Rode Kruis schenkt ton voor hulp na aardbeving

ROTTERDAM, 15 APRIL. Het Nederlandse Rode Kruis heeft met onmiddellijke ingang zijn rampengiro 777 opengesteld voor gedupeerden van de aardbeving in Roermond en omstreken. Uit eigen middelen heeft het Rode Kruis een eerste donatie van 100.000 gulden gedaan.

Het Nationaal Rampenfonds, opgericht in 1953 na de grote overstroming in Zeeland en Zuid-Holland, hield zich aanvankelijk afzijdig, zoals vaker in de recente geschiedenis, tot teleurstelling van betrokkenen. “Strandtenthouders boos op Rampenfonds”, kopten de kranten in augustus 1980, nadat de bewuste instelling had besloten geen cent uit te keren aan een reeks exploitanten van strandpaviljoens, die gedupeerd waren door een stormramp in april dat jaar. Maandag nog, vlak na de aardschok in Limburg, zei woordvoerder B.P. Burgers dat er van de kant van dat fonds geen steun te verwachten is. De Limburgse ramp zou daarvoor “te kleinschalig” zijn.

Destijds, zomer 1980, voelden de strandtenthouders zich, naar een uitspraak van hun voorman W. Beringen, “besodemieterd”, omdat het Rampenfonds volgens hen wel degelijk hulp had toegezegd. “Het bestuur van het fonds” - aldus Beringen - “liet telkens weten dat er nog gepraat moest worden over de hoogte van de uitkeringen. Met deze onverwachte afwijzing van de claims komt het fonds zijn belofte niet na.”

Secretaris O. Cramwinckel van het Rampenfonds fonds liet daarop weten “dat de statuten zich tegen honorering van de claims verzetten”: de omvang van de schade bleek niet zodanig, dat er sprake was van een nationale ramp. Cramwinckel moest overigens erkennen dat er “misschien verwachtingen waren gewekt” en bovendien dat het fonds in 1973 na een soortgelijke zware storm wel uitkeringen had gedaan, ter hoogte van tien procent van de schade. “Maar toen zat er een ander bestuur”, aldus de secretaris.

Wel is in 1980 voor de getroffen paviljoenhouders in Scheveningen en Kijkduin een steunfonds opgericht door de Stichting Scheveningen Bad, waarin de plaatselijke ondernemers verenigd waren. Er werden eigen activiteiten onplooid om geld bijeen te krijgen.