Wijziging van termijnen in strafproces

DEN HAAG, 15 APRIL. Een foutief betekende dagvaarding aan een verdachte is niet langer nietig als blijkt dat de verdachte toch tijdig op de hoogte was van de zittingsdatum. Dat kan bij voorbeeld blijken uit het feit dat hij om uitstel verzoekt. Het is een van de wijzigingen in het strafprocesrecht, die met ingang van 1 mei van kracht worden.

Vanaf die datum wordt een groot aantal bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering gewijzigd. De termijn waarbinnen een gerechtelijk vooronderzoek moet worden afgesloten wordt bij voorbeeld uitgebreid van veertien dagen naar twee maanden. De periode waarbinnen het OM in geval van beroep in cassatie tegen uitspraken bezwaar moet maken, wordt verlengd van tien dagen naar een maand.

Daarnaast zal de termijn tussen betekening van de dagvaarding en de zitting, waarvan overschrijding tot nietigheid van de dagvaarding leidde, voortaan ten hoogste tot een schorsing van het onderzoek op de zitting leiden. De periode waarbinnen een verdachte gedagvaard kan worden (drie dagen) voor kantonrechter en politierechter komt te vervallen.

Een verdachte mag, als het onduidelijk is wanneer een zittingsprocedure wordt hervat, ervan uitgaan dat de beroepsprocedure niet verloopt zolang hij niet op de hoogte is van de nieuwe zittingsdatum of van de uitspraak. Maar die moet hij dan wel zelf in de gaten houden.