Steenkamp: principiëler opstelling CDA nodig

DEN HAAG, 15 APRIL. Een commissie uit het CDA onder leiding van "oprichter' P. Steenkamp vindt dat er een meer principiële stellingname van de partij moet komen. De uitdagingen waar de wereld voor staat vragen meer dan pragmatisme, aldus de CDA-commissie in het vanmiddag gepresenteerde Program van uitgangspunten.

Het gaat hierbij om een vernieuwing van het tien jaar oude beginselprogramma van het CDA. Op basis daarvan wordt onder andere het verkiezingsprogramma opgesteld. Veel meer wordt een algemene lijn uitgezet, dan dat er concrete voorstellen worden gedaan. De boodschap van de commissie is dat er de komende jaren wel degelijk belangrijke taken zijn weggelegd voor de overheid en dat dus niet alles kan worden overgelaten aan het “vrije spel der maatschappelijke krachten”.

In het rapport wordt geconstateerd dat de burger aan het eind van de twintigste eeuw “ongedroomde kansen in handen heeft gekregen en een ongekende macht”. Hiermee is volgens de CDA-commissie een “verantwoordelijke omgang noodzakelijk” en hier is een duidelijke taak weggelegd voor de politiek. “Dat vraagt principiële stellingname, het mandaat van de kiezer en een politiek die daarop aanspreekbaar is”, aldus de Commissie-Steenkamp.

Gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap blijven voor het CDA de bakens. Maar er wordt voor gewaarschuwd dat dit geen “vage idealen” mogen blijven, mensen moeten daarop ook aanspreekbaar zijn.

Pag.2: "Evangelie als richtsnoer'

Het CDA wijst vrijblijvendheid af. Tevens voelt de commissie daarom niet voor een samenleving waarin burgers gestimuleerd worden toe te geven aan consumentisme. Maar evenmin is het CDA voor een maatschappij “waarin de overheid burgers hun verantwoordelijkheden ontneemt”.

Meer concreet spreekt de partij zich in het program van uitgangspunten uit voor het evangelie als richtsnoer voor het politiek handelen. “Aan het spreken en handelen van kerken hecht het grote betekenis”, aldus het program.

Uitgangspunt bij de sociaal economische politiek dient volgens het CDA te zijn dat burgers zelf de kosten voor het levensonderhoud dragen. “De overheid helpt via voorzieningen op maat vooral hen die niet meer in staat zijn hun positie met betaald werk te verbeteren. Vandaar dat in de optiek van het CDA in de sociale zekerheid de overheid slechts basisvoorzieningen moet garanderen. Voor het overige zouden mensen moeten worden aangespoord om zich “door middel van sparen en verzekeren in te dekken voor risico's van inkomensderving, kosten van huisvesting en studiekosten”. Als deze zaken in concrete punten bij een verkiezingsprogramma vertaald worden, zou dit kunnen leiden tot het ter discussie stellen van het stelsel van studiefinanciering en de individuele huursubsidie.

De CDA-commissie vindt op het punt van milieu dat het beleid moet apelleren aan de verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven. Milieuheffingen moeten een duidelijke regulerende functie hebben. Maar waar zich onomkeerbare schade aan het milieu dreigt voor te doen zijn ge- en verboden per se nodig.