Tafeltennispaar nu verlost van "Chiba-trauma'

STUTTGART, 15 APRIL. Binnenkort buigt het bestuur van de tafeltennisbond zich over de vraag hoe de successen van de Europese kampioenschappen in een actief promotiebeleid kunnen worden vertaald. Want de merkwaardige situatie doet zich voor dat de neergaande spiraal van de georganiseerde tafeltennissport in Nederland in schril contrast staat met het steeds hogere niveau van de nationale toppers.

Nooit eerder immers eindigden de twee nationale ploegen bij Europese kampioenschappen hoger dan nu in Stuttgart. De 3-1 nederlaag tegen Roemenië bezorgde het vrouwenteam (Bettine Vriesekoop en Mirjam Hooman) voor het eerst in de historie de zilveren medaille.

Naar de finale, die eigenlijk een titel had moeten opleveren, is een jaar toegeleefd. Na de wereldkampioenschappen in Japan sloten vrouwencoach Jan Vlieg, Vriesekoop en Hooman het "convenant' dat had moeten uitmonden in de Europese titel. Na de winst tegen het GOS leek het tegen Roemenië niet meer mis te kunnen gaan. In vrijwel alle evenementen waren de Nederlandse speelsters sterker gebleken dan hun opponentes. Zaterdag nog werd het duo Ciosu en Badescu in de groepswedstrijd duidelijk met 3-1 teruggewezen.

Maar Bettine Vriesekoop, tot dan toe de sterkste speelster van het toernooi, bleek uit vorm te zijn. “Ik voelde het 's morgens al aan. Het was geen mentale zaak, maar ik was fysiek niet fit na een aantal zware wedstrijden. Ik had ook te veel tijd gehad na het duel tegen het GOS. Als de finale er dichter op gezeten had, had de vermoeidheid waarschijnlijk nog geen kans gekregen om toe te slaan.”

Na de zwakke opening van Vriesekoop tegen Ciosu leek Hooman op weg naar een sensatie tegen Otilia Badescu. De op een zeer hoog niveau staande partij ging met de krapste marge verloren (22-20, 26-28, 19-21). Vlieg: “Die nederlaag heeft ons de das omgedaan. Als Mirjam in de tweede game een van de matchpoints had benut, hadden we de zaak nog kunnen klaren. Als onze beide speelsters in topvorm zijn, dan zijn we beter dan alle andere ploegen. Dat was vandaag niet het geval.”

Vriesekoop had er alle vrede mee gehad als niet zij, maar Hooman de beslissende factor in de eindstrijd was geweest: “Dat had ik zelfs heel positief gevonden. We hadden dan echt bewezen, dat we als ploeg in staat zijn om het allerhoogste te bereiken.”

Met het halen van de finale heeft de tafeltennisploeg het "boek-Chiba', in de terminologie van Bettine Vriesekoop, “van voor naar achteren gelezen en ook al verbrand”. Hooman: “We hebben een verschrikkelijk moeilijk jaar gehad, omdat iedereen als havikken op ons gelet heeft. We zijn in dit kampioenschap een heel goed team geweest, maar dat waren we in het verleden ook meestal.”

Bondscoach Vlieg had het afgelopen jaar de loodzware taak om de ploeg langs alle moeilijke klippen te loodsen. Die periode heeft zichtbaar aan hem gevreten: “Het heeft inderdaad gigantisch veel kracht gekost, maar dat heeft tegelijkertijd ook veel energie opgeleverd. Mijn uitval dinsdag naar een journalist, waar ik me voor wil verontschuldigen, komt voort uit het feit dat er na het wereldkampioenschap een jaar lang op ons is ingebeukt. De situatie is nu behoorlijk stabiel. Het is een plezier om met deze meiden te werken.”

Na de Europese kampioenschappen in Stuttgart gaat Vlieg, die inmiddels acht jaar bij de tafeltennisbond werkzaam is, met het bondsbestuur om de tafel zitten om spijkers met koppen te slaan over zijn toekomst. Zijn contract, en ook dat van zijn assistent Li, loopt na de Olympische Spelen af. Vlieg wil “onder bepaalde voorwaarden” doorgaan als bondscoach. “Maar belangrijk is hoe de ploeg over mij oordeelt. Als je niet met je belangrijkste spelers kunt werken, dan heeft het weinig zin om verder te gaan. Ik ben in ieder geval niet voor elke constructie beschikbaar.”

De te verwachten bezuinigingen bij de tafeltennisbond hoeven niet per definitie het einde van Vliegs plannen en ambities te betekenen. Hoewel de bondscoach zich er niet over wenste uit te laten (“ik ga niet via de media met het bestuur communiceren”) is het vrij zeker dat het beschikbare geld in de toekomst zal worden besteed aan wat minder spelers. Die lijn is bij de jeugd al uitgezet. Waarschijnlijk zal het nieuwe beleid ten koste gaan van uitzendingen van diverse B-internationals.

Dat Vlieg in de toekomst nog lang kan rekenen op het duo Hooman-Vriesekoop, ligt niet voor de hand. De verwachting is dat Vriesekoop niet lang na de Olympische Spelen in Barcelona haar carrière, die bijna twintig jaar heeft omvat, zal beëindigen. “Het was voor ons nu of nooit”, merkte Mirjam Hooman na de verloren finale tegen Roemenië veelbetekenend op.