Veel minder vernielingen in Amsterdam

AMSTERDAM, 15 APRIL. Het aantal vernielingen aan ruiten van openbare scholen, lantarenpalen en telefooncellen in Amsterdam is de afgelopen jaren verminderd.

Dat blijkt uit de "vernielregistratie' die door de gemeente wordt bijgehouden. Uit de gegevens van de gemeente blijkt dat het totaal aantal vernielingen in de periode van 1985 tot en met 1990 afnam van meer dan 10.000 tot 7.310 gevallen. De dalende trend is volgens het rapport het gevolg van een aantal preventieve maatregelen, zoals het aanstellen van buurtbeheerders. Ruiten van schoolgebouwen blijken nog altijd het meest gewilde object voor vandalen in de hoofdstad. In 1990 werden 4.615 ruiten ingegooid. Vijf jaar eerder vielen nog 7.663 ruiten ten prooi aan vernielzucht. Uit de registratie van de gemeente blijken het in toenemende mate begrepen te hebben op de abri's, de glazen wachthokjes van het openbaar vervoer. In 1990 werden ruim achthonderd vernielingen aan abri's genoteerd, bijna en verdubbeling ten opzichte van twee jaar eerder. De toeneming van de schade aan de abri's loopt samen met het plaatsen in de betreffende periode van het nieuwe model wachthokje, dat overwegend uit glas bestaat. De sloopzucht concentreert zich vooral in de binnenstad en langs routes naar het centrum in Amsterdam-Noord.