VS willen terroristen straffen

WASHINGTON, 15 APRIL. Voor Amerika krijgt de persoon van de Libische leider Gaddafi bijna even kwaadaardige trekken als Fidel Castro. Minister van buitenlandse zaken James Baker maakte gisteren zelfs toespelingen op een olie-embargo, als de vandaag van kracht geworden sancties niet werken. Libië is geen olieleverancier van Amerika, maar wel van Europese landen, vooral Italië en Spanje.

“Ik kan niet voorspellen of de internationale gemeenschap extra sancties moet overwegen”, zei Baker. Hij toonde zich tevreden over de afwijzing van de Libische eis tot opheffing van de sancties door het Internationaal Gerechtshof, gisteren in Den Haag. Amerika had zich overigens toch niet gebonden gevoeld als het Hof de Libische eis had toegewezen.

Amerika ziet de VN-sancties tegen Libië als concretisering van het principe dat terroristen moeten worden gestraft. Syrië en Iran, die waarschijnlijk ook bij de bomaanslag op Pan-Am-vlucht 103 boven Lockerbie (271 doden) waren betrokken, zijn tot nog toe echter om politieke redenen vrijuit gegaan.

“De Syriërs zijn hier verkeerd bejegend”, zei president Bush vorig jaar over de eerdere beschuldigingen. De familieleden van de slachtoffers protesteerden toen Syrië er zo gemakkelijk van af kwam. Onderminister van buitenlandse zaken Lawrence Eagleburger ontving de boze familieleden van de slachtoffers, en verzekerde dat er geen bewijs was van Syrische en Iraanse betrokkenheid. Dat wil niet zeggen dat Syrië en Iran er niets mee te maken hadden. Het ontbreken van bewijs kwam de Amerikaanse regering goed uit en zo ligt het nog steeds. De steun van Syrië is bij voorbeeld nodig voor de door Amerika geleide vredesonderhandelingen tussen Israel en de Arabische landen.

De acties tegen Libië hebben bovendien bijval van twee andere leden van de Veiligheidsraad. Frankrijk zoekt vier Libiërs die worden verdacht van een aanslag op een vliegtuig van de Franse luchtvaartmaatschappij UTA boven Niger (170 doden). En Groot-Brittannië wil alles weten over de banden van het Ierse Republikeinse Leger (IRA) met Libië. De VN-sancties, een luchtvaartembargo en een wapenembargo, moeten Libië dwingen mee te werken aan een strafrechtelijk onderzoek tegen de verdachten en openbaring van trainingsfaciliteiten voor terroristen.

De Amerikaanse journalist Stephen Emerson heeft een boek geschreven over de Pan-Am-aanslag en volgens hem hadden de Iraniërs het initiatief genomen om het door Syrië te laten uitvoeren. Toen pro-Syrische Palestijnse terroristen door de Duitse autoriteiten waren opgepakt met vier bommen in hun bezit, kregen Libiërs de opdracht het op te knappen. De vijfde bom zou al zijn gemaakt. Alleen was de bom die is aangetroffen in de Boeing die in Engeland neerstortte niet met een luchtdrukmeter tot ontploffing gebracht, zoals voor de vier in Duitsland aangetroffen bommen nodig was, maar met een naar Libië te traceren timer. Ook het in Tsjaad neergestorte Franse passagiersvliegtuig was door een dergelijke timerbom ontploft. De belangrijkste sporen leiden zo naar de Libiërs en voor het overige wordt weinig speurwerk verricht, hoewel volgens Emerson bekend is dat Syrische en Libische terroristen dezelfde schuilplaatsen en faciliteiten gebruiken.

Ook de Amerikaanse luchtaanval op Libië in 1986 was omstreden. Deze was bedoeld als vergelding voor een aanslag op een dancing in West-Berlijn waarbij twee Amerikaanse militairen om het leven kwamen. Westeuropese inlichtingendiensten zeggen nu dat niet Libië, maar Syrië verantwoordelijk was. Amerikaanse functionarissen houden vol dat Libië de oorzaak was.

De luchtaanvallen op Tripoli en Benghazi in april 1986 vormden een persoonlijke triomf voor president Reagan, die een paar jaar eerder Amerikaanse mariniers uit Libanon had moeten terugtrekken nadat er 240 waren gesneuveld bij een shi'itische bomaanslag op hun hoofdkwartier. Reagan had het principe van vergelding voor terroristische aanslagen ingesteld maar dat bleek niet altijd te handhaven. De aanval op Tripoli zou een nieuwe tijd inluiden.

De directeur van het bureau terrorismebestrijding was toen Paul Bremer, eerder ambassadeur in Nederland. Hij heeft geen spijt van de aanval op Tripoli en Benghazi. Hij wil geen “verlamming van de overheid ten opzichte van terrorisme”, zei hij voor de Amerikaanse radio.

Volgens de terrorismespecialist van de Rand-denktank, Brian Jenkins, heeft het Amerikaanse oog-om-oogbeleid een gemengd succes. Hij wijst erop dat twee jaar na het bombardement op Tripoli de aanslag op het Pan-Am-toestel kwam.