou ik je voor gek hebben versleten”, kijkt hij terug op de moeilijke periode onder Beenhakker. “Ik ben een paar jaar lang ten onrechte als stok achter de deur gebruikt voor linksbuiten Bryan Roy. Dat valt Beenhakker eigenlijk niet eens te verwijten. Hij beschikte toen nog niet over Edgar Davids. Probleem was echter dat ik onvoldoende aanleg heb voor de rol van aanvaller. Ik mis een specifieke passeerbeweging die je intuïtief uitvoert, zoals Roy of Taument dat kunnen. Zij zijn wel echte buitenspelers.”

Van Gaal noemt Kreek een kanjer. Het is een speler naar zijn hart. Toen Van Gaal nog jeugdtrainer was bij Ajax, en Kreek bij de junioren A speelde, bombardeerde hij de in de Jordaan geboren voetballer tot aanvoerder. In dat elftal stond Kreek overigens laatste man. “Ik heb op heel wat posities gespeeld. Ik begon op achtjarige leeftijd bij Ajax als linksbuiten. Bij de B-junioren werd ik omgevormd tot linksback. Trainer Dirk de Groot was eigenlijk de eerste die zag dat ik geen aanvaller ben. Hij zei: je hebt nu zoveel trappen moeten incasseren, ga ze nu ook maar eens uitdelen. Misschien dat ik dit iets te serieus heb genomen. Want ik maak nog steeds te veel onnodige overtredingen. Daarnaast is mijn rechterbeen wat te zwak. Daar zal ik aan moeten werken.”

Aanvankelijk leek de vacature-Witschge te worden opgevuld door Jan Wouters. Maar toen ook hij vertrok, lag de weg voor Kreek open. “Op de avond dat Beenhakker voor het laatst bij ons op de bank zat, raakte ik geblesseerd. Na zes weken kreeg ik tegen Twente en Osasuna een kans om me waar te maken. Van Gaal wist dat ik nog conditie te kort kwam, maar hij gaf me toch al zijn vertrouwen. Dat heeft me goed gedaan. Dan ontstaat er een wisselwerking waardoor je eigenlijk niet meer stuk kunt. Hoewel ik vind, dat wat ik nu heb bereikt, toch voor het merendeel deel aan mezelf heb te danken.”

Kreek was gisterochtend van de licht geblesseerden het grootste vraagteken door kwetsuren aan kuitbeen en knie. Het typeert zijn karakter dat hij 's avonds zo'n performance wist te verzorgen. Het bereiken van de finale heeft voor Kreek vreemd genoeg ook een schaduwzijde. Als speler van het olympisch team moet hij, net als enkele andere Ajacieden, vier dagen na de return tegen Torino namelijk aantreden in Australië voor een kwalificatiewedstrijd voor de Zomerspelen. “Ik weet niet of het mogelijk is om op zo'n korte termijn nog even naar Australië te vliegen”, aldus Kreek, “maar als het kan doe ik het. Het zou natuurlijk nog beter zijn als de FIFA die wedstrijd alsnog wil verplaatsen.”

Ajax balanceerde gisteravond even op de rand van de afgrond toen Genoa aan het einde van de eerste helft een voorsprong nam door een doelpunt van Iorio. Het was onthutsend te zien dat er plotseling twee Italianen helemaal vrijstonden om een pass van Skuhravy af te ronden. Kort na de rust deed Ajax wat terug. Een hard, goedgemikt schot van Wim Jonk werd door Dennis Bergkamp in de rebound alsnog ingetikt. Dat Ajax vervolgens geen afstand nam, had de ploeg geheel aan zichzelf te wijten. Bergkamp (tweede keer), Roy en Van Loen kwamen geheel vrij voor doelman Braglia, maar faalden. Pettersson schoot op de lat. Na de stunt in Genua was een gelijkspel evenwel voldoende. Voor het publiek reden om een daverend vuurwerk te ontsteken, dat de UEFA ongetwijfeld een slordige vijftig mille in het laatje brengt. Ajax niettemin terug aan de Europese top? “Allemaal bullshit-verhalen”, vindt Louis van Gaal. “Ajax heeft altijd al aan de Europese top gestaan.”