Adel

Het is goed dat in 1953 door de regering werd besloten geen personen meer in de adelstand te verheffen.

Dat is uit de mode. Dat de bestaande adellijke geslachten hun titels mogen behouden is logisch, maar het heeft geen zin de adel nu nog uit te breiden. Wanneer de adel daar behoefte aan heeft doet hij dat maar op de "natuurlijke' manier.

Mijn geslacht is niet adellijk, maar wel zeer oud: reeds in de veertiende eeuw begint mijn genealogie. Onze familie heeft er totaal geen behoefte aan om in de adelstand te worden verheven, integendeel. Waarom volgens de schrijver van het artikel "Adel dreigt een mummie te worden' (NRC Handelsblad, 9 april) bekende Nederlandse geslachten met de toen genomen beslissing "ongelukkig' zijn is me, ook historisch gezien, onduidelijk. We leven nu in een andere wereld dan die C.E.G. ten Houte de Lange voor ogen staat.

Wat ook afgeschaft moet worden zijn de vele nutteloze koninklijke onderscheidingen die jaar in jaar uit worden weggegeven. Charitatief werk wordt beslist niet alleen door de adel gedaan. Er zijn meer vrijwilligers te vinden bij "het gewone volk' dat het niet doet om een lintje of een schouderklopje, maar uitsluitend om te helpen. Ze hebben ook geen behoefte aan onnodige feesten om te tonen "hoe goed ze wel waren'.

Ik ben er trots op dat mijn vele Nederlandse voorouders de onderdrukking door de adel telkens weer hebben overleefd. In sommige dorpen wonen nu al vijf eeuwen dezelfde boerenfamilies, geslacht op geslacht, de adel is daar gelukkig verdwenen, maar mijn families wonen en werken er nog steeds, in Brabant, Limburg, Gelderland.