Toch vergoeding voor slachtoffers aardbeving

ROTTERDAM, 15 APRIL. Het Nationaal Rampenfonds maakt 2,5 miljoen gulden over aan het Rode Kruis voor de slachtoffers van de aardbeving in Limburg. Het Nationaal Rampenfonds in Den Haag kan volgens directeur Cense zelf bepalen wanneer een gebeurtenis een nationale ramp is. Hij zal druk uitoefenen op de verzekeringsmaatschappijen om de schade gedeeltelijke te vergoeden.

Ook de verzekeringsmaatschappijen lijken alsnog niet bereid mee te betalen aan een schadeloosstelling.

Het Verbond van Verzekeraars is vanmorgen in overleg getreden met het ministerie van binnenlandse zaken over aard en omvang van de hulp. Dit overleg is mislukt. Het Verbond heeft daarna contact opgenomen met het provinciaal bestuur van Limburg. In dat overleg wordt voorlopig alleen gesproken over het verlenen van expertise bij het taxeren van de schade. Dat heeft woordvoerster E. van der Woude van het Verbond desgevraagd meegedeeld.

Het Verbond vindt dat de aardbeving een bijzondere situatie is, waarbij de hulpverlening door de overheid zou moeten worden gecoördineerd.

Minister Dales (binnenlandse zaken) zei gisteren nog dat ze eerst meer over de omvang van de schade wil weten, voordat ze een beslissing neemt over hulp.

Het Verbond van Verzekeraars heeft vanmorgen zelf het initiatief genomen voor het gesprek met het ministerie, zegt Van der Woude, “omdat we vinden dat de verzekeringsmaatschappijen een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben”. Het Verbond praat namens alle binnen- en buitenlandse verzekeraars die in Nederland actief zijn.

Maandag, na de aardbeving, hadden de verzekeraars in overleg besloten niet te zullen afwijken van de brandpolis, welke schade door aardbevingen uitsluit.

“Omdat de polisvoorwaarden dat niet toelaten, kunnen de verzekeraars nu niet gewoon de schade aan huizen en inboedels vergoeden. Daarom zoeken ze naar een andere oplossing”, aldus Van der Woude.